De inflatiedraak staat te wachten

DEN HAAG, 12 JUNI. Aan het einde van het economische pad omhoog staat de inflatiedraak te wachten. Jaren van economische groei vertalen zich in capaciteitsproblemen, in schaarste op de arbeidsmarkt, in hogere lonen en prijzen. Eerst geleidelijk en dan steeds sneller begint het inflatiepercentage te stijgen.

Nederland bevindt zich in die laatste fase van een economische groeiperiode en het is daarom niet zo uitzonderlijk dat de inflatie omhoog kruipt. Volgens de jongste cijfers van het CBS is het prijsindexcijfer in de afgelopen 12 maanden gestegen met 3,2 procent.

Internationaal is de Nederlandse inflatie nog altijd aan de lage kant, maar het laagste inflatieland van de EG is Nederland niet langer. De Deense inflatie is lager, de Duitse en de Franse inflatiecijfers zijn nu nog op hetzelfde niveau. Naar verwachting zal de inflatie in Frankrijk later dit jaar onder die in Nederland zakken. Dat is in overeenstemming met de verschillen in conjunctuurFrankrijk bevindt zich in een recessie.

Zo zijn ook de inflatiepercentages in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannie aan het dalen, na de forse stijgingen tijdens de economische expansie in deze landen. Aangezien de economische cycli van de industrielanden uiteen lopen - recessie in de VS en Groot-Brittannie, groei in Duitsland en Japan - lopen ook de richtingen van de inflatiecijfers uiteen. Als gevolg van de wereldwijde economisch afkoeling verwacht het Internationale Monetaire Fonds (IMF) dat in de loop van dit jaar de inflatie in de belangrijkste industrielanden dit jaar zal dalen tot 4,8 procent dit jaar en 3,9 procent in 1992. De Bank voor Internationale Betalingen, de 'centrale bank van de centrale banken', is in zijn jaarverslag dat deze week uitkwam, somberder. “Ik heb het gevoel dat we het inflatierisico in de huidige conjunctuur onderschatten” zei de president van de Zweedse centrale bank en president van de BIB, Bengt Dennis, deze week. Hij voegde daar de geuikelijk centrale bankierswijsheid aan toe: “voorkomen van inflatie is beter en goedkoper is dan genezen”. De Nederlandsche Bank maakt zich eveneens bezorgd over de geleidelijke inflatiestijging in Nederland.

President Duisenberg waarschuwde twee maanden geleden al tijdens de presentatie van het jaarverslag van De Nederlandsche Bank en riep op tot voortzetting van de loonmatiging. De prognosesijn volgens centrale bank verontrustend. Als er niets gebeurt, kan de inflatie oplopen tot meer dan 4 procent in 1993. Twee factoren zijn voor het Nederlandse prijsindexcijfer van belang. De eerste is de dollarkoers, die de kosten van importgoederen meebepaalt. Een hogere dollar is goed voor de groei, maar slecht voor de inflatiecijfers. Nu de dollar is gestegen van een historisch dieptepunt van (f) 1,67 tot bijna twee gulden, importeert Nederland inflatie. De andere factor is de stijging van de loonkosten.

Deze is het gevolg van jaren van economische groe: loonmatiging is moeilijk vol te houden als er een tekort aan arbeidskrachten is en de bedrijfswinsten zich gunstig ontwikkelen. Daar komt bij dat de brutoloonkosten in Nederland dit jaar stijgen: als gevolg van het kabinetsbeleid nemen de sociale lasten voor werkgevers toe. Ook dat vertaalt zich in hogere loonkosten en uiteindelijk in hogere inflatie.

Het klassieke monetaire antwoord op stijgende prijzen is een verkrapping van de geldpolitiek door de centrale bk. Maar dat instrument heeft De Nederlandsche Bank uit handen gegeven aan de Duitse Bundesbank.

Nederland heeft als gevolg van de koppeling van de gulden aan de D-mark geen ruimte voor een eigen monetair beleid. De Nederlandse inflatie zal daarom pas worden afgeremd, als de Nederlandse concurrentiepositie aangestast word doordat onze prijsstijgingen boven die van Duitsland uitkomen. Afzwakking van de concurrentiepositie leidt tot lagere groei, tot versletering van de werkgelegenheid en uiteindelijk tot lagere loonstijgingen. Nog een geluk dat de inflatie in Duitsland als gevolg van de Duitse eenwording ook wat is gestegen. Het IMF rekent voor heel 1991 in Duitsland als gevolg van de belastingverhogingen en forse loonstijgingen zelfs op een inflatiepercentage van 3,5 procent.

Monetaire deskundigen verwachten dat de Duitse centrale bank de inflatie zeker zal onderdrukken. Niet voor niets vervult de D-mark de rol van anker in het uropese monetaire stelsel. “De inflatiebestrijding in Nederland vindt plaats via de band van de D-mark”, aldus een deskundige.