Ruzie in Groot-Brittannie over EMU

LONDEN, 11 JUNI. Wordt Groot-Brittannie door andere landen in de Europese Gemeenschap onderuit gehaald of speelt de Britse regering voor het thuisfront dubbel spel over de eenwording van Europa?

Die vraag beheerst vanorgen het politieke debat in Londen, nu de Britse minister van financien, Norman Lamont, zich genoodzaakt heeft gezien na uitlatingen van Europese collega's een verklaring uit te geven waarin hij ontkent wat zij zeggen.

“De Britse regering heeft haar standpunt over economische en monetaire eenwording niet in het minst veranderd”, staat er in Lamonts verklaring. “Het Verenigd Koninkrijk kan geen veranderingen in het Verdrag van Rome aanvaarden, die ons zouden biden aan de verplichting om over te gaan tot een gemeenschappelijke munt, zonder dat regering en parlement (in Westminster) daarover afzonderlijk kunnen beslissen.”

Lamont kwam met zijn verklaring, onmiddellijk nadat de ministers van financien van onder andere Frankrijk, Italie en Denemarken gisteravond gezegd hadden dat ze dachten dat Groot-Brittannie op het punt staat af te zien van zijn veto over de Economische en monetaire unie (EMU: een Europese munt en een Europese centrale bank). Op de bijeenkomst van ministers van financien ('Ecofin') gisteren in Luxemburg had Lamont volgens de Franse minister van financien, Pierre Beregovoy, beloofd dat hij van een dergelijk veto zou afzien.

De Italiaanse minister Guido Carli zei over de Britse positie dat “een veranderde opstelling” zichtbaar was geweest.

Andere delegaties concludeerden dat de Britse delegatie zichtbaar uit was op een compromis, zoals dt door Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, is voorgesteld.

Daarbij zou in het gewijzigde Verdrag van Rome een clausule worden opgenomen, die de Britten toestaat een beslissing over afschaffing van het zelfstandige pond sterling over te laten aan “een toekomstig parlement”.

Wat de Britse pers achterdochtig maakt, is het feit dat Lamont na afloop van het overleg alle commentaar afwimpelde en zich beperkte tot een schrifteijke ontkenning. Maar partijgenoten van Lamont die tegen elke vorm van verdergaande Europese eenwording zijn, spraken vanmorgen schande van de manier waarop de Europese partners “disinformatie” gebruiken “om ons in een hoek te drukken”. Iets meer dan een kwart van de parlementaire vertegenwoordigers van de Conservatieven vroeg de regering vorige maand bij motie om zich te verzetten tegen invoering van een gemeenschappelijke munt, zelfs al zou dat betekenen dat de Britten buiten een afspraak van de overige elf Europese prtners zouden blijven.

Het onderwerp Europese integratie is een van de meest explosieve kwesties waarmee de regering-Major zit opgezadeld.

In de aanloop tot nationale verkiezingen, uiterlijk in juni 1992, moet ten koste van alles voorkomen worden dat de Conservatieve Partij openlijk verscheurd wordt over het onderwerp. SLD-leider, Paddy Ashdown, had daarom vanmorgen een andere interpretatie van de gebeurtenis. Hij suggereerde dat Major en Lamont hun verdeelde achtrban proberen zoet te houden, door tegen de Europese partners op het vasteland een ding te zeggen en tegen de eigen partij in Londen iets anders.