Invoeren nieuwe pas gekoppeld aan reiskaart

DEN HAAG, 11 JUNI. De invoering van het nieuwe paspoort wordt gekoppeld aan het ontwikkelen en invoeren van een nieuwe Europese reiskaart. Dit heeft staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld.

Voordat de Europese reiskaart, die de bestaande toeristenkaart vervangt, wordt ingevoerd, moet duidelijk zijn of dit reisdocument zal samenvallen met een binnenlandse identiteitskaart. Al deze ontwikkelingen samen zijn ondergebracht in het zogeheten project Reisdocumenten. Dit project kan volgens De Graaff-Nauta pas daadwerkelijk beginnen als over de financiering is besloten in het kader van de begroting voor 1992. Het project kost 11 miljoen gulden. Het ministerie wil de nieuwe identiteitspapieren in 1994 klaar hebben.

Op dit moment bestaan het paspoort (in twee modellen: het zwarte en sinds 1989 het rode 'Europese' model) en de toeristenkaart als reisdocumenten. De toeristenkaart moet worden vervangen door de nieuwe Europese reiskaart. Naast deze reisdocumenten komt er een binnenlandse identiteitskaart voor mensen die geen behoefte hebben aan een reisdocument.

De ontwikkelingen rondom de identiteitskaart zullen de besluiten tot de Europese reiskaart volgens het ministerie benvloeden omdat volgens recente uitspraken van het Europese Hof van Justitie in Straatsburg het ook mogelijk is binnen Europa te reizen op basis van een identiteitskaart. In het voorstel van Wet op de identificatieplicht maakte de minister van justitie 4 april bekend dat mensen zich in Nederland kunnen legitimeren met een nieuw paspoort of een Europese reiskaart.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten werkt op dit moment aan een gemeentelijk legitimatiebewijs. De ministeries van justitie en binnenlandse zaken onderzoeken of dit bewijs in de Wet op de indentificatieplicht kan worden aangewezen als de binnenlandse identiteitskaart - en dus als Europese reiskaart.

De Graaff schrijft dat het nieuwe paspoort en de reiskaart moeten voldoen aan zodanige beveiligingseisen dat zij “moeilijk kunnen worden nagemaakt”. In 1988 traden minister Van Eekelen en staatssecretaris Van der Linden af ten gevolge van het mislukken van een eerder paspoortproject.