'Historische' cricket-triomf onderwerp politieke wedijver

LONDEN, 11 JUNI. De nieuwslezers op de televisie kregen, naarmate de dag vorderde, een steeds bredere grijns op hun gezicht. De beelden van Engelands eerste testmatch tegen de West-Indiers voor het thuisfront werden vocaal steeds enthousiaster begeleid. Vanmorgen staan de helden op de voorpagina van elke kwaliteitskrant: Engeland heeft na 22 jaar roemloos afgaan voor eigen publiek voor het eerst weer een vorstelijke overwinning over de West-Indiers behaald. “A very sweet win” (een wel heel zoete overwinning), was hoe captain Graham Gooch de euforie in het Britse kamp beschreef. Maar gevraagd of de West-Indiers nog steeds een bedreiging vormden voor de volgende wedstrijden in de serie test-wedstrijden, zei hij even beheerst: “O blimey, yes.”

Dat de stemming vandaag er een is, als vierde Engeland een nationale feestdag, heeft alles te maken met de diep depressief makende vertoningen die het nationale cricketteam de afgelopen jaren in internationale wedstrijden te zien heeft gegeven. Drie maanden geleden nog kwam een intens beschaamde Gooch na een zoveelste treurige afgang met zijn team van de wintertournee uit Australie terug. Als aanvoerder kreeg vooral hij de meeste kritiek te verduren en menige cricketcommentator citeerde met welbehagen Ted Dexter (voorzitter van de keuzecommissie van het Engelse testteam en voormalig BBC-commentator), die zich over Gooches aanvoerdercapaciteiten had laten ontvallen dat die te vergelijken waren met “iemand een klap in zijn gezicht geven met behulp van een natte vis”.

Vandaag noemt The Daily Telegraph hem, in het onvermijdelijke hoofdartikel (titel “Terugkeer naar de dagen van glorie”) “de captain met de innings van een held”. (Gooch scoorde een beslissende 154 not out in de tweede innings van de Engelsen).

Algemeen was voorspeld dat de wedstrijd tegen de West-Indies wel weer op een ramp zou uitlopen, maar Gooch en de zijnen schreven gisteren geschiedenis door “de meest gevreesde tegenstander ter wereld” verrassend uit te schakelen. Niet meer dan 6.000 toeschouwers op Headingley (Leeds) zagen het gebeuren, want ook cricket-enthousiasten geven toe aan hun zwakkere ingevingen bij een temperatuur die in juni maar niet boven de 12 graden wil rijzen.

De “historische overwinning” (The Independent), resultaat van de “positieve, strijdvaardige, bijna gulzige manier waarop Engeland haar tegenstanders aanpakte” (The Guardian), werd ogenblikkelijk onderwerp van politieke wedijver in het Lagerhuis. Een Tory MP diende een motie in waarin het Lagerhuis zijn dank uitspreekt, niet alleen aan het team, maar ook aan John Major en aan de minister voor sport, Robert Atkins, “voor hun inspiratie”.

Labour kon daarvoor niet onderdoen en wees erop dat de dankbetuiging niet diende te gaan naar “het Engelse team, maar naar het Britse” - kennelijk gezien het feit dat twee Zuid-Afrikanen (Lamb en Smith), een Zimbabweaan (Hick) en twee in het Carabisch gebied (DeFreitas en Malcolm) geboren spelers deel uitmaken van de manschappen van Gooch. De Labour-MP wilde ook nog zeggen dat de “belangrijkste bowler”, Stephen Watkin (5 wickets), uit Wales kwam. Over die claim brak gedempt ruzie uit, want anderen vonden Phillip DeFreitas (8 wickets twee innings), die in de Dominicaanse Republiek is geboren, de belangrijkste bowler. Maar de speaker maakte aan het hele vertoon een einde door erop te wijzen dat de regering - spijtig genoeg misschien - in de kwestie van de Engels-Britse overwinning over de West-Indies geen verantwoor(J)delijkheid heeft.