Verscholen kinderen komen naar buiten

Een aantal jaren geleden werd ik tijdens een groepspsychotherapie-congres in Amerika een holocaust survivor genoemd. Het was een naam die me wel aanstond, maar die ik niet helemaal bij mezelf vond passen. Survivor is een mooi actief woord, terwijl overlevende passiever getoonzet is. Het gebeurt je, zonder er veel voor te hoeven doen. Mijn beeld was dat het echte overleven in concentratiekampen was gebeurd en niet in een achterkamer in Utrecht. Daaraan was gekoppeld het idee, dat het joodse grote verdriet alleen daar was waar de lichamelijke vernietiging het ergst had toegeslagen.

Ook algemener geldt dat er een hierarchie van lijden is gegroeid, waarbij de volwassen concentratiekamp-overlevenden duidelijk bovenaan staan. Zij die als kind verborgen waren geweest, kregen te horen dat zij geen slachtoffer waren. Zij dienden dankbaar te zijn, mochten 'van geluk spreken'. Het is alsof het verdriet en de woede van het verscholen kind is afgeleid van wat hun dierbaren is overkomen.

Ineens is dit veranderd in dat wonderlijke land Amerika. De verscholen kinderen komen uit hun schuilplaats. Sinds twee jaar hebben de 'hidden children' zich daar midden op de kaart van de overlevenden gezet. Hidden children kan het best vertaald worden met 'verscholen kinderen'. Ondergedoken kinderen verwijst te veel naar de Nederlandse situatie. In ons land was de belangrijkste kans op overleven als je individeel werd ondergebracht in een familie. Degenen waar het hier overgaat, waren niet alleen in huizen van particulieren. Ze verbleven anderhalf of twee jaar in riolen, op een kerkhof. Ze zaten vast in onzichtbaar gemaakte kamers, moesten achttien maanden verblijven in een gang waar ze niet konden staan of zaten in een klooster waar zelfs de nonnen niet wisten dat het joden waren die zij verborgen.

In 1989 maakt Myriam Abramowicz een film getiteld Comme si c'etait hier. Abramowicz spande zich in om een organisatie van verscholen kinderen op te zetten. Door haar genspireerd vormde zich een bestuur, een comite van aanbeveling. Er kwam een speciaal nummer over hidden children in de Newsletter of the International Study of Organized Persecution of Children. In Los Angeles en in andere plaatsen daarna werden er zelfhulpgroepen van verscholen kinderen opgericht. Een aantal vooraanstaande joodse Amerikaanse organisaties steunden de groepen materieel en immaterieel. Daarna ging ook de niet-joodse wereld aandacht geven aan het verschijnsel. Dat kwam voornamelijk door een aangrijpend artikel van Jane Marks in de New York Magazine van 25 februari van dit jaar. Sinds dat moment besteden vrijwel alle kranten, van de sensatiebladen tot de New York Times, aandacht aan dit onderwerp.

Een voorlopig hoogtepunt van wat een brede beweging aan het worden is, was een conferentie georganiseerd op 26 en 27 mei in New York van, voor en door hidden children. Ze waren daar met hun familieleden en hun redders. Het succes van die conferentie overtrof elke verwachting. Nadat er oorspronkelijk tweeduizend uitnodigingen de deur uit waren gegaan, kwamen er 1600 mensen op af. Tijdens de conferentie was er weinig absentesme en de panels, films en kleine groepen kregen een intense, voor conferenties zeer ongebruikelijke aandacht. De deelnemers kwamen uit Australie, Duitsland, Israel, Belgie, Nederland (een klein contingent), Zuid-Korea en de Verenigde Staten.

Een apart hoofdstuk vormden de mensen uit Polen (Polen zelf had ik haast geschreven). Zij waren uitgenodigd door de organisatie die daarvoor fondsen had verworven. Hun geschiedenis is rauwer dan die van de andere overlevenden en wordt beleefd en gepresenteerd alsof het gisteren is gebeurd.

De meesten van hen zijn katholiek geworden, zijn in die kerk niet helemaal thuis, zouden wel joods willen zijn, maar weten daar absoluut geen vorm aan te geven. Sommigen van hen waren met borden om hun hals op zoek naar een familielid of naar inlichtingen over de omstandigheden waaronder die gestorven zijn. “Wie weet wat van mijn broer die op die en die datum uit Warschau richting het oosten vertrokken is?” Daarna volgde een naam en beschrijving van het uiterlijk. Niet alleen de Polen maar alle verscholen kinderen hebben verhalen die de adem doen stokken. Elke overlevende heeft ten minste een keer, maar in feite van dag tot dag de dood op een haar gemist.

Zo'n sterke beweging als deze roept meer vragen op dan ik kan stellen, laat staan beantwoorden. Alles overheersend is het probleem of verscholen kinderen een te onderscheiden psychologische, sociologische, historische of politieke categorie vormen. Mijn antwoord daarop is ondubbelzinnig ja.

Het geheel van gebeurtenissen waar deze groep deel aan heeft gehad, is zeer specifiek. Ik heb bijvoorbeeld niemand van deze mensen gesproken of gehoord die zijn of haar oorlogsverhaal zonder tranen kon vertellen. Het zijn tranen van woede en verdriet over wat nooit meer goed zal komen: een gestolen jeugd of soms een gestolen leven. Ook denk ik dat het tranen zijn van een rouw die niet tot een einde kan komen, omdat het trauma te ernstig is.

Alle overgebleven verborgen kinderen zijn gered door niet-joden die hun leven hebben geriskeerd. De verscholen kinderen hebben ten minste drie traumatische gebeurtenissen gemeen. De eerste is het losgerukt worden uit de vertrouwde gezinsomgeving, soms zelf van de moederborst waarvan ze soms, na een laatste gebaar van liefde, zijn weggeven. Het tweede trauma is het weer losgerukt worden uit de omgeving waar ze verscholen waren. Een omgeving waar ze zich aan waren gaan hechten, hoe gruwelijk die soms ook was. Het derde is de herintegratie in een nieuwe, oorspronkelijk gedealiseerde situatie; soms als wees, soms als half-wees, soms bij de ouders, ooms en tantes, neven en nichten, broers en zusters, oude vrienden en vriendinnen.

Op de conferentie heb ik drie workshops gegeven, die gecentreerd waren rond de vrees verlaten te worden en het probleem anderen te vertrouwen. Al deze groepen gingen over een ding: de onmogelijkheid om aan anderen en vooral intimi te vertellen wat er werkelijk is gebeurd. Daaraan was gekoppeld de hoop dat het nu wel zou kunnen. De woede en teleurstelling dat het weer niet lukte, werd een integraal onderdeel van datgene wat we bespraken en voelden. Niet de grofheid en wreedheid van de vervolger stond centraal, maar de eigen machteloosheid bij de scheidingen die we hebben ervaren.

In de sterk Amerikaanse hidden child-beweging wordt er erg veel nadruk op gelegd dat de verscholen kinderen nu succesvolle zakenmensen of intellectuelen zijn. In de groepen die ik leidde, werd vooral de verdrietige, wantrouwende, boze kant vertoond; de afkeer van de Duitsers, hun collaborateurs en soms ook van de joden. Binnen de Hidden Child-organisatie, die voornamelijk wordt bestuurd door mensen uit de geestelijke gezondheidszorg is een strijd gaande over het al of niet psychologiseren van de hidden child-ervaring. Er gingen bijvoorbeeld zeer krachtige stemmen op om niet te zorgen voor crisisopvang voor de congresgangers. Dat wel doen, zou ze maar zielig maken: voer voor professionals. Zij die tegen psychologiseren zijn, wensen de organisatie vooral te mobiliseren als laatste levende getuige van de shoah tegen revisionistische historici.

De laatste vraag is of deze beweging 'goed' doet. De vrees bestaat oude wonden open te rijten, de gelukte aanpassing aan een nieuw leven te verstoren. Mijn antwoord daarop is: ja en nee. Ja, omdat het succes van de beweging bewijst dat er een enorme behoefte aan is. Kernachtig werd dit verwoord door de uitdrukking: The only way out is through. Nee, omdat dit trauma de neiging heeft de gewonde vast te houden. Het zeer reele gevaar bestaat dat 'De Oorlog' zijn slachtoffers een vrijwel complete indentiteit verschaft. Dat is een triomf die de vervolgers van toen niet gegund moet worden.