Grafspreuk

De plek die het echtpaar Kroller-Muller had uitgezocht als laatste rustplaats stond niet op mijn kaart van de Hoge Veluwe. “Achter op de hellingen van de Franse Berg”, zei de suppoost. Na lang zoeken, zag ik een vierkante omheining met een mangat er in. Door het gat dus naar de beide grafstenen.

Ze bestaan uit segmenten van de Maulbrunner zandsteen, ooit aangevoerd voor het faraosche museum dat daar gebouwd zou worden. Ik riep mijn vriendin en kinderen, die het zoeken net hadden opgegeven. Mijn zoontje van drie, teleurgesteld bij het zien van de stenen: “Ik wil de dooie mensen zien!” “Dat kan niet, de stenen zijn te zwaar”, en gekscherend deed ik, om hem te overtuigen, alsof ik de stenen wilde lichten.

Maar er was een mij onbekend derde graf, met een steen die veel kleiner was. Als een statenbijbel op een lessenaar lag deze te zonnen, met de tekst: Salomon van Deventer Getrouw tot in den dood.

Van Deventer was vertrouweling van het echtpaar. Zijn steen gleed bij de eerste aanraking ineens naar beneden,alsof hij op dit contact had liggen wachten. We schrokken, en lachten. Had zijn graf ons nog meer te vertellen?

Mieren bleken in het zand onder de grafsteen een gangetje te hebben gegraven, waarvan de bodem uit een gepolijste steen bestond. Dat vond ik gek. Ik veegde het losse zand werktuigelijk weg. De steen was vierkant en lag los in het zand. Door een onverklaarbare impuls gedreven draaide ik hem om en zag dat de naam van de vrouw van Van Deventer op de achterkant gebeiteld was. Uit het jaartal bleek dat zij na hem was overleden.

We hebben alles weer netjes achter gelaten. Met een schuine stok eronder bleef de steen weer braaf liggen.

Terugwandelend door het bos presenteerden zich allerlei scenario's. Bij conservator Van der Wolk informeerde ik over de grafvondst en het wankele evenwicht van de steen.

De zelfgekozen spreuk op de grafsteen van, zoals ze vroeger werd genoemd, 'de grote kleine', Helene Kroller-Muller, blijf ik me herinneren: Ik geloof aan het volmaakte van al het gebeuren.