Schaamte van Ogem is voorbij

ROTTERDAM, 11 JUNI. Tien jaar werken de ruim 7.000 oud-medewerkers van het teloorgegane Ogem-concern aan hun revanche. Ondergebracht in de onbekende TBI Holdings hebben zij het bedrijf in stilte laten groeien tot een van de grote conglomeraten van ons land met ruim 1,5 miljard gulden omzet.

Uit het deze middag verschenen jaarverslag blijkt dat TBI zich voor het eerst volledig heeft losgemaakt uit de greep van de banken, twee honderd miljoen gulden in kas houdt en dat de winst net als voorgaande jaren gestaag is gegroeid.

Tot voor kort moest een getypt verslag worden opgevraagd bij de Kamer van Koophandel. Nu is er een jaarverslag in veelkleurendruk. De Ogem-schaamte lijkt voorbij. In het verslag staat echter niet waar de winst naartoe gaat. De eigenaar van TBI is een tussenvennootschap die weer eigendom is van een stichting. Die bezit met TBI een belegging van honderden miljoenen guldens.

Door dit bezit te verkopen zou de stichting een van de grootste overnames van ons land kunnen financieren. Er is een probleem. Voor de stichting komen lang niet alle bedrijven in aanmerking. De stichting moet een ideeel motief kunnen aanvoeren. Niet het rendement mag vooropstaan maar de werkgelegenheid. Eens een noodlijdende stichting, nu een rijke stichting op zoek naar nieuwe noodlijdende bedrijven.

De ontrafeling van Ogem heeft de financiele wereld een aantal primeurs opgeleverd. Zo werden uit de boedel de gezonde bedrijven gehaald. Deze ondernemingen konden doorgaan met voornamelijk gefinancierd geld, later bekendgeworden als de leveraged buy out. Er ontstond een nieuw conglomeraat met daarin bouwbedrijven als Voormolen, Heijmerink, J.P. van Eesteren en ERA, installateurs als Croon en Fri- Jado en ingenieursbureau Wolter & Dros onder de noemer Techniek, Bouw en Industrie.

pag. 19:

Eigenaar van TBI weet zich met geld geen raad

Uit het jaarverslag van TBI Holdings blijkt hoe gezond die bedrijven wel zijn. Het rendement van de totale groep is dubbel zo hoog als dat op een staatslening. Nog meer zegt een vergelijking met de concurrentie. Bedrijven die in dezelfde sectoren actief zijn zoals de Hollandsche Beton Groep of Volker Stevin mogen blij zijn als ze dit jaar de helft van dit rendement boeken.

Op zichzelf vergt het aantrekken van vermogen voor delen van een faillieteboedel een kunststukje. In het geval van TBI wordt dat toegeschreven aan dr. Lense Koopmans. Hij is nu de enige directeur van TBI Holdings. Op z'n 28-ste was hij hoogleraar, daarna topambtenaar en toen is hij als financieel genie binnengehaald bij Ogem. In tegenstelling tot de Ogem-bestuurders Udink, Boersma en Fibbe wist hij het vertrouwen van de financiers terug te winnen en hij mocht, aanvankelijk samen met dr.ir. H.J. Mathot, het nieuwe TBI leiden.

Koopmans verkoos, en ook daarin verschilde hij met Udink en Boersma, het isolement. Ook tien jaar na dato wil hij niet publiekelijk terugkijken. Een van de redenen is waarschijnlijk dat Ogem-curator prof.mr.drs. H.P.G. Ophof zich nog steeds beraadt op vorderingen op het voormalige Ogem-bestuur wegens wanbeleid. De Hoge Rad heeft op zes punten wanbeleid geconstateerd, maar voor aansprakelijkheid is weer een aparte civiele procedure nodig. Anvankelijk leek Ophof te mikken op een schikking van ruim een miljoen gulden. Ophof zegt nu dat hij nog geen stappen heeft ondernomen maar dat hij dit jaar de zaak hoopt af te handelen.

Koopmans heeft een koers uitgestippeld voor TBI die diametraal staat op die van Ogem. Ogem was bekend door zijn centralistische structuur. De grote Europoint-torens in Rotterdam blijven herinneren aan de gevallen grootmacht met z'n vele verdiepingen managers en juristen. Koopmans is voor ultieme decentralisatie: hij zit bij TBI alleen met een secretariaat. Hij vervult in feite de rol van commissaris bij de aangesloten ondernemingen, die helemaal self-supporting zijn. Juridische en commerciele zaken doen de bedrijven zelf, alleen de financiele stromen gaan via het bureau van Koopmans.

De banken hebben TBI geld geleend via een soort tussenvennootschap Vijverbos TBI BV. Dit bedrijf kreeg een bedrag van ruim 180 miljoen gulden, waarvan een deel risicodragend in de vorm van een achtergestelde lening. TBI Holdings heeft eerst het risicodragende gedeelte afgelost uit de winsten die elk jaar bij de dochters zijn geboekt. Nu is het einde van de totale lening in zicht. Over anderhalf jaar zal de laatste veertig miljoen gulden zijn afbetaald.

TBI Holdings zelf is al een jaar vrij van bankschuld. De leiding van TBI vindt dat een concern dat acief is in de bouw- en de installatiesector niet moet lenen. Tweede eis is een gezond eigen vermogen voor TBI Holdings. Nu staat er 170 miljoen op de balans. Dat is iets minder dan dertig procent van het totale vermogen en daarmee nemen veel bedrijven in deze branche genoegen. TBI wil echter koste wat kost een conservatief financieel beleid voeren en dan is veertig procent eigen vermogen wel zo veilig. Dat betekent dat TBI nog 80 miljoen winst moet inhouden. Wanneer de stijging van de winst doorzet, en uit het jaarverslag valt op te maken dat Koopmans dat dit jaar wel verwacht, dan zal binnen drie jaar het eigen vermogen op het gewenste niveau zijn gekomen.

Dan ontstaat een concern met de een super-conservatieve financiering. De kas die nu al tweehonderd miljoen gulden herbergt, zal dan nog gegroeid zijn. TBI Holdings kan nu al gemakkelijk grote bedrijven acquireren, maar dan zullen de mogelijkheden nog aanzienlijk zijn gegroeid.

Maar er is een partij die nog eel grotere bedrijven kan overnemen, en dat is de eigenaar van TBI Holdings. De eigenaar van TBI en de tussen-bv Vijverbos TBI is de Stichting Beheer Vijverbos. Deze stichting is destijds opgericht, omdat anders de gezonde bedrijven de nasleep van de Ogem-affaire zouden voelen. Toen wist niemand dat TBI zo goed zou gaan renderen, maar een voorgevoel kan de bedenkers van deze constructie niet worden ontzegd. Nu kunnen crediteuren, laat staan oud-aandeelhouders van Ogem, nooit naar TBI gaan om geld terug te halen.

De stichting is een heel makkelijke aandeelhouder voor TBI. Het zal de stichting namelijk een zorg zijn hoeveel TBI verdient, een stichting mag immers geen winstoogmerk hebben.

De stichting Vijverbos heeft als doelinstelling 'het instandhouden en bevorderen van industriele activiteiten alsmede de werkgelegenheid'. In de doelstelling is geen rekening gehouden met de vraag: wat te doen als de stichting bulkt van het geld?

Er zijn wel rijke familiestichtingen in Nederland, zoals de stichting die eigenaar is van het emballagebedrijf Van Leer, maar deze heeft een andere doelstelling dan Vijverbos.

De stichting Vijverbos zou aan haar doelstelling kunnen voldoen als er weer een bedrijf in nood komt. De stichting zou zo'n bedrijf kunnen kopen in ruil voor de zeggenschap in TBI Holdings.

Storms, zuchtend: “Ja, dat klopt. Dat heb ik destijds inderdaad aan Joep geschreven.”