Jean Gimpel, strijder tegen anti-vervuilers en nostalgie; 'In 1090 was het warmer dan nu'

“Ik houd van vrouwen en technologie, in die volgorde.” Jean Gimpel, autodidact medievist en publicist, is een man van contrasten. Fransman, maar woonachtig in Londen. Afkomstig uit een geslacht van kunsthandelaren, doch allergisch voor kunstenaars. Verslaafd aan televisie en faxmachines, maar ook dol op middeleeuwse schroefpompen. Was ooit adviseur van de UNEP, de milieu-organisatie van Verenigde Naties, maar heeft inmiddels de aanval geopend op anti-vervuilers. Dat laatste doet de Fransman in een boek waaraan hij op dit moment de laatste hand legt, The Waning Of The High Tech World.

Volgens Gimpel dreigt het westen zijn voorsprong op het gebied an de geavanceerde technologie te verliezen en krijgt de nostalgie de overhand. Computers verdwijnen ongebruikt in kartonnen dozen, huizen worden weer van baksteen gebouwd en de propeller komt weer terug. Dat alles zou volgens de Fransman, die in de jaren dertig al eens tevergeefs heeft geprobeerd om in zijn geboorteland de elektrische vliegenmepper te introduceren, het resultaat zijn van de om zich heen grijpende 'milieukoorts'. Milieu-activisten zouden een remmende invloed hebben op de welvaart, schrijft Gimpel, ie een heel hoofdstuk van zijn boek zal wijden aan de vraag of we niet door 'milieu-nostalgen' worden gehersenspoeld. Broeikaseffect, ozonlaag, zure regen, lucht- en bodemvervuiling, is de soep eigenlijk wel zo heet als zij wordt opgediend?

The Waning Of The High Tech World is niet Gimpels eerste controversiele boek. In Contre l'Art et les Artistes beschrijft de Fransman zijn afkeer van kunstenaars. In zijn Londense flat hangt nog slechts een (vervalst) schilderij, een portret vn Marie Leczinska, de vriendin van Louis XV. Gimpel vindt kunst het symbool van een kwijnende welvaart, en roept Lorenzo de Medici in herinnering. Die wist Florence naar het toppunt van macht te voeren, maar bleef ook met kwistige hand geld uitgeven aan schrijvers en beeldend kunstenaars als Botticelli en Michelangelo. Het gevolg was dat na diens dood de Medici en Florence een periode van verval beleefden.

Het zou niet bij deze ene aanval bijven. Tijdens een lezing in Milaan ontmaskerde Gimpel, die voor dit soort gelegenheden meestal een extra levensverzekering laat afsluiten, uitvinder Leonardo da Vinci als een man die al zijn briljante ideeen aan boeken van anderen ontleende. In Nairobi bepleitte Gimpel de degradatie van mannen en bij de UNESCO drong hij onlangs aan op een Hippocratische eed voor wetenschappers. Gimpel: “De wetenschap is een vrijmetselarij. Mensen als Galileo, Pasteur, Corpernicus en Newton werden dor eerzucht gedreven; hun werk stond op gespannen voet met de ethiek”.

Zijn kennis van middeleeuwse werktuigen kwam hem goed van pas in Afrika, waar hij ten behoeve van arme boerengemeenschappen primitieve en water- en graanmolens liet bouwen. Enkele van die molens zullen dit jaar te zien zijn in het nieuwe wetenschapsmuseum La Villette in Parijs.

Gimpels belangstelling voor de middeleeuwen beperkt zich niet tot de techniek. De geschiedenis, zo meent de Fransman, ontwikkelt zich volgens een cirkelgang van opgaan, blinken en verzinken. Wat in het verleden geschiedde, zal zich in de toekomst herhalen. Gimpel ziet overeenkomsten tussen de (gelovige) ondernemer Henry Ford en de Cistercienzers, leden van een kloosterorde die de eerste aanzet zou hebben gegeven tot het kapitalisme, maar ook tussen milieubeschermers en Marie-Antoinette, die in het Park van Versailles een tuin liet inrichten, waarin de gehele natuur zinnebeeldig werd voorgesteld. Uiteindelijk moest ze dit kinderpeelgoed met haar kroon en haar leven betalen.

Net als Marie-Antoinette verlangen milieu-activisten volgens Gimpel naar de terugkeer van een mythisch verleden, een landelijk utopia. In de jaren zeventig demonstreerden Amerikaanse actievoerders tegen de dumping van afval in de rivier Mahoning door een staalfabriek in Ohio. Zij beweerden dat de rivier ooit rijk was geweest aan forel. Het had weinig gescheeld of duizenden arbeidsplaatsen warenverloren gegaan.

Uiteindelijk werden de actievoerders met de neus op de feiten gedrukt: er had nooit forel in de rivier gezwommen.

Milieu-activisten die nog durven te beweren dat er zoiets als een 'broeikaseffect' bestaat, weten volgens Gimpel niet waarover zij praten. Duizend jaar geleden was het op aarde heel wat warmer dan tegenwoordig. Groot-Brittannie was zelfs rijk aan wijngaarden. Daarna ging Europa de kleine ijstijd in: een periode met ondragelijke ijswinters en dichtgesneeuwde Alpenpasse. Al in 1492 maakte Paus Alexander VI zich zorgen over de bevriezing van de zee rond Groenland; tachtig jaar lang kon er geen priester meer komen. Sinds 1800 is de temperatuur weer opgelopen: reeds in de jaren dertig was het op Spitsbergen gemiddeld negen graden te warm. Tussen 1950 en 1970 is het opnieuw kouder geworden. Allemaal ontwikkelingen die volgens Gimpel niets te maken kunnen hebben met de uitstoot van schadelijke kooldioxyden.

Grootschalige boskap schadelijk voor het milieu? Ook al niet waar, beweert Gimpel. In de middeleeuwen was de houtschaarste zo groot dat de meeste mensen zich geen (houten) doodskist konden permitteren. De kist moest worden verhuurd en werd na de begrafenis opnieuw gebruikt. Niemand kwam tegen de hoge houtconsumptie in het geweer. Dat was ook niet nodig, want tijdens economische crises groeiden de bomen gewoon weer aan.

Dat gebeurde na de val van Rome en in Frankrijk, dat nu zelfs meer bossen telt dan in 1300.

Nee, vergeleken met vroeger leven we volgens de Fransman in een paradijs. Al in 1257 moet koningin Eleanor de toenmalige Britse hoofdstad Nottingham zijn ontvlucht vanwege de rookoverlast. In de middeleeuwen werden de rivieren aanhoudend vervuild door de bloeiende looi-industrie. In 1632 raakte de Seine verstopt met de kadavers van meer dan 260.000 geslachte dieren. In 1273 moest in Londen, dat in een dichte rook van vette kolen hing, de eerste wet op de luchtverontreiniging worden itgevaardigd. Nog in 1952 stierven in een dichte Londense rooksluier vierduizend personen aan verstikkingsverschijnselen.

Gimpel vindt dan ook dat de kruistocht voor een beter milieu zich zolangzamerhand heeft ontwikkeld van een goedaardige allergie tot een epidemie. Alleen op het punt van kernenergie sympathiseert de Fransman met de 'milieu-nostalgen'. “Er is niets in de oude geschiedenis dat vergelijkbaar is met de ontwikkeling van kernreactoren”, zegt Gimpel. “We kunnen anno 1991 nog altijd de runes bewonderen van Mesopotamie, Egypte en Rome, stuk voor stuk beschavingen die zichzelf ten gronde hebben gericht, maar Tsjernobyl....?”