MAX VAN PRAAG 1913-1991; Een welluidende romanticus

Max van Praag, gisternacht op 77-jarige leeftijd overleden, was in de jaren vijftig bij uitstek de zanger van het populaire Nederlandse lied. In de populariteitsverkiezingen van het toonaangevende blad Tuney Tunes eindigde hij regelmatig als eerste of tweede - steeds in competitie met Eddie Christiani, die met zijn gesyncopeerde zang een iets jonger publiek aansprak. Van Praag was welluidender en zijn repertoire melodieuzer; tot zijn grootste successen behoorden Als de klok van Arnemuiden, Eenmaal zal ik je weer ontmoeten en het weemoedige Zilv'ren draden tussen 't goud.

Hij was de zoon van een pianohandelaar en won in 1936 een amateurwedstrijd met een Louis Davids-imitatie, die hem een contract met de VARA opleverde. Tijdens de bezetting organiseerde hij voorstellingen voor joodse kinderen, vaak samen met het swingende duo Johnny & Jones, tot dat niet langer mogelijk was. Hij dook onder en overleefde. Na de oorlog begonnen zijn gloriejaren als radiozanger, begeleid door het accordeonorkest van Jan Gorissen of de organisten Cor Steyn en Johan Jong. Met hen maakte hij - eveneens voor de VARA - talloze tournees, waarbij de vrouwelijke fans zich verdrongen voor zijn kleedkamer. “Ik heb helemaal geen geweldige stem,” zei hij, “maar wat ik zing, is duidelijk verstaanbaar. Alle liedjes kunnen de mensen direct in zich opnemen.”

Toen hij zich te oud vond voor het romantische genre, richtte hij zich op het in ere herstellen van vooroorlogse nummers die ten onrechte werden beschouwd als smartlappen: “De liedjes van Dirk Witte, de oudere liedjes van Davids, van Willy Derby, het zijn voor mij allemaal uitingen van oprecht volkssentiment.” Toch kwam in 1964 zijn afscheid van de microfoon, hij moest wijken voor de door hem verfoeide popmuziek. Maar intussen had hij in Utrecht de eerste van een reeks platenwinkels geopend, waardoor het hem iets makkelijker viel dat zijn zangcarriere beeindigd was. Zijn broer Jaap, die altijd door het leven was gegaan als “de broer van Max”, werd bekend als Ajax-voorzitter - en naarmate Max in de vergetelheid raakte, werd hij “de broer van Jaap”.

Al in 1956 had Max van Praag, samen met zijn platenmaatschappij, het initiatief genomen voor het jazz-festival in het botenhuis van jachthaven Van Dijk in Oud-Loosdrecht, dat uitgroeide tot het belangrijkste concours voor jonge jazz-musici. Maar voor zijn bewonderaars, die met jazz geen enkele affiniteit hadden, bleef hij de zanger die zoetgevooisd en recht uit het hart de liedjes zong waarmee ze in de jaren vijftig weer schik in het leven kregen.