Omroepbijdrage

Steven de Winter houdt een pleidooi voor het afschaffen van de omroepbijdrage (NRC Handelsblad, 22 mei). Zijn argument, dat ik daarmee moet betalen voor uitzendingen van anderen dan die in mijn lijn liggen, houdt geen steek.

Het probleem ligt elders. Als er financiele moeilijkheden zijn, dan komen die op de eerste plaats door het feit, dat mensen betalen voor edood ding. Zij kopen een toestel, dat volmaakt waardeloos is, tenzij er door uitzending iets ingestopt wordt.

De verschillende amateurs - of ze rooms, christelijk, liberaal, socialist, vrij-denker of wat ook waren - bleken zo enthousiast met die zeepkist, dat ze er op eigen kosten programma's in stopten. Daarbij waren ze zelfs bereid te betalen voor het technische instrumentarium, dat dat mogelijk maakte. Een technisch instrumentarium, dat door dezelfde mensen gemaakt wordt, die het dode kastje maakten.

In plaats van bij de aoop van het dode kastje een prijs te bedingen, die ook de technische overdracht naar dat kastje toe mogelijk maakte; hebben Philips en Erres en Telefunken gretig gebruik gemaakt van de gretigheid tot zendingswerk. En nu zitten we met een omroepbijdrage, die voor een belangrijk deel besteed moet worden aan de technische kosten van overdracht.

Zou het hele niet-programmatische deel uit een bestemmingsheffing bij aankoop van het toestel worden betaald; dan bleef uit de omroepbijdra het zuiver programmatische deel over. Dan zouden de financiele overzichten er heel anders uitzien.

Ook dan zouden twee tv-publieksnetten meer dan genoeg zijn, maar de kwaliteit zou dan aan het produkt gewijd kunnen worden en niet aan de investering in onroerend goed of in technische vernieuwing, die in wezen de pendant is van de ontwikkeling van de dode kastjes.

De omroepbijdrage is een programma + bijdrage. De omroepbijdrage is geen middel om fabrikanten gratis aan inhoud van hun apparatene helpen.