Jaar extra bepleit voor aio's Letterenstudies

ROTTERDAM, 11 JUNI. Afgestudeerden uit de eerste fase zouden eerst een eenjarige vooropleiding tot onderzoeker moeten volgen voordat zij als assistent-in-opleiding (aio) worden aangesteld. Als aio kunnen zij zich dan concentreren op hun promotie-onderzoek. Die vooropleiding zou alleen mogen worden gevolgd door degenen die de eerste fase in hooguit 4,5 jaar hebben afgerond.

Dit schrijft de commissie Geesteswetenschappen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in een advies aan minister Ritzen (onderwijs) over het aio-stelsel in de geesteswetenschappen (letteren, theologie en wijsbegeerte).

De vooropleiding is volgens de commissie nodig omdat het anders onmogelijk is in vier jaar met succes het promotie-onderzoek af te ronden. Voordat aio's daaraan kunnen beginnen moeten ze over een aantal “fundamentele vaardigheden beschikken” en op de hoogte zijn “van de wijze waarop wetenschappelijk onderzoek op methodologisch verantwoorde wijze wordt opgezet en uitgevoerd”.

De commissie vindt ook dat de aio niet als werknemer moet worden aangesteld maar als een 'graduate'-student moet worden beschouwd, die dan ook studiefinanciering moet krijgen. Dan houden de universiteiten meer geld over voor hun vaste wetenschappelijke staf. Hoe groter die is, hoe meer aio's na hun promotie een aanstelling aan de universiteit kunnen verwerven, meent de commissie. Bovendien neemt bij een grotere staf de kans toe dat promovendi een betere begeleiding krijgen. Volgens de commissie is aan veel faculteiten de verhouding tussen senior-docenten en aio's verstoord: er zouden te veel aio's zijn aangesteld.

De geesteswetenschappen zijn ook niet erg gediend met onderzoekscholen, schrijft de commissie. Deze vreest dat het onderzoeksklimaat wordt verstoord door de voortdurende veranderingen. Zij vindt dat kan worden vol(J)staan met de al bestaande, veelvormige aio-netwerken.