Irritatie rondom Defensienota; Van den Broek blijkt felste verdediger van plannen van Defensie

DEN HAAG, 11 JUNI. Als een renpaard had hij zich buiten het parcours urenlang warm gedraaid. Om kwart over elf was het overleg over de Defensienota in de Tweede Kamer gisterochtend begonnen maar om vijf over half negen 's avonds mocht minister Van den Broek van buitenlandse zaken pas de volle arena in. Toen hij eindelijk aan het woord kwam was het meteen raak.

“Je kunt niet ongestraft allerlei beslissingen telkens op de lange baan schuiven. Op die manier kunnen we niet handelen tegenover het bondgenootschap. Op die manier kunnen we niet handelen tegenover het eigen Nederlandse personeel. Evenmin ten opzichte van de operationele staf op Defensie dieeen geweldige klus moet klaren.”

Van den Broek maakte korte metten met de eis van de fractie van de Partij van de Arbeid ook na 1995 verder op Defensie te bezuinigen. “Er ligt nu een nota op tafel die bij verdergaande bezuinigingen gevoegelijk kan worden ingetrokken.” Voor de zoveelste keer had minister Ter Beek, de echte minister van defensie, het nakijken. Die zat met zijn inmiddels traditionele loyaliteitsproblee. Wie moest hij te vriend houden: zijn partij of zijn generaals.

Dus ontpopte Van den Broek zich even als minister van defensie. Wederom. Tijdens de Golfcrisis had Van den Broek op de televisie een paar keer achter elkaar de militaire inzet van Nederland aangekondigd. Over het sturen van Patriots en bemanningen naar Israel raadpleegde hij zijn collega op Defensie niet. In het openbaar noemde hij keer op keer verdere bezuinigingen op Defensie onverantwoord terwijl hij er toch later ook mee instemde. (E)Wie spreekt hier eigenlijk voor de regering vroeg VVD-woordvoerder Weisglas pesterig?

“Merkwaardig dat de eerste ondertekenaar van de Defensienota (Ter Beek, red.), die kei- en keihard door zijn eigen fractie is aan- en afgevallen de verdediging van die nota overlaat aan de minister van buitenlandse zaken. Het siert minsiter Van den Broek dat hij het doet”, aldus Weisglas die zich wat rossig aangelopen verkneukelde.

Ter Beek sputterde wat tegen: “Er is inderdaad geen woord Frans bij. Ik heb niet de indruk dat ik op enig moment afstand van de Defensienota heb genomen.” Maar de toeschouwers in de broeierige arena, vertegenwoordigers van belangengroepen, lobby's van de defensie-industrie, generaals en admiraals die nu eindelijk hom of kuit wilden hebben, voelden zich vooral bemoedigd door de krachtige taal van Van den Broek. Als Nederland naar zijn mening een groot land onder de kleinen wil zijn en internationaal zijn mannetje wil staan bij crises waar dan ook dan moet Nederlnd een krijgsmacht hebben die je erop uit kan sturen. Dan moeten budgettaire overwegingen nooit de overhand krijgen anders heb je geen wapen meer in handen om je diplomatieke taal geloofwaardig te maken. Om tenslotte vlak voor elf uur de laatste mogelijke twijfels weg te nemen: “Een ding staat vast: de Defensienota wordt ingetrokken bij verdergaande bezuinigingen. Wat dat voor het kabinet kan betekenen, kunt u wel raden.”

Ter Beek slaat eindelijk flauwtjes trug: “Voor wat er met de Defensienota gebeurt, ben ik natuurlijk in de eerste plaats verantwoordelijk.”

Ter Beek lijkt tevreden met zijn interventie, maar de schade is toegebracht. Naar buiten toe blijft hij optimistisch over de afloop van het debat maar terug op ministerie gromt hij.

Wat stond die Van den Broek eigenlijk voor ogen? De verhouding van de coalitiepartners was door zijn optreden nodeloos op scherp gezet. Waarom moest er zoveel irritatie ontstaan. Daar was niemand meegediend, laat hij zijn medewerkers nog voor het slapen gaan weten.

Ook in de fractie van het CDA blijft de vraag hangen waarom minister Van den Broek Ter Beek zodanig te hulp sprong dat hij hem bijna vermorzelde. Ziet Van den Broek soms nieuwe bezuinigingen op Defensie afkomen en sprak hij indirect ook minister Kok van Financien aan en premier Lubbers naast de fractie van de Partij van de Arbeid? In elk geval was hierdoor de broze relatie met de PvdA wel erg op de proef gesteld.

Vos (PvdA) raakt in ieder geval niet overtuigd: “Mijn uitgangspunt is: als je het tot '95 laat lopen en er niet gebeurt wat ik veronderstel (verdere bezuinigingen, red.), de Defensienota mazzel heeft en de vrede misschien een beetje pech. Als je een plan op tafel legt dat voor tien jaar geldt dan is het niet verstandig om het probleem van verdere bezuinigingen nu van je af te schuiven. Dat probleem kan ontstaan en het negeren betekent niet dat je hetopgelost hebt.”

Van Middelkoop (GPV) brengt de gevoelens van de overvolle arena over: “De minister van buitenlandse zaken heeft ons verrast met een interventie, waarbij hij de hakken zo krachtig in het zand zette dat de collega's van de PvdA-fractie geruime tijd achter de stofwolken verdwenen.”

Hetzelfde overkwam minister Ter Beek.