Prins Sadruddin Aga Khan: geen geld voor gardisten; VN-plan voor Irak mislukt

GENEVE, 11 JUNI. De bescherming door de Verenigde Naties van Koerdische vluchtelingen in het noordoosten van Irak en van de shi'ieten in het zuidoosten dreigt op een mislukking uit te open door geldnood. De vluchtelingen worden belegerd door Iraakse troepen, terwijl pas 50 VN-gardisten zijn gearriveerd van de voorgenomen 500 die, in het hele land, in de plaats komen van 21.000 Amerikaanse, Britse, Franse en Nederlandse militairen in het uiterste noorden.

Behalve met financiele tekorten kampen de VN ook met een recruteringsprobleem voor de zogenoemde blauwhelmen.

Van de 830 miljoen gulden die nodig is voor de hulpoperatie van de VN voor vluchtelingen in Irak is pas 170 miljoen gedoneerd. Het Wereldvoedselprogramma van de VN heeft alleen al 130 miljoen nodig voor noodrantsoenen. Pas 1,5 miljoen hiervan is toegezegd. Van het uitgetrokken bedrag is 70 miljoen nodig voor de VN-gardisten. Maar van die 70 miljoen is pas 15 miljoen gulden bijgedragen, door Groot-Brittannie en Denemarken.

De situatie is kritiek. Daarom beleggen de VN vanaf morgen in Geneve een speciale donorconferentie. Secretaris-generaal Perez de Cuellar zal die vergadering voorzitten.

De bedoeling is om de VN-gardisten sneller ter plekke te krijgen, en daarvoor is in de eerste plaats meer geld nodig, zegt prins Sadruddin Aga Khan, de speciale gezant van Perez de Cuellar voor de Golf.

Het gaat om een licht bewapende VN-troepenmacht, tot dusverre inderhaast gerecruteerd uit het VN-bewakingscorps, gestationeerd in New York, Geneve en Wenen. De termijn voor hun plaatsing verloopt half juni. Intussen is de geallieerde troepenmacht in het uiterste noorden van Irak teruggebracht van 21.700 soldaten in mei, het hoogtepunt van de campagne, tot circa geen 17.000 nu.

Wanhopig zendt het recruteringsbureau in Geneve vragenlijsten naar VN-lidstaten die voorheen veelvuldig manschappen hebben ingezet voor VN-vredesmachten. In advertenties roepen de VN zelfs oud-politieagenten en gevangenisbewakers op om te solliciteren.

Volgens sommige waarnemers bestaat het gevaar dat de Koerdische vluchtelingen uit an voor Iraakse vergelding opnieuw de bergen zullen invluchten, zodra de laatste geallieerde soldaten hun hielen hebben gelicht. Maar prins Sadruddin Aga Khan bestrijdt dit. De mogelijkheid van een nieuwe exodus hangt ook af van de inhoud van een akkoord over autonomie voor de Koerden, dat al maandenlang in de maak is tussen de Koerdische verzetsgroepen en Bagdad. “Een oveenkomst laat wat langer op zich wachten dan we gehoopt hadden, maar het is slechts een ingredient in een veel complexere mengeling van beweegredenen voor de Koerden om te blijven of te vertrekken. Sommige daarvan zijn politiek van aard, andere humanitair.”

Sadruddin Aga Khan waarschuwt voor te hoge verwachtingen van de aanwezigheid van VN-gardisten. “De gardisten nemen het beslist niet over van de geallieerden”, zegt hij, “men moet ze niet verwarren met een politiemacht”.

Shi'ieten De situatie in het zuidoosten van Irak verslechtert zo mogelijk nog sneller. Daar zijn volgens sommige ldingen tussen 400.000 en 700.000 shi'ieten die zich tegen het bewind van Saddam Hussein verzetten, de moerassen ingevlucht. Tot dusverre was hun aantal van onafhankelijke zijde geschat op 100.000. (In Iran wordt zelfs van 2 miljoen vluchtelingen gesproken, maar daar is de laatste maanden een ongebreidelde propaganda-oorlog tegen Irak op gang gekomen.) Volgens Radio Teheran heeft Irak tijdens een “voorbereidend offensief” tanks, pantserwagens en helikopters gen de shi'ieten ingezet. De belegerde shi'ieten bevinden zich voornamelijk in de Haur-moerasgebieden tussen de steden Basra en Nassiriyah, langs de grens met Iran.

Bij het bureau van prins Sadruddin Aga Khan zijn, in tegenstelling tot Iraanse berichten, nog geen meldingen binnengekomen van beschietingen. De VN-coordinator wacht op nadere rapportage door een speciaal VN-team, samengesteld uit vertegenwoordigers van enkele gespecialiseerde VN-oanisaties, dat sinds zondag op onderzoek is in Zuidoost-Irak.

Iraakse oppositiegroeperingen beweren dat Saddam Hussein in het zuiden de levens van een miljoen shi'ieten bedreigt, een cijfer dat de VN sterk betwijfelen. Het lijkt VN-waarnemers vooralsnog onwaarschijnlijk dat Irak een offensief opent onder de ogen van een VN-team, terwijl de Veiligheidsraad van de VN vanavond beslist over verlenging van de sancties tegen Irak.

Prins Sadruddin Aga Khan herinnert eraan dat bovendien aan weerszijden van de de rivier de tt al-Arab, die Iran en Irak van elkaar scheidt, VN-waarnemers het staakt-het-vuren tussen beide landen bewaken.

Ondertussen gaan in Westerse VN-kringen stemmen op om een nieuwe 'superpaus' voor noodhulp te benoemen. Teleurgesteld door de langzame en ineffectieve hulpoperatie voor de Koerden willen de VS, Frankrijk en Duitsland het tekortschietende rampenfonds van de VN, UNDRO, dat verondersteld wordt de hulp te coordineren, helemaal opdoeken. UNDRO zou niet moeten rden vervangen, maar bij het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP moeten worden ondergebracht, een oud plan waartegen de VN-top zich altijd heeft verzet. New York wijst ter verdediging van beschuldigingen van incompetentie op achterblijvende donaties van het Westen.

Volgens Westerse VN-diplomaten zou er een nieuwe hulpcoordinator moeten komen die bevoegdheden krijgt die verder reiken dan de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, UNHCR. Zij bepleiten nauwere samenwerking t particuliere hulporganisaties en met het Internationale Rode Kruis. Daaraan heeft het bij de hulpacties voor de Koerden ontbroken. Medewerkers van UNHCR vrezen dat het Westerse plan hun taken zou ondermijnen, juist nu met een kleiner budget meer vluchtelingen dan ooit (zestien miljoen wereldwijd) een beroep doen op de organisatie. Er gaan geruchten dat Westerse donorlanden eerst hun plannen voor een nieuwe opzet willen doordrukn, voordat zij nieuwe toezeggingen doen voor noodhulp aan Irak.