Oberlander

In 'Oberlander is still going strong' (NRC Handelsblad, 31 mei) schrijft Martin van Amerongen over het in 1960 te Oost-Berlijn gevelde vonnis tegen de Westduitse minister Oberlander, die alsgevolg daarvan moest aftreden: “De rechtspleging in de voormalige Duitse Democratische Republiek verliep ongetwijfeld niet altijd even vlekkeloos. Maar aan de rechtsgeldigheid van het vonnis over Oberlander, verantwoordelijk voor de massamoord op de joodse bewoners van het Poolse Lemberg, twijfelde en twijfelt eigenlijk niemand.”

De eerste geciteerde zin is een eufemisme, de tweede is gewoon uit de duim gezogen. Al op 13 februari 1960 verscheen in Vrij ederland een artikel 'De achtergronden van de zaak-Oberlander'. Hierin werd gesteld dat van Duitse zijde niet Oberlander, maar de SS-officier Schongarth (die in het laatste oorlogsjaar nog het bezette deel van Nederland zou terroriseren) verantwoordelijk was voor het Lembergse bloedbad van 1941. De bekende Simon Wiesenthal kwam later tot de conclusie dat niet Oberlander, maar een andere SS-officier de ware schuldige was: de in 1945 via Spanje naar Argentinie gevluchte Walter Kutschmann. En in 1975 deelde het hoofd van de Poose commissie voor de opsporing van nazi-misdaden mee dat de desbetreffende beschuldiging tegen Oberlander ongegrond was.

Van Amerongen kan dan nog wel alleen 'onze macabere landgenoot' Joop Zwart aan de rechtsgeldigheid van het Oostberlijnse vonnis laten twijfelen en die man vervolgens in de zwartste kleuren afschilderen, maar dat is natuurlijk een retorische truc van niets.