Krantenbaronnen bestendigen verschil tussen 'Ossies' en 'Wessies'; Afgrijzen wekte de kop 'Pats, pats die zit!' toen Helmut Kohl in Halle met eieren werd bestookt

BERLIJN, 11 JUNI. In de slag om de Oostdutse lezer van kranten en tijdschriften, waarbij Westduitse persconcerns hoge bedragen betalen voor de overname van Oostduitse bladen, of nieuwe oprichten om deze met dumpprijzen en geldverslindende reclamecampagnes een plaats op de markt te geven, is het eerste slachtoffer gevallen: het Oostduitse dagblad Der Morgen verschijnt vandaag voor het laatst.

Het Westduitse Axel Springer-concern, dat de 'kwaliteitskrant'

onder de Oostduitse bladen, onder andere brenger van bijna alle primeurs over de Stasi, vorig jaar overnam van de liberale partijen in de DDR, is niet bereid nog verder geld te steken in Der Morgen, waarvan de oplage tot 20.000 exemplaren zou zijn teruggelopen.

Datzelfde Springer-concern is inmiddels een van de voornaamste bieders bij de overname van vijftien regionale kranten in de DDR, die dezer dagen door de Treuhan, de trust die het Oostduitse bedrijfsleven privatiseert, te koop worden aangeboden. De meeste daarvan, tot vorig jaar eigendom van de communistische partij SED, verschijnen in oplagen van honderdduizenden op minderwaardig krantenpapier en ouderwetse hoogdrukprocedes. Hun waarde is, ondanks de noodzaak van omvangrijke technische investeringen, de afgelopen maanden sterk gestegen door de ervaring dat Westduitse dagbladen in de voormalige DDR nauwelijks lezers vinden.

Met name het Springer-concern, waarvan het vlaggeschip het Westduitse boulevardblad Bildzeitung is, heeft de afgelopen maanden leergeld betaald. Aanvankelijk was Bild een eclatant succes op de Oostduitse markt, naar wordt aangenomen omdat de naam een grote naamsbekendheid genoot in de voormalige DDR, en Bild met juichende, patriottische koppen de vorig jaar nog zeer populaire gedachte van Duitse eenheid steunde. Van die juichstemming is, nu een derde van beroepsbevolking in Oost-Duitsland zijn baan heeft verloren, echter niet veel meer over. De oplage van Bild in dit landsdeel is, volgens kenners van de branche, van een miljoen exemplaren vorig jaar inmiddels met enkele honderdduizenden gedaald, en de lezers keren Bild de rug toe ten gunste van hun 'eigen', Oostduitse kranten.

Daaronder is sinds vorige maand ook Superzeitung, het meest opvallende investeringsprojekt tot nu toe op de Oostduitse mediamarkt. Super is een gezamenlijke uitgave van het Burda-concern, bekend van het gelijknamige modeblad en het weekblad Bunte, en de Australische mediatycoon Rupert Murdoch.

Burda had het afgelopen jaar een onverwacht succes met het op de Oostduitse lezer toegesneden weekblad Super-Illu, dat vooral uitblinkt in het afdrukken van vrouwelijk bloot bij 'voorlichtende' verhalen over prostitutie, groepssex en andere sexuele praktijken waarover de Oostduitse krantelezer in de DDR-tijd in het ongewisse is gelaten. Super-Illu verkoopt nu elke week een miljoen exemplaren.

Bij Burda trok men de conclusie dat er ook toekomst is voor een speciaal voor Oost-Duitsland geproduceerd dagblad van populaire snit, en dat is dan de Superzeitung, die een blad 'voor en door Oostduitsers' heet te zijn. In werkelijkheid geldt dat vooral voor de drukkers, die de 350.000 uitgezette exemplaren vervaardigen in een voormalige fabriek van betonplaten in Oost-Berlijn, op door Rupert Murdoch uit Schotland ingevoerde persen. De redactie bestaat voornamelijk uit door de wol geverfde Westduitsers.

Redactioneel bestaat de kracht van Super vooral uit het inspelen op ressentiment, de manier waarop in het verleden Bild in West-Duitsland groot is geworden. Ressentiment ligt in Oost-Duitsland voor het opscheppen: dat de 'Wessies' hun Oostduitse landgenoten verachten, uitbuiten en bedriegen bijvoorbeeld, dat de Oostduitsers in het nieuwe Duitsland burgers van het tweede garnituur zijn. De pagina's van Super zijn een getrouwe afspiegeling van deze langs de weg van marktonderzoek vastgestelde gevoelens. De krant maakte in een van de eerste nummers openhartig melding van de voldoening in het plaatsje Bernau, toen daar een zich hooghartig gedragende Westduitser door onbekenden was vermoord. Van freudiaans gehalte was het verhaal over een Oostduitse man die, naakt, door een Westduitse vrouw was 'uitgelachen' en vervolgens neergestoken.

De twijfel over de Ossie-rol-bevestigende inhoud van Super in Duitse politieke kring sloeg om in afgrijzen, toen Super het verslag over de rotte eieren die de toch al door populariteitsverlies getroffen bondskanselier Helmut Kohl troffen bij zijn recente bezoek aan Halle, voorzag van de kop: “Pats, pats, die zit!” Sindsdien lijkt Super enigszins gas te hebben teruggenomen. De hoofdkop was de afgelopen week meestal ontleend aan het aan schandalen en misstanden rijke DDR-verleden. “De heks Margot regeerde de laatste drie jaren”, ging bijvoorbeeld over de macht van de vrouw van partijleider Erich Honecker. Super heeft zowaar het dagelijkse weerkaartje, waarop aanvankelijk uitsluitend het voormalige DDR-gebied te zien was, vervangen door eentje van heel Duitsland.

Maar verder blijft de inhoud gericht op de 'oost-identiteit', een term die in de kolommen ook regelmatig opduikt. Dat betekent, behalve een forse portie vrouwelijk schoon en sexuele voorlichting, een dagelijkse 'banenbeus' en aandacht voor concrete gevallen van achterstelling van Oost- bij Westduitsers, in het aantal minuten die het duurt voordat de ziekenwagen bij een hartaanval arriveert bijvoorbeeld. En verder eert Super vrijwel dagelijks de intellectuelen die in 1989 actief waren bij de omwenteling in de DDR, en die hier “helden van de Wende” heten. Sinds Bild (in Super meestal 'het blad uit Hamburg' genoemd) heeft geschreven dat ook de dirigent Kurt Mazur uit Leipg contacten met de geheime dienst Stasi had, wordt Super niet moe verontwaardigde reacties op dit soort 'heksenjacht' te publiceren.

Bij het 'blad uit Hamburg' reageerde men op Super'aanvankelijk met hooghartige verontwaardiging over het onvaderlandslievend karakter van 'oost-geschrijf'. Maar inmiddels is ook bij Bild het roer om: aan een speciale Oostduitse editie wordt gewerkt, en de verkoopprijs in Oost-Duitsland gaat omlaag. Want de krantenorlog is ook een prijsoorlog: Super kost maar dertig pfennig (ongeveer 35 cent), een bedrag waarbij geen rendabele exploitatie mogelijk lijkt. In Berlijn opereert nog een derde dagblad op de 30-pfennigmarkt, de aloude BZ am Abend, inmiddels tot Berliner Kurier omgedoopt. Het Westduitse persconcern Gruner+Jahr, dat de krant vorig jaar van de communistische partij SED-PDS had overgenomen, heeft de afgelopen maanden al enorm genvesteerd in dit van oorsprong lokale sufferdje. In het licht van de toenemende conurrentie zijn de investeringen nu kennelijk verveelvoudigd: er is nauwelijks nog een straathoek of metrostation in Oost-Berlijn zonder een reclamebord en in hagelwit geklede verkoper van de Berliner Kurier, en de krant komt nu zelfs twee keer per dag met een volledig nieuwe editie uit.

Ook Gruner+Jahr is tot de conclusie gekomen dat de weg naar het hart van de Oostduitse lezer loopt langs speciaal voor hem uitgebrachte bladen. Toen ht weekblad Stern, het vlaggeschip van de onderneming dat een redelijk journalistiek niveau koppelt aan geavanceerde fotografie en opmaak, in de voormalige DDR in het geheel niet bleek aan te slaan, creeerde Gruner+Jahr het weekblad Extra. Ook dit weekblad biedt veel rijk geillustreerde sexuele voorlichting, en een stevige portie 'oost-chauvinisme'.

Zo is Extra een actie begonnen waarbij prominente Oostduitsers de bevolking oproepen bij voorkeur in Oost-Duitsland geproduceerde waren te kopen, ten einde de werkloosheid te estrijden. En het blad ontpopt zich als tegenstander van de opheffing van de voormalige DDR-televisie, die eind dit jaar zou moeten verdwijnen. Ook hier komen de helden van de 'Wende'

aan het woord: “waarom het verkeerd is, een Wessie te willen worden”, belooft de kop boven een interview met een voorman uit de Oostduitse burgerbeweging.

Geen van de betrokken uitgeverijen is op dit moment bereid iets te zeggen over de werkelijke betaalde oplagen van hun uitgaven. De grote strijd op de Oostduitse kranten- en bladenmarkt moet immers nog beginnen. Verliezers zijn, behalve de redacteuren van Der Morgen die van hun uitgever gisteren plotseling te horen kregen dat de krant van vandaag de laatste is, tot nu toe ook de meer serieuze Westduitse kranten en tijdschriften, die hun oplage door de Duitse eenheid nauwelijks zien vergroot. Een merkwaardig fenomeen is dat de communistische partijkrant Neues Deutschland, waarvan iedereen aannam dat die bijzonder geat was, nog altijd 140.000 exemplaren per dag afzet.

De adverteerders zijn inmiddels enthousiast over het ontstaan van de gescheiden bladenmarkt in Duitsland. De Oostduitse lezer blijkt namelijk ongevoelig voor de Westduitse reclame-strategieen, waarbij nauwelijks nog een produkt wordt verkocht, maar meer het imago rondom een produkt. De Oostduitse lezer wil geen light-sigaretten, of verleidelijke dames bij body-lotion, of auto's in een berglandschap die tegende ondergaande zon inrijden. Hij wil een duidelijke foto van een pompstation met pompende pompbediende, en daaronder flink wat tekst over de vraag waarom je eerder Esso moet tanken dan iets anders.

De Duitse persdeling maakt het mogelijk de Oostduitser die advertenties onder ogen te brengen in organen die hij als 'de zijne' beschouwt. Het Westduitse grootkapitaal als bestendiger van de verschillen in Oost- en West-Duitsland - wie had dat een jaar geleden bij de invoering van de D-mark kunnen denken?