Vlaanderen probeert RTL 4 van de kabel te houden

RTL 4, eigendom van het Luxemburgse CLT, doet verwoede pogingen op de Vlaamse kabel te komen. De autoriteiten in Vlaanderen houden de zender tegen. 'Brussel' grijpt mogelijk in.

Sinds hij is benoemd tot algemeen secrearis van de televisiezender RTL 4 heeft de Luxemburger Henri Roemer een aantal woorden Nederlands geleerd. Ja, lacht Roemer, hij heeft inmiddels aan den lijve ondervonden dat tussen Vlaanderen en Nederland ook een 'taalgrens' loopt. Terwijl RTL 4 in Nederland snel aan populariteit wint, heeft de Vlaamse regering de pogingen van Roemer - directie-adviseur van RTL's moederbedrijf CLT - om RTL 4 op de Vlaamse kabel te krijgen, steeds weten te verijdelen.

Maar Roemer hoopt op 'Brussel'. De Europese Commissie acht de protectionistische bepalingen van het Vlaamse kabeldecreet in strijd met de Europese wetgeving en overweegt toelating van RTL 4 af te dwingen via een procedure bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. In oktober - wanneer de nieuwe media-richtlijn van kracht wordt - heeft zij het hof niet eens meer nodig.

De komst van RTL 4 wordt in Vlaanderen als zeer bedreigend ervaren voor de nu nog florerende commerciele Vlaamse televisiezender VTM. Het betreft een voor Europese begrippen unieke 'joint venture' van negen Vlaamse dag- en weekbladuitgevers. De Belgische reclamebestedingen zijn per hoofd van de bevolking toch al zeer gering vergeleken met andere Europese landen: nauwelijks BF 3101 (167 gulden).

In die situatie heeft VTM geen verandering gebracht, de optimistische prognoses van de Belgische Unie van Adverteerders ten spijt. Er is eerder sprake van een drastische herverdeling van de reclame-opbrengsten ten koste van de dag- en weekbladensector.

In 1987 bedroegen de totale reclamebestedingen in Vlaanderen 11,6 miljard frank (626 miljoen gulden): 24,9 procent daarvan ging naar de dagbladen en 21 procent naar de in Vlaanderen zeer populaire vrouwentijdschriften. In 1989 - het jaar waarin VTM officieel van start ging - waren die bestedingen gestegen tot 15,8 miljard frank. Het aandeel van de dagbladen was echter gedaald tot negentien procent en dat van de vrouwenbladen zelfs tot 9,8. De rentabiliteit in die sector was toch al niet erg groot.

“De uitgevers zijn in VTM gestapt omdat zij geen andere keuze hadden”, zegt Jean Hoet, secretaris van de Belgische Vereniging van de Dagblad-uitgevers (BVDU). “Als oorzaak van het bijzonder lage niveau van de reclamebestedingen in Vlaanderen werd steeds weer het gemis aan commerciele televisie genoemd.”

De Vlaamse dag- en weekbladen staan er slecht voor. De netto-winst van de belangrijkste Vlaamse dagbladen is teruggelopen van 341 miljoen frank in 1987 tot 173 miljoen in 1990. Als gevolg van de Golfcrisis en de algehele recessie is vooral het eerste kwartaal van 1991 catastrofaal geweest.

“Vroeger konden we dit soort klappen nog wel opvangen, maar de financiele reserves zijn ook teruggelopen: van 1,1 miljard frank in 1987 tot 984 miljoen in 1990”, zegt Hoet. “Van de weekbladen moesten verschillende titels (Post-Panorama, Libelle-Het Rijk der Vrouw) worden samengevoegd of afgestoten.”

Als pleister op de wonde hebben de uitgevers in elk geval nog VTM, dat een groot succes is geworden. “We bereiken momenteel 44 procent van de kijkersmarkt, dat doen anderen ons in Europa niet na”, glundert directeur-generaal Leo Neels.

Eerder dan verwacht kon onlangs 270 miljoen frank (14,5 miljoen gulden) aan dividend aan de negen vennoen worden uitgekeerd: Het Volk (uitgever van Het Volk en De Nieuwe Gids), NV Hoste (Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet), De Vlijt (Gazet van Antwerpen), Concentra (Belang van Limburg), Roularta (Knack, Trends), Perexma (diverse tv-bladen), Almaspar (Joepie), Tijdschriften Vereniging Vlaanderen (HUMO) en VNU-dochter Tijdschriften Uitgevers Maatschappij (Flair, Panorama, Libelle).

Precies zo had de Vlaamse regering het ook gewild: alleen wanneer de schrijvende pers meer dan 51 procent van de aandelen in handen had, kon VTM de komende achttien jaar zijn reclame-monopolie handhaven. Andere commerciele zenders kregen alleen toegang tot de kabel als zij in de landstaal uitzonden en daarnaast bereid waren tien miljoen frank te investeren in de Vlaamse audiovisuele industrie. Met dit decreet kon de Vlaamse identiteit op de buis worden beschermd tegen wat men zag als de 'overweldigende invloed van de grote buitenlandse commerciele stations'. En zo kon Vlaanderen ook een dam opwerpen tegen RTL 4, dat alleen 's zondags een paar uurtjes in het Letzeburgs uitzendt.

De beschermingsconstructie heeft echter niet lang stand gehouden. Een jaar geleden startte de EG een procedure tegen de Belgische staat, omdat men de maatregelen in strijd acht met het beginsel van het vrije verkeer van goederen. Eerder dit jaar kondigde de Vlaamse minister van Cultuur Patrick Dewael (PVV) aan dat hij zich genoodzaakt zag de taalvoorwaardete schrappen. Een meerderheid in het Vlaamse parlement voelde daar niets voor, omdat dan behalve RTL 4 ook andere buitenlandse programma-aanbieders op de Vlaamse kabel zouden moeten worden toegelaten, waaronder de geprivatiseerde Franse zender TF1 en Canal Plus, dat al eens een oogje heeft laten vallen op Filmnet.

pag. 16:

'Luxemburg' zou zich in miljoenen zielen ingraven

Voor VTM is de reclameconcurrentie reeds in volle hevigheid losgebarsten. Als enige omroep-organisatie in Vlaanderen mag de BRT sinds kort landelijk reclame uitzenden. De opbrengsten daarvan worden geschat op vijfhonderd miljoen frank (27 miljoen gulden) per jaar.

Hoet (Belgische Vereniging van de Dagbladuitgevers): “Aan het Vlaamse mediabeleid valt geen touw meer vast te knopen. Het gaat dezelfde kant op als in Wallonie. Daar verloren de uitgevers jaarijks een miljard frank aan de Franstalige zender RTL, die nota bene illegaal op de kabel zat. In ruil voor de legale status is er toen een onderneming opgericht, waarin RTL en de Waalse uitgevers elk voor vijftig procent deelnemen.

Daarmee leken de problemen opgelost, ware het niet dat daarna ook de Waalse publieke omroep RTBF televisiereclame mocht gaan uitzenden. Daarvoor hebben we een compensatie van 133 miljoen frnk gekregen, maar dat bedrag dekt bij lange na niet de verliezen van de uitgevers.''

Officieel heet het dat RTL 4 geen interesse heeft voor de Vlaamse markt. Het bedrijf wil Nederlandse adverteerders een aanbod doen: wie voortaan reclame-zendtijd koopt bij RTL 4 krijgt de Vlaamse markt er gratis bij. “We willen onze adverteerders dezelfde faciliteiten kunnen aanbieden als de STER”, zegt Henri Roemer. “Met drie Nederlandse zenders op de Belgische kabel hebben zij nu eenmaal een veel groter bereik dan met RTL 4 op de Neerlandse kabel. We zouden niet graag adverteerders aan de STER willen kwijtraken.'

Maar VTM-directeur Leo Neels gelooft niet in de passieve aanwezigheid van de Luxemburgse zender op de Vlaamse kabel.

“Mij is verteld dat ze vijf tot vijftien procent van de Vlaamse markt willen bereiken. Dat kunnen ze alleen door naast Nederlandse ook Vlaamse programma's uit te zenden. En om dat soort programma's te financieren zal men op Vlaams grondgebied reclamezendtij moeten verkopen. Dat laatste zullen we echter niet toestaan, omdat het concurrentievervalsend werkt. Anders dan de buitenlandse zenders hebben wij immers te maken met door de overheid opgelegde reclamebeperkingen.”

RTL ontkent echter dat de programmering zal worden aangepast. Roemer: “Daarmee zouden we Nederlandse kijkers kunnen wegjagen en dat kan nooit de bedoeling zijn. Natuurlijk, als Belgische bedrijven bij RTL 4 zouden willen adverteren tegen het daarvoor bestemde tarief, dan zllen wij daar geen nee tegen zeggen.”

De verovering van de Vlaamse reclame-markt past in het beleid van het zestig jaar oude Luxemburgse mediaconcern CLT (Compagnie Luxembourgeoise de Telediffusion). Al in 1931 verwierf deze maatschappij een omroepmonopolie in het Groothertogdom Luxemburg. Met een muziekprogramma op de lange golf werd een groot deel van Europa bereikt, waaronder Engeland. De puriteinse BBC - tot dan toe de grootste omroep van Europa- verzette zich nadrukkelijk tegen deze 'brutale inbreuk': zij gelastte een naamsverbod van de indringer in nieuwsbulletins en annonces van de BBC. Toen datzelfde Luxemburg in 1977 tijdens de mediaconferentie WARC in Geneve liet doorschemeren genteresseerd te zijn in de commerciele exploitatie van satelliettelevisie, bleven de reacties niet uit: de ongebreidelde commerciele motivatie van CLT vormde een bedreiging voor het Europese omroepbeleid. Media-markten zouden stormenderhand en met winstoogmerk worden veroverd.

“De Luxemburgse satelliet wordt het medium waarmee de nieuwe keizers zich in de zielen van de mensen zullen ingraven”, waarschuwde de toenmalige bondskanselier Helmut Schmidt.

Maar al gauw bezweek de Luxemburgse omroeporganisatie voor de overmacht van de buurlanden West-Duitsland en Frankrijk, die elk hun eigen omroepsatelliet wilden lanceren en geen concurrentie duldden op de overvolle markt. Als om het leed te verzachten kreeg CLT twee kanalen aangeboden op de Franse omroepsatelliet TDF-1. De rechten op een Luxemburgse omroepsatelliet werden uitbesteed aan een heel andere Luxemburgse organisatie, SES, die enkele jaren geleden de succesvolle omroepsatelliet Astra lanceerde.

Voor CLT was het internationale omroepavontuur daarmee niet voorbij. Behoedzaam werden nieuwe markten ontsloten. Terwijl het Franstalige RTL doordrong tot Wallonie en Frankrijk, werd via dekabel in Duitsland het samen met Burda en Bertelsmann geexploiteerde programma RTL Plus doorgegeven dat na enkele verliesgevende jaren een geduchte concurrent van de Duitse publieksnetten is geworden. Het volgende succes werd het overwegend Nederlandstalige RTL 4, dat inmiddels al dertig procent van de Nederlandse televisie-reclamemarkt heeft veroverd. CLT zit verder achter het Duitstalige Tele 5 (samen met uitgever Axel Springer) en het Franse M 6, exploiteert verschilende radiostations in Europa en heeft belangen in tijdschriften en filmmaatschappijen.

De tegenwoordige bestuursvoorzitter van CLT, de voormalige EG-voorzitter Gaston Thorn, heeft grote plannen met het bedrijf. Binnen zes tot acht maanden lanceert het concern de nieuwszender RTL-News en zal het via de Astra-1B-satelliet een filmprogramma doorgeven. CTL heeft zich zelfs kandidaat gesteld voor een zendvergunning op het commerciele ITV-netwerk in Oost-Engeland. In het najaar wordt bekend of het consortium Three East (3 E) - dat is opgezet samen met het Britse persbureau EMSAP, het dagblad The Daily Telegraph en de Amerikaanse tv-producent D.L. Taffner - in aanmerking komt voor een zendmachtiging. De reclame-omzetten in Engeland zijn de hoogste in Europa.

“De Britse markt is voor CLT veel interessanter dan de Vlaamse”, zegt RTL's Henri Roemer. “Groot-Brittanie heeft voor ons de hoogste prioriteit. We willen de Nederlandstalige markt zoveel mogelijk consolideren. Dat is de enige reden dat we met RTL 4 ook op de Vlaamse kabel willen.”

Het is niet zo dat RTL helemaal geen interesse zou hebben in de Vlaamse markt, zo moet Roemer toegeven. VTM zou CLT zelfs hebben voorgesteld om gezamenlijk een tweede commerciele zender in Vlaanderen te exploiteren, op voorwaarde dat RTL 4 uit Vlaanderen wegblijft. Maar voor een tweede commerciele televisiezender is in Vlaanderen geen plaats, zo vermoedt Roemer.

Wel zou hij zich kunnen vinden in een aandeelhouderschap in VTM. “Ik heb met Neels over deze mogelijkheid gesproken.”

Neels zou zich kunnen voorstellen dat er met RTL een 'herenakkoord' wordt gesloten: RTL aandeelhouder, VTM het reclame-monopolie. Roemer: “Als Neels van ons een garantie wil dat we hem op de reclame-markt niet beconcurreren, kan hij die morgen zwart op wit krijgen.”

Mochten er met CLT geen afspraken kunnen worden gemaakt, an hopen Neels en de uitgevers dat de Europese Commissie hen de helpende hand zal toesteken. Neels: “De EG heeft miljoenen Ecu's uitgetrokken ter stimulering van Europese televisieprodukties. Ik zie niet op welke wijze een gesubsidieerde Franse of Italiaanse televisie-industrie zou kunnen bijdragen aan de Vlaamse cultuur. Een klein cultuurgebied als Vlaanderen zou beter gediend zijn met een eigen infrastructuur, maar die moet dan wel beschermd worden.

VTM is als een van de weinige onafhankelijke commerciele teevisiestations in Europa niet in handen van media-tycoons als Berlusconi en Maxwell. Dat hebben we voor op Nederland, waar de reclame-inkomsten via RTL gedeeltelijk naar het buitenland wegvloeien.''

Dat men zijn tijd moest beiden, dat de tijd snel gaat en wel moet worden gebruikt, was al lang bekend. Maar hiernaar gaat de huidige belangstelling niet uit. Eigenlijk zijn het alleen de klokken en horloges die op het ogenblik meer dan ooit triomfen vieren in museum en veilingzaal.