Het kostuum van de vrije jongens behoort de notaris niet te passen; Koehandel met akten dreigt

Het notariaat zal radicaal veranderen als het onlangs openbaar geworden Voorontwerp van een nieuwe Notariswet in de voorgestelde orm wordt aangenomen. De ambtelijke en degelijke notaris zal zich dan moeten omvormen tot een snelle zakenman. Zelfs notariele akten zijn dan niet veilig meer.

Wanneer de doorsnee burger naar een notaris gaat, doet hij dat voor het kopen van een huis, het sluiten van een hypotheek of om een testament, huwelijkse voorwaarden of een samenlevingsconact te maken. De notaris leest het een en ander voor, er worden handtekeningen geplaatst, soms ook door getuigen, en de klant gaat met een afschrift van de notariele akte naar huis. Waar het over ging weet hij meestal wel, maar over de exacte juridische betekenis en de regelgeving over de originele akte is de kennis heel wat vager. Op zich is dat niet erg want de burger weet dat hij een min of meer onbeperkt vertrouwen in de notaris en in diens vakmanschap kan stellen.

Hij weetok dat zijn prive-gegevens bij de notaris, die tot geheimhouding verplicht is, in veilige handen zijn.

Is dit vertrouwen terecht? Om deze vraag te beantwoorden moet eerst worden gekeken naar de regels voor notariele akten (vorm, inhoud, manier van bewaren) en het toezicht daarop (registratie, centraal testamentenregister). Er zijn strenge voorschriften waar scherp toezicht op bestaat en aan de notaris worden strenge eisen gesteld. In de eerste plaats moet hij onpartijdig zijn. Dit is nodig omd de notaris in de meeste gevallen niet voor een maar voor twee partijen optreedt, die tegengestelde belangen kunnen hebben. In de tweede plaats moet hij onafhankelijk zijn. De notaris mag niet door banden met een der partijen in een afhankelijke rol terechtkomen.

Voorts is er de eis van 'financiele gegoedheid': er passeren zo vaak grote bedragen de notariele bankrekening dat aan de verleiding om daar - tijdelijk - over te beschikken weerstand moet kunnen woen geboden. Bovendien is voldoende liquiditeit en solvabiliteit ook nodig om te voorkomen dat de notaris zich in een van clienten afhankelijke positie manoeuvreert. Tot slot geldt de algemene eis dat de notaris door zijn gedrag het aanzien van het ambt of van de beroepsgroep niet mag schaden.

Is de notaris in Nederland ook daadwerkelijk onpartijdig, onafhankelijk, financieel in orde en gedraagt hij zich zoals het hoort? Kan de burger hem met recht en rede vertrouwen?

Naar mijn mening wel. In de tariele wereld komen schandalen (daar deconfitures genoemd) uiterst zelden voor. Goed, er wordt wel eens een fout gemaakt en een klant is wel eens ontevreden. Maar als men kijkt naar het aantal klachten dat jaarlijks door de tuchtrechter (de Kamers van Toezicht) moet worden behandeld dan is dat, gezien de totale hoeveelheid notariele transacties, niet verontrustend.

Deze toestand van algehele betrouwbaarheid van het notariaat is niet vaelf ontstaan. Ze hangt samen met de wijze waarop het notariaat is georganiseerd, de manier waarop het juridisch vakmanschap ontstaat en de doorgaans hoge persoonlijke taakopvatting van de notaris. Het notariaat wordt in Nederland en in een groot deel van de gendustrialiseerde en juridisch ontwikkelde wereld uitgeoefend volgens het 'Latijnse model'.

Daarin is de notaris openbaar ambtenaar. Er is een wettelijk numerus clausus; de standplaatsaanwijzing en benoeming geschieden door de overheid. Daarnaast ontvangt de notaris zijn inken van zijn clienten en hij bestrijdt daaruit zijn kosten. In het Latijnse notariaat is de notaris openbaar ambtenaar en ondernemer tegelijk. Hij heeft een door de staat beschermde monopoliepositie. Voorts is er binnen het systeem streng toezicht, financiele controle en is benoeming tot notaris een zware bevalling. Pas na jarenlange ervaring wordt een kandidaat-notaris met bewezen kwaliteiten tot de beroepsgroep toegelaten. Zeker niet iedere kandidaat aagt daarin. Benoeming, toezicht en controle geschieden door de ministeries van justitie en financien en door de beroepsgroep zelf.

Vergelijkt men de situatie in het notariaat met andere vormen van financieel-juridische dienstverlening, dan valt op dat zowel in de advocatuur als bij belastingconsulenten, accountants en - in mindere mate - bij bedrijfsjuristen een 'onderklasse' bestaat waarin door figuren van het tweede garnituur, door beunhazen en door gelegenheidsadviseurs op het scherp v de snede wordt geopereerd om het hoofd boven water te kunnen houden. De burger heeft daar weinig houvast om het kaf van het koren te scheiden.

Bij het notariaat bestaat echter geen kaf. Er mag een grote verscheidenheid in praktijkvoering zijn, er mag een verschil zijn tussen generalisten en specialisten, de ene notaris mag in een hypermodern kantoor in de stad zitten en de ander in een stoffig dorpskantoortje, een ding hebben ze gemeen: zij zijn als notaris betrouwbaar. En dat kot in niet onbelangrijke mate door het systeem zoals het thans bestaat.

De laatste jaren is de beeldvorming over het notariaat aan het veranderen. Vroeger had het publiek vaak vooroordelen: de notaris is een saai persoon en dat komt deels doordat hij tientallen jaren op zijn benoeming heeft moeten wachten, terwijl hij in die tijd een hongerloon verdiende. Tegenwoordig denkt men in andere stereotiepen: omdat je niet anders kunt moet je naar de notaris die zich op een hndige manier voor weinig werk duur laat betalen. Dit beeld kon door diverse factoren ontstaan. Het begon met een geruchtmakend Amsterdams notarieel schandaal van tien jaar geleden. Ook speelden de afnemende waardering voor alles wat autoriteit had mee (dus ook voor het notariaat) en de karikaturisering van de notarisrol in televisie- en radio-series. De notaris die zich soms manifesteerde achter een marmeren gevel had er invloed op en het eenzijdig in termen van geld denken door consumetenorganisaties deed de rest.

De werkelijkheid is natuurlijk anders. De doorsnee notaris is een hardwerkende ambtenaar-ondernemer die, terwijl hij veel risico's neemt en loopt, gemiddeld een behoorlijk inkomen verdient. Ook de kandidaat-notaris verdient tegenwoordig heel normaal. Beiden weten dat hun werk in zaken die voor het recht, voor het nageslacht en voor de geschiedenis moeten worden vastgelegd, per definitie een conserverende bezigheid vormt. Beiden weten ook dat het kostuum vande 'vrije jongens'

hen daarbij niet echt past. En dan komt staatssecretaris Kosto van justitie met zijn Voorontwerp van een nieuwe Notariswet. Kern van de operatie is de afschaffing van het Latijns notariaat en de invoering van een vrij notariaat. Iedereen die aan een paar voorwaarden voldoet (notariele studie, enkele jaren praktijkervaring) zal zich vrij als notaris kunnen vestigen. De notaris zal geen openbaar ambtenaar meer zijn, maar slechts ndernemer. Hij houdt wel het alleenrecht op het passeren van authentieke akten.

De invoering van een vrij notariaat is in verband met de rechtsbescherming van de burger een onverstandige zaak.

Niemand zit te wachten op het ontstaan van een notariele onderklasse, van waaruit alle problemen uiteindelijk toch op het bord van de burger belanden. Ook te sterke onderlinge concurrentie dient de client au fond niet. Als de staat de burger voor een aantal zaken gedwogen winkelnering bij een notaris voorschrijft, heeft hij de plicht ervoor te zorgen dat die notaris deskundig, betrouwbaar, onafhankelijk en onpartijdig is. In de nieuwe opzet kan de staat die garantie niet geven.

Ronduit alarmerend is echter het plan van de staatssecretaris om de notariele protocollen vrij verhandelbaar te maken. Dit geldt voor alle notariele akten en andere stukken die de notaris van en voor clienten in bewaring heeft. Het is duidelijk dat deze tezamen een groot economisch belang representeren. Omdat de warde mede is ontstaan ten gevolge van een wettelijk monopolie mag de notaris het protocol thans niet te gelde maken. Hij moet alles zonder meer aan een opvolger overdragen. De protocollen worden geacht staatsarchief te zijn. In de nieuwe wet mag een scheidende notaris, of zijn weduwe, kinderen en andere erfgenamen de notariele akten op de vrije markt aan de hoogst biedende verkopen mits hij aan de vestigingsvoorwaarden voldoet.

Daarmee wordt goodwill-betaling voor de notariele praktijk gentroduceerd. Het is een raadsel hoe dit door de staatssecretaris kan worden voorgesteld waar goodwill-betaling voor een medische beroepspraktijk onlangs is afgeschaft en verboden. Bij de medici gebruikte de wetgever eenzelfde argument om de goodwill af te schaffen als hij thans hanteert om deze bij de notarissen in te voeren.

Er is slechts weinig voorstellingvermogen nodig om te zien waar een en ander toe kan leiden. De kans dat het tot koehandel komt isniet denkbeeldig. De vraag is of het publiek dat wel zo leuk vindt. De privacy van de client wordt per slot van rekening ondergeschikt gemaakt aan het privebelang van een voormalig notaris of diens familie. Handel in notariele akten is naar mijn mening daarom onaanvaardbaar. Een notariskantoor is nu eenmaal geen bakkerswinkel waar het enige privacygevoelige gegeven is of de klant bruin of wit brood eet. Het zou me sterk verbazen als de burger, mede om redenen van bescherming van zijn privacy, niet liever een notaris houdt die voor zijn benoeming zorgvuldig door de overheid is beoordeeld op betrouwbaarheid, vakmanschap en al die andere eisen. Wellicht dat de aldus benoemde notarissen dan wat uniformer in presentatie zijn, maar vertrouwelijke stukken plotseling in handen te weten van een yuppie-achtige twintiger is een groter probleem.

We hebben in Nederland een goed notariaat. Dat is in sommige landen van Europa wel anders. Aan ons systeem kleven wellicht schoonheidsfouten. Zo moet de tariefstructuur nodig worden herzien. Er is echter geen reden om het hele systeem op de helling te zetten.