Marijke Koger: Gezellige happenings, iedereen was gelukkig

Deze maand is het precies vijf en twintig jaar geleden dat de jaren zestig in Nederland tot een hoogtepunt kwamen. In Vietnam werd heig gevochten om de stad Hue, avond aan avond werden rondom het Lieverdje 'happenings' gehouden en op 14 juni ontstond een klein oproer in Amsterdam dat uiteindelijk leidde tot het aftreden van de hoofdcommissaris en de val van burgemeester Van Hall. Wat is er van de toenmalige hoofdpersonen geworden? In de vierde aflevering van deze serie 'de hippest chick in town': Marijke Koger

ROTTERDAM, 11 JUNI. “De din gen die wij dede, shockeerden Nederland louter en alleen omdat ze nieuw waren”, beweert ze.

“Wat eigenlijk heel raar was, want er was niets nieuws onder de zon. We brachten het hooguit in een andere verpakking.”

Maar die andere verpakking was al genoeg om Nederland achterover te doen slaan. De vreemdsoortige uitdossingen van Marijke Koger, haar felgekleurde schilderijen, haar echtgenoot Simon Posthuma die haar naakte lichaam met verf beschilderde en niet in de laatste plaats haar geruchtmakende naaktfoto's zorgden voor de nodige ophef aan het begin van de jaren zestig.(P) Aan de andere kant van de telefoon klinkt een schaterlach, tot een krakerig geheel vervormd door de lange afstand die de lach moet overbruggen. Marijke Koger (47), ooit 'the hippest chick in town', woont tegenwoordig op een boerderij buiten Los Angeles, Verenigde Staten. “Los Engelos”, zoals ze zelf op z'n Amerikaans knauwt. Meer dan twintig jaar geleden verliet ze definitief haar geboorteland Nederland, om er vervolgens nooit mee terug te keren. De moedertaal is ze, op een paar woorden na, vergeten.

'The Hippest Chick in Town' was een bijnaam die Simon Posthuma voor haar verzon. Hij noemde haar ook wel eens 'The Blue Lady', nadat hij een hemelkleurig, driedimensionaal portret van haar had gemaakt. Marijke Koger zette indertijd de modetrend in Amsterdam. “Ik werd genspireerd door boerenkleding en de orientaalse levenswijze. Mijn kleding reflecteerde de geschiedenis van andere culturen. Ik weet nog goed dat ik op mijn dertiende muurschilderingen uit Mexco zag.

Die waren zo groot dat ze buiten het Tropenmuseum stonden. Die muurschilderingen maakten een enorme indruk op me.''

Ze is er trots op dat ze haar kleren altijd zelf maakt. Nooit ging ze naar de winkel om broeken, rokken of truien te kopen.

“Als ik stof nodig had, trok ik desnoods de gordijnen van de rail”, grinnikt ze. Het pakhuis van Spijer op het Waterlooplein, waar de eerste spijkerkleding aanvankelijk wegens de goedkoopte en later wegens het feit dat het (in'

was, werd gekocht, kan ze zich nog vaag herinneren. “Was dat niet die winkel met al die poppen voor het raam? Nee, daar heb ik nooit iets gekocht.”

Zodra het gesprek op haar naaktfoto's komt, stopt het gegiechel aan de andere kant van de lijn abrupt. “Wat is dit eigenlijk? Willen jullie een sensatie-verhaal maken? Iedereen heeft het altijd over die naaktfoto's, maar dat was maar een klein onderdeel van wat Simon en ik deden.” Ze dreigt de hoorn op de haak te gooien, maar kbbelt even later terug.

“Als ik met Hollanders praat heb ik altijd het gevoel dat ze willen dat ik me schaam voor die foto's. Terwijl dat nergens voor nodig is. John Lennon en Yoko Ono trokken ook hun kleren uit, daar is toch niets raars aan?” Daarbij heeft ze, op z'n Hollands gezegd, 'just skijt' aan de mening van andere mensen.

Het pleeggezin waar Marijke opgroeide heeft nooit serieuze moeilijkheden gehad met de dolle aspiraties van de pleegdochter. “Ze vonden het juist erg interesant. Bovendien was ik zeer eigenwijs, ik deed gewoon wat ik wilde. Dat is het leuke van het Hollandse volk, ze zijn zo tolerant. Hoewel ik heb gehoord dat dat de laatste tijd ook wel meevalt. Nederland is wel erg extreem in dat soort opvattingen.”

Hoewel Marijke al twintig jaar niet meer in Nederland is geweest, weet ze zeker dat ze het nu zal haten. “Al die vervuiling, overal te vel mensen in de straat. Het leven in Amsterdam zal vast en zeker veranderd zijn. Het is een rat-race, denk ik, net zoals overal ter wereld.”

Toch kijkt ze tevreden op haar jeugd in Amsterdam terug. Toen ze in 1965 naar Athene vertrok, was dat niet uit onvrede. Ze had het immers leuk in Neerlands hoofdstad. “De happenings waren reuze gezellig en we maakten de mooiste schilderijen.

Iedereen was gelukkig. Daarnaast maakte ik op commerciele basis onder meer mode-illustraties voor de Bijenkorf. Ik verdiende zoveel geld dat ik vanaf mijn achttiende jaar in een Jaguar rondreed.” De reden voor haar vertrek aar Griekenland was doodeenvoudig een goede baan bij een advertentiebureau in Athene. Daarna bleef het vreemde haar trekken: “Sommige mensen blijven hun hele leven thuis en anderen moeten nu eenmaal de wereld in. Simon en ik behoorden tot dat laatste soort.”

Na Athene verhuisde het echtpaar naar Londen, waar ze Brian Epstein ontmoetten. Epstein was in die tijd manager van een succesvol popbandje. Marijke en Simon werden voorgesteld aan vier langharige jongens en nodigden twee van hen, een zekere Paul McCarthy en ene John Lennon, thuis uit. “We blew their minds out with our art.”

Later ontstond er een speciale vriendschapsband met John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono. Marijke beschilderde de piano van Lennon en maakte samen met Simon muurschilderingen in het huis van George Harrison. Het gebouw van de platenmaatschappij Apple onderging een grondige face-lift toen het kunstzinnige echtpaar zowel binnen- als buitenkant 'opnieuw ontwierp'.

Vanaf die tijd is Marijke haar geboorteland uit het oog verloren. Veertien juni 1966, de dag dat het in Amsterdam tot een escalatie kwam en het gebouw van De Telegraaf werd bestormd, kan ze zich slechts vaag herinneren. Eigenlijk weet ze niet meer of ze die zomer in Athene, Spanje of Londen doorbracht.

En het maakt haar niet zoveel uit. Ze vindt het belangrijker om over haar leven op de Amerikaanse boerderij met haar Amerikaanse echtgenoot en haar huidige schilderijen te praten.

Toen was toen, maar nu is nu. Kan ze niet wat foto's van haar recente werken sturen? Ze wil ook exposeren in Nederland, maar dan moet ze eerst een sponsor vinden. En een oppas voor haar paarden, want die kan ze niet zomaar achterlaten.

Ze wil over het heden praten, over de jeugd van tegenwoordig. Er broeit iets, ze kan het ruiken en zien als ze in Los Angeles over straat loopt. “Deze jeugd is niet ingeslapen of braaf, maar ieder decennium heeft zijn eigen kenmerken. Het ideevan de jaren zestig komt nu terug. Kijk maar naar al die kleurige kleding van de jongeren en de felgekleurde schilderijen. Wederom geeft het niets nieuws onder de zon.”

“Mensen hebben tegenwoordig weer die positieve houding ten opzichte van de gebeurtenissen. Dat is goed, want je kan nog altijd beter lachen dan huilen. Alleen lijkt de muziek deze keer een beetje achter te blijven. Ik hou van instrumentale New Age-muziek en heavy metal, niet van popgroepen die de Beatles proberen te imiteren. The Beatles waren uniek, eenmalig. Die tijd is voorbij. Het wachten is op een nieuwe groep die niet de muziek maar het succes van The Beatles kan evenaren.”