Advies aan Hoge Raad cassatie F. af te wijzen

DEN HAAG, 12 JUNI. Procureur-generaal Remmelink adviseert de Hoge Raad het door de voormalige psychiater-directeur F. ingestelde cassatieberoep af te wijzen.

F. heeft cassatie ingesteld tegen de veroordeling door het gerechtshof in Arnhem. Het hof legde hem zes jaagevangenisstraf op met ontzetting uit zijn beroep voor de duur van elf jaar, wegens het als geneeskundige in een krankzinnigengesticht plegen van ontucht met een opgenomen persoon, aanranding van de eerbaarheid en verkrachting. De procureur-generaal acht alle cassatiemiddelen die advocaat Spong aanvoerde ongegrond. Ten aanzien van het bezwaar van Spong dat een van de getuigen alleen door de politie en niet door de rechter-commissaris is gehoord blijkt Remmelink echter nietgeheel zeker. Hij concludeert dat de emotionele en psychische problemen van de vrouw genoeg redenen zijn geweest voor het hof om het verzoek om getuigenis tijdens de zitting af te wijzen. Naast de betrokken getuige waren er volgens de procureur vele andere relevante getuigenverklaringen. Hij schrijft later echter in zijn conclusie dat “als de Hoge Raad zich op het standpunt zou stellen dat een vrijspraak op dit onderdeel onvermijdelijk is, de Hoge Raa zelf vrijspraak zou kunnen geven, om daarna op het overige bewezenverklaarde een wat mij betreft iets lagere straf op te leggen”. De kritiek van Spong dat het hof de keuze van getuigenissen van destijds verpleegde vrouwen als bewijsmiddel beter had moeten motiveren omdat velen van de vrouwen een zeer ernstige seksuele of geweldsvoorgeschiedenis hebben, wijst Remmelink af. Naar zijn mening is het hof zich van die achtergronden juist zeer bewust geweest. Ookde motivering ten aanzien van het niet overleggen van de medische dossiers van de aangeefsters acht Remmelink door het hof voldoende onderbouwd. De Hoge Raad doet 1 oktober uitspraak.