VS laten zich niet door Gorbatsjov opjagen

Washington is niet van plan zich te laten opjagen. De topconferentie van de Amerikaanse president Bush en zijn Sovjet-collega Gorbatsjov in Moskou zal niet deze maand worden gehouden, maar waarshijnlijk pas in juli, als de besprekingen over een akkoord ter beperking van de strategische bewapening (START) zijn afgerond, zo heeft het Witte Huis laten weten. Voor die tijd spreekt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, tenminste nog een keer met zijn Sovjet-collega, Aleksandr Bessmertnych, in de marge van de bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van de CVSE-landen, volgende week in Berlijn. Aan deze bijeenkomst nemen alle Europese landen (minus Albanie), Canada en de Verenigde Staten deel.

Baker en Bessmertnych slaagden er afgelopen vrijdag in Geneve nog niet in overeenstemming te bereiken over de tekst van een strategisch akkoord. Er bestaan nog altijd grote verschillen van mening tussen Moskou en Washington over de tekst van een verdrag.

Begin dit jaar noemde president Bush ondertekening van een START-akkoord een van de voorwaarden voor een top. Eind april leek de Amerikaanse regering haar standpunt gewijzigd te hebben. Bush' woordvoerder, Marlin Fitzwater, zei toen op een vraag van een journalist: “De president heeft gezegd dat hij graag regelmatige ontmoetingen met de Sovjet-Unie heeft om algemene zaken te bespreken en dat we geen akkoorden behoeven te hebben om toppen te hebben.” De ontwapeningsdeskundigen schrokken wat van die uitlating. Op die manier werd hun iedere mogelijkheid ontnomen om de Russische tegenspelers aan de onderhandelingstafel onder druk te zetten en te houden.

Sovjet-leider Gorbatsjov heeft topontmoetingen met Bush nodig voor zijn eigen positie en die hefboom willen ze niet uit handen geven. Een hoge functionaris verklaarde een paar dagen later dan ook dat Fitzwater “weliswaar de bereidheid van de president om de Sovjet-leider te ontmon had weerspiegeld, alsmede diens wens om meer regelmatige en minder gewichtige ontmoetingen te hebben”, maar dat hij “het verkeerde signaal had afgegeven”.

De grote lijnen van een START-akkoord staan al vier jaar vast. Die bepalen dat de strategische kernwapenarsenalen van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten worden teruggebracht tot elk 6.000 kernkoppen, die kunnen worden getransporteerd door maximaal 1600 raketten en bommenwerpers. Van de kernkoppen mogen er maximaal 4900 op ballistische raketten worden ge(Jplaatst. Deze afspraak zou erop neer komen dat de Sovjet-Unie dertig tot veertig procent van haar arsenaal moet vernietigen en de Verenigde Staten twintig tot vijfentwintig procent.

Het nieuwe van het concept van het START-verdrag is dat het de eerste keer zou zijn dat men overgaat tot een daadwerkelijke beperking van de hoeveelheid strategische kernwapens. Over kruisraketten die vanaf worden gelanceerd, wordt een aparte afspraak gemaakt. Elk van beide landen mag er 880 hebben, een aantal dat hoger is dan de Verenigde Staten op dit moment beogen. De kruisraketten op onderzeeers en oppervlakteschepen zijn buiten de tekst van het START-verdrag gehouden, vooral omdat het bij het zien van een kruisraket niet uit te maken is of het wapen een nucleaire dan wel een conventionele lading heeft.

Tal van problemen op de weg naar ondertekening van een START-verdrag zijn inmiddels al uit de weg geruimd. Zo doet de Sovjet-Unie niet moeilijk meerer de Amerikaanse plannen voor een ruimteverdediging. De Verenigde Staten hebben hun eis laten vallen dat er een totaal verbod komt op mobiele, te land gestationeerde raketten.

Al sinds eind vorig jaar is zowel in Washington als in Moskou de indruk gewekt dat het akkoord, dat zo'n 450 pagina's gaat tellen, op een oor na gevild was, maar dat het nog uit politieke overwegingen werd opgehouden. Eerst zou een bevredigende regeling moeten zijn gevonden voor het verschil van mening over de interpretatie van het C-verdrag, het akkoord ter beperking van de conventionele bewapening in Europa. Toen Baker en Bessmertnych anderhalve week geleden, in de marge van de ondertekening van het vredesakkoord over Angola, in Lissabon een formulering vonden voor dat geschil, leek de discussie over START ook haar laatste, beslissende fase te zullen ingaan. Maar alle problemen zijn, ondanks het eerder geventileerde optimisme, nog lang niet uit de wereld: 1) Het probleem van de 'downading'. De Amerikanen willen afspraken die voorkomen dat de Russen het aantal kernkoppen op hun raketten weer in een snel tempo op het oude niveau kunnen brengen. Vooral Bush' veiligheidsadviseur Brent Scowcroft zou zich hiervoor sterk maken.

2) Het probleem van gegevens van proefvluchten met raketten. De Verenigde Staten zouden graag zien dat de gegevens die door deze raketten naar de aarde worden gestuurd, gemakkelijk opgevangen kunnen worden, zodat men kan controleren of de andere partij zich aan het akkoord houdt. De Russen zijn op dit punt minder mededeelzaam. Baker en Bessmertnych zouden hebben afgesproken de uitwerking van de afspraken op dit gebied toe te vertrouwen aan een gemeenschappelijke commissie, zodat daarover nog geen concrete teksten hoeven te worden geformuleerd voor een START-verdrag.

3) Het probleem van nieuwe wapensystemen. De beperkingen van het START-verdrag hebben betrekkingen op bestaande strategische systemen, niet op nieuwe. De Verenigde Sten willen verhinderen dat de Sovjet-Unie uit het verdrag wegloopt door bepaalde oude systemen na enkele modificaties tot nieuwe systemen te verklaren. Men wil een formulering in het verdrag die duidelijk aangeeft wat als een nieuw systeem te beschouwen is.

Op het terrein van de inspectie op naleving van de gemaakte afspraken zouden de twee partijen elkaar inmiddels tot grote hoogte genaderd zijn. Inspectie is overigens een gecompliceerde kwestie bij een verdrag date omvang van de bewapening beperkt. Totale afschaffing van een hele categorie wapens, zoals in het geval van het verdrag over kernwapens voor de middellange afstand (INF), is veel makkelijker te controleren.

De tekst van het START-akkoord hoeft niet tot het laatste technische detail rond te zijn, voordat Bush naar Moskou wil, maar het minste dat president Bush wil, is dat de grote lijnen van een akkoord vastliggen. Het is duidelijk dahet Witte Huis niet van plan is zich door de politieke en economische noden van de Sovjet-Unie te laten opjagen. De verandering in de verhouding tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten is geen glad proces, maar verloopt met horten en stoten. Het neemt kennelijk nog even wat tijd voordat de laatste hinderpalen van de voorbije jaren allemaal uit de weg zijn geruimd.