Van Gogh

Onder de titel 'Gedenkplaat voor Van Gogh' (NRC Handelsblad, 7 juni) werd geschreven, dat Vincent van Gogh van mei 1877 tot juli 1878 in Amsterdam bij zijn oom Jan van Gogh logeerde om zich op het staatsexamen te kunnen voorbereiden. Vincent zou in deze periode verliefd zijn geweest op zijn nicht Kee Stricker, diehem afwees met het onverbiddelijk “Nooit, neen, nimmer.” Historisch is dit niet juist.

Eerst in de zomer van 1881 werd Vincent verliefd op zijn nicht en weduwe Kee Vos-Stricker, die in de ruime pastorie in Etten bij Vincent's ouders logeerde. Vincent kende het gezin Stricker goed uit de jaren 1877 en 1878. In deze periode kwam hij veel bij zijn oom op bezoek.

In Etten had de weduwe, die zeven jaar ouder was dan Vincent, geheel niet in de gaten dat Vincent op haar verliefd was. Zo zeers ze nog verdiept in haar verlies. Vincent's aanzoek zou met de eerder geciteerde woorden zijn afgewezen, waarna ze meteen naar Amsterdam terugkeerde.