Grieken in de ban van proces

ATHENE, 11 JUNI. Het was gistermiddag opvallend stil in de straten van Griekenland toen George Koskotas eindelijk zijn opwachting maakte op het al drie maanden durende proces dat zijn naam draagt en dat in zijn geheel op de televisie wordt uitgezonden.

Hoewel de verduistering van 230 miljoen dollar hem persoonlijk wordt aangewreven, verscheen hij niet als verdachte, maar als getuige a charge. Dit proces voor een bijzondere rechtbank loopt namelijk alleen tegen de socialistische oud-premier Andreas Papandreou en enkele van zijn ministers uit de late jaren tachtig die zijn beschuldigd van betrokkenheid bij het schandaal.

De rechtspleging tegen Koskotas staat nog in haar kinderschoenen. Pas vorige week is hij door de Verenigde Staten uitgeleverd, waar hij - gevlucht uit Griekenland - ruim tweeeneenhalf jaar is vastgehouden, omdat ook daar oude zaken tegen hem lopen. In de laatste fase heeft hij zich tegen de uitlevering niet meer verzet en laten weten, bij garantie van eigen veiligheid graag te willen getuigen tegen Papandreou, die hij met een veelheid van materiaal naar eigen zeggen kan “pakken”.

In de regeringsgezinde rechtse pers is de koekepan het symbool geworden van de uiteindelijke afstraffing van de huidige oppositieleider na een proces waarbij hij niet verschijnt en dat tot nu toe moeizaam en soms zelfs in diens voordeel verliep. De socialistische oppositie stelt dat de regering-Mitsotakis in haar wanhoop teruggrijpt op de grote fraudeur, met als tegenprestatie dat deze reeds na enkele jaren - na aftrek van Amerikaans voorarrest - vrij komt.

Tevergeefs betoogden gisteren de verdedigers, en ook vedette-verdachte Tsovolas - oud-minister van financien - dat Koskotas niet als getuige, en dus onder ede, kan worden gehoord zolang zijn eigen zaak niet is afgehandeld.

Onder enorme veiligheidsmaatregelen - anti-terreurpolitie stond zelfs op de daken en honden zochten naar bommen - werd Koskotas gistermorgen van het hoofdkantoor van politie, waar hij al de dag tevoren was heengebracht, vervoerd naar het bijzondere gerechtsgebouw daar vlakbij.

Na een kort resume van zijn vroegere carriere als beambte en daarna plotseling als directeur van de Bank van Kreta, die met het socialistische bewind, om nationalisatie te vermijden, een vorm van samenwerking nastreefde, kwam Koskotas toe aan het jaar 1987 waarin, naar hij zei, een “Papandreou die ik niet kende” een fatale rol zou hebben gespeeld. Dat jaar maakte Koskotas een reis naar de Verenigde Staten waar hij samen met andere veelbelovende ondernemers zou aanzitten aan een lunch op het Witte Huis. Hij werd echter voor korte tijd gearresteerd op grond van 64 oude zaken die nog tegen hem liepen uit de jaren zeventig, toen hij een familiebedrijfje in verf had geleid. Het ging om verduistering van verzekeringsgelden.

Zijn paspoort was door de Amerikaanse autoriteiten in beslag genomen, waarna Koskotas zich tot het Griekse consulaat in Washington wendde met de mededeling dat hij het had “verloren” en een verzoek om een nieuw reisdocument. Dit werd hem verstrekt en bleek later niet nodig, maar de misleiding lekte uit in Athene. Papandreou ging hem er, aldus Koskotas, mee chanteren. Wilde hij niet voor twee jaar de gevangenis in gaan en wilde hij de Bank van Kreta behouden, dan moest hij de regering financieel helpen, zo zou Papandreou hem hebben laten weten bij een van hun ontmoetingen dat jaar.

Volgens Koskotas vroeg Papandreou niet minder dan vijf miljard drachmen (55 miljoen gulden) voor de verkiezingskas van de regeringspartij Pasok en ook overreedde hij hem de populairste voetbalclub Olympiakos (bijgenaamd De Legende) te kopen, die zodoende een bastion voor de regering zou kunnen worden. (De getuige droeg ook gisteren het insigne van deze club, waar nog verering voor hem bestaat.) Koskotas op zijn beurt wist Papandreou duidelijk te maken dat die vijf miljard er alleen konden komen als de staatsbedrijven, zoals PTT, Elektriciteit en Olympic Airways, hun gelden op grotere schaal op de Bank van Kreta zouden deponeren, desnoods onder voor hen ongunstige condities. Dit laatste geschiedde, aldus Koskotas, en zo was het schandaal geboren waarbij via Papandreou en de tijdens het proces overleden vice-premier Koutsoyorgas ook andere ministers betrokken raakten.

Bij dit eerste optreden, dat volgens de Pasok zelfs de rechercheurs moet hebben teleurgesteld, heeft Koskotas niet meer verklaard dan hij reeds in het vooronderzoek had gedaan, tijdens hetwelk de drie parlementaire aanklagers hem een dag lang in de Amerikaanse gevangenis konden verhoren. Maar nu half Griekenland ernaar luistert, is de toestand anders. In ieder geval komt Koskotas beter over dan zijn lijfwachten, die de laatste weken uitvoerig aan bod kwamen over de luierdozen waarin geldtransport had plaatsgevonden en die bij het publiek behalve grote hilariteit ook een zeer dubieuze indruk hadden gewekt.