Bacterien schieten boer te hulp bij aanpak mestprobleem

ROTTERDAM, 12 JUNI. Het proces waarmee aminozuren kunnen worden geproduceerd uit mest is ontwikkeld in opdracht van het Financierings Overleg Mest en Ammonia (Folma) door de afdeling microbiologie van het Instituut biotechnologie en chemie-TNO van de hoofdgroep TNO Voeding in Zeist. Folma, waarin overhe en bedrijfsleven samenwerken, zou ook aanspraak kunnen maken op de mogelijke patenten.

Het betreffende onderzoek loopt nu bijna twee jaar. Uitgangsmateriaal voor TNO was, zegt ir. J. Bol, sectiehoofd fermentatie, een bacterie die door Gist-Brocades werd aangeleverd en die in staat is uit bepaalde stikstofhoudende voedingsbronnen grote hoeveelheden aminozuren te produceren. De bacterie is door Gist-Brocades speciaal op deze eigenschap selecteerd of werd mogelijk zelfs genetisch aangepast. (Over het organisme worden geen verdere mededelingen gedaan.) Op zichzelf is het gebruik van micro-organismen voor de produktie van nuttige organische verbindingen uit laagwaardige grondstoffen niets bijzonders. Citroenzuur is een bekend voorbeeld. De moeilijkheid schuilt in zijn algemeenheid in het ontwerpen van een proces dat voldoende stabiel is en dat een voldoende hoog rendement heeft. Volgens Bol zijn beide problemen bij de produktie van aminozuren uit varkensdrijfst voldoende onder de knie gekregen. “Het rendement van de omzetting van ammoniak uit de mest naar aminozuren is nu al zeer hoog en kan in de toekomst zeker nog makkelijk worden opgevoerd. De stabiliteit van een proefcultuur met een omvang van 200 liter was zeer bevredigend, hoewel de kwaliteit van de aangevoerde mest sterk varieerde.” De gekozen methode zou geschikt zijn voor een direct gebruik van ongezuiverde varkensdrijfmest maar ook voor gebruik n gedeeltelijk voorgezuiverde fracties uit deze mest zoals deze bijvoorbeeld bij de experimentele mestverwerkingsmethode 'Memon' worden geproduceerd. Memon produceert onder andere een zeer stikstofhoudend destillaat. Bol ziet ook mogelijkheden tot aminozuur-produktie in combinatie met de mestverwerking van de fabriek Promest in Helmond. Vooralsnog concentreert men zich op de produktie van het aminozuur lysine uit de stikstofhoudende fractie van de mest. Voor line bestaat een goede markt, het zuur behoort, met een reeks andere aminozuren, tot de 'essentiele aminozuren', dat zijn aminozuren die dieren als zodanig uit hun voeding moeten opnemen. De niet-essentiele aminozuren kunnen zij zelf uit eenvoudiger bestanddelen aanmaken. Aminozuren zin de bouwstenen van eiwitten. Omdat het huidige varkensvoer relatief weinig lysine bevat wordt het lysine er als supplement aan toegevoegd. Volgens Bol zou men ook de aminozuren threonine, tryptofaan en methionine kunnen an produceren. Doeldier is vooralsnog het varken, later misschien ook een andere eenmagige als de kip. De meermagige koe heeft niet gauw extra aminozuren in haar voeding nodig. Het is overigens absurd te suggereren dat nog ooit een gesloten kringloop is te bereiken in de veeteelt. Die mogelijkheid is voor goed verkeken sinds bulkcontainers bijna dagelijks veevoer en grondstoffen voor kunstmest aanvoeren en sinds er waterclosetten en rioleringssystemen zijn. De produktie van nuttige stoffen uit mest levert een welkome bijdrage aan het probleem van overbemesting en verzuring, meer niet.