Ziektekosten brengen inflatie boven 3 pct

DEN HAAG, 11 JUNI. Een aanzienlijke stijging van de kosten van ziekenhuisverpleging heeft de inflatie in Nederland tot boven de 3 procent gebracht.

Tussen midden mei 1990 en midden mei 1991 steeg het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor werknemersgezinnen met 3,2 procent. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De prijsontwikkeling is van groot belang voor de loononderhandelingen en voor de koppeling van lonen en uitkeringen. In twee belangrijke sectoren - metaalindustrie en banken - zijn werkgevers en werknemers een tweejarige CAO overeengekomen die in 1992 voorziet in een loonsverhoging van 4 procent. Het kabinet vindt dat te veel en dreigt met het loslaten van de koppeling.

Volgens premier Lubbers en minister De Vries (sociale zaken) moet de loonstijging beperkt blijven tot de verwachte inflatie. Tot dusver ging het kabinet daarbij uit van de prognose van het Centraal Planbureau van maart dit jaar. Het CPB voorspelde toen een inflatie in 1992 van 3 procent, tegen een prognose van 2,5 procent voor 1991. Ter vergelijking: in 1990 stegen de prijzen met 2,5 procent, in '89 met 1,1 procent en in '88 met 0,7 procent.

Het CBS heeft nu de eerder gepubliceerde inflatiecijfers herzien, omdat gegevens beschikbaar zijn gekomen over de tarieven voor intramurale zorg (de prijs van een verpleegdag).

Het prijsindexcijfer van de consumptie door werknemersgezinnen met in 1985 een gezinsinkomen beneden de loongrens van de ziekenfondsverzekering is daardoor vanaf januari 1991 met een half punt verhoogd. Tussen mei 1990 en mei 1991 is dit indexcijfer met 3,2 procentpunt gestegen, wat overigens evenveel is als tussen januari 1990 en januari 1991. Tussen april en mei 1991 stegen de prijzen met 0,2 procentpunt.

Het CPB hield in maart al rekening met een hogere inflatie dan de toen voorspelde 3 procent voor 1991, maar om een heel andere reden. In zijn basisvariant hanteerde het CPB een dollarkoers van 1,65 gulden in 1991 en 1,75 gulden in 1994.

Een dergelijke lage dollarkoers maakt de Nederlandse invoer goedkoop en remt daarmee de inflatie af.

Het CPB rekende daarom een alternatief door met een duurdere dollar, die dit jaar 1,80 gulden en in 1994 2,00 gulden waard zou zijn. Met als resultaat dat de inflatie in 1991 niet op 2,5 maar op 3,25 procent zou uitkomen, en in 1992 niet op 3 maar op 4 procent.

pag. 19:

Omdat een duurdere dollar gunstig is voor de Nederlandse concurrentie zouden de produktie en de werkgelegenheid gunstig worden benvloed, evenals het overheidstekort. Dat zou ook profiteren van extra gasbaten als de in guldens uitgedrukte olieprijs stijgt. Het tekort zou daardoor in 1992 met 0,2 procent van het nationale inkomen worden gereduceerd.

Inmiddels is de dollar nu gestegen tot 1,98 gulden. Het lijkt dus waarschijnlijk dan de inflatie dit jaar en volgend jaar hoger zal uitkomen dan het CPB eerder in zijn hoofdvariant voorspelde. De reele, voor inflatie gecorrigeerde loonstijging zou daardoor lager uitvallen.

Volgens vice-premier en minister van financien Kok blijft Nederland overigens internationaal gemeten een land met een “buitengewoon laag” inflatieniveau waar ook de lonen beperkt stijgen. Afgelopen zondag wees Kok in een radio-interview op de loonstijging in Duitsland, die 6 tot 8 procent bedraagt.

“Nederland zit daar royaal onder. Ondanks alle problemen die we hebben zou ik niet willen zeggen dat de inflatie voor volgend jaar nu zodanig dreigt op te lopen dat dat in zichzelf een buitengewoon groot Nederland probleem wordt,” aldus de minister, die sprak voordat de recente CBS-cijfers bekend werden.