Groei in beheersbare banen leiden

Bij het werkbezoek dat de Spaanse minister-president Ganzalez tien dagen geleden bracht aan Japan kwam ondermeer het thema van de teruglopende Japanse investeringen in Spanje aan de orde. Vanuit Tokio waarschuwde Gonzalez het thuisfront dat de belangrijkste voorwaarde voor herstel van die investeringen de opvoering van de arbeidsproduktiviteit zou zijn. “De Spaanse arbeider kost nu al meer dan de Engelse”, sprak de soialistische regeringsleider bestraffend. De reactie op zijn woorden was voorspelbaar. “Als er gesnoeid moet worden, dan in de winsten. Onze salarissen zijn geen bonsais”, luidde het antwoord van de machtige vakbonden UGT en Comisiones Obreras.

De beheersing van de arbeidskosten is op dit moment het belangrijkste probleem van de Spaanse economie. Gonzalez en zijn minister van economische zaken, Carlos Solchaga, vrezen dat de groei en bloei die het ationaal inkomen de afgelopen jaren heeft doorgemaakt (een gemiddeld reeel stijgingspercentage van meer dan vijf tussen 1986 en 1990) op abrupte wijze worden afgebroken als zij niet tijdig in beheersbare banen worden geleid. De regering wil minder consumeren en meer saneren en investeren, nu het nog kan. Als in 1993 de grenzen opengaan moeten handel en industrie weerbaar genoeg zijn om niet alleen de buitenlandse concurrentie aan te kunnen maar nog jarenlang een economische groei te bewerkstelligen die boven het EG-gemiddelde ligt.

Alleen zo valt de socialistische hartewens voor Spanje te realiseren: aansluiting krijgen bij de 'rijke landen' van de EG en niet langer slechts het sterkste land zijn van de armelui.

Al anderhalf jaar dringt de regering-Gonzalez daarom aan op het sluiten van een veelomvattende overeenkomst tussen werkgevers, werknemrs en overheid waarin salarissen, winsten, investeringen en sociale zekerheid worden geregeld en waarmee de inflatie in de hand kan worden gehouden. Spanje moet op het gebied van lonen en prijzen in de pas gaan lopen met de overige landen van het EMS (het Europese monetaire stelsel).

Binnen drie jaar moet de jaarlijkse loonstijging daarom worden gehalveerd: van 7,5 procent (huidige niveau) naar 4 procent in 1994.

De inflatie, voor dit jaar voorzien op 5,6 procent, zou daarbij moeten dalen naar minder dan 3 procent, terwijl de overheid haar steentje belooft bij te ragen door het begrotingstekort (2,1 procent van het BNP in 1990 en voor het lopende jaar op 0,9 procent geschat) in diezelfde periode tot nul terug te brengen. Solchaga wil behoud van koopkracht garanderen en voorkomen dat de loonmatiging alleen maar tot hogere dividenden leidt: verhoging van produktiviteit kan per sector in loonsverhoging of per bedrijf in winstdeling worden uitgedrukt, excessieve winststijgingen zullen op belastingmaatregelen stuiten, maar investeringen zullen met behulp van hetzelfde instrument worden aangemoedigd. Al met al een zeer ambitieus plan om de groei te beheersen, dat vele stappen verder gaat dan het in Nederland bekende Centraal Akkoord.

De Spaanse werknemers voelen voorlopig helemaal niets voor de regeringsplannen. Zij begeleiden de salarisonderhandelingen voor 1992 met een reeks stakingen die hun eerste hoogtepunt bereikten in de dagen vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 26 mei j.l. Een nieuwe stakingsgolf is aangekondigd.

Verscheidene bedrijven hebben inmiddels al toegegeven aan de looneisen, waaronder het staatsluchtvaartbedrijf Iberia dat met zijn werknemers voor volgend jaar een loonsverhoging van 7 procent is overeengekomen.

Deze toegeeflijkheid wordt bevorderd doordat de economische indicatoren er op dit moment niet al te beroerd uitzien: tot 1 mei bedroeg de inflatie 'slechts' 5,8 procent, terwijl optimistische prognoses van het ministerie van economische zaken niet uitsluiten dat zij dit jaar onder de vijf procent uitkomt. Nieuwe berekeningen uit Brussel geven aan dat Spanje de komende tijd verlichting mag verwachten voor zijn extreem hoge werkloosheid (meer dan 16 procent van de beroepsbevolking) en de voor dit jaar verhoopte economische groei van 3,7 procent lijkt eveneens haalbaar. Weliswaar bedroeg die groei in het eerste trimester slechts 2,9 procent, maar dit tijdvak stond sterk in het teken van de Golf-oorlog.

Economen van de Banco Bilbao Vizcaya erwachten een forse impuls in de laatste maanden van het jaar, die het totale groeipercentage voor 1991 zelfs tot 3,9 zou kunnen opstuwen.

Belangrijkste factor daarbij zou een nieuwe renteverlaging zijn door de centrale bank, na de eerdere verlagingen in maart en mei die de rente deden dalen van 14,5 naar 12,75. De Spaanse particuliere banken (die tot de meest winstgevende ter wereld behoren) zijn tot dusver nogal traag geweest in het doorgeven van deze lastenverlichting aan hun clienten, maar heel treurig mag Madrid daarover niet zijn. De renteverlagingen dienen immers niet om de binnenlandse consumptie te stimuleren, maar vooral om de buitenlandse belangstelling voor de peseta te remmen. De munt hangt nog altijd hoog in de door het EMS toegestane band van zes procent en werkt daardoor niet bepaald in het voordeel van de Spaanse export.

Neels zou zich kunnen voorstellen dat er met RTL een 'herenakkoord' wordt gesloten: RTL aandeelhouder, VTM het reclame-monopolie. Roemer: “Als Neels van ons een garantie wil dat we hem op de reclame-markt niet beconcurreren, kan hij die morgen zwart op wit krijgen.”