Gevolgen van geheimzinnigheid doen zich nu pijnlijk voelen; Zeker 20 reactoren in SU en O.Europa moeten dicht of verbeterd

WENEN, 11 JUNI. Decennia communisme i het voormalige Oostblok met zijn vrijwel hermetisch gesloten economie stelde het moederland de Sovjet-Unie in staat een complete eigen nucleaire industrie te ontwikkelen. Uraniummijnen, verrijkingsfabrieken, reactorbouw, opwerking van bestraalde splijtstof, een snelle kweekreactor, alles hebben de Russen in huis.

Die industrie staat ook ten dienste van de kernwapenproduktie. Dat is wellicht de voornaamste reden dat Moskou tot de ramp in Tsjernobyl (1986) vrijwel alles wat me zijn atoominstallaties te maken heeft, zorgvuldig geheim hield. Daarna vroeg president Gorbatsjov het Westen om hulp bij het beter beveiligen van de kernreactoren in zijn land. Maar pas sinds een jaar krijgt het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen nauwkeurige informatie over de techniek en veiligheidsvoorzieningen van Russische reactoren.

De gevolgen van decennia geheimzinnigheid doen zich nu pijnlijk voelen. Niet alleen in de Sovjet-Unie zelf, maar ook in Centraal- en Oost-Europa. De meeste landen in deze regio zitten opgescheept met een aantal onveilige kernreactoren van Russisch ontwerp. Deskundigen van het IAEA en Euratom in Brussel hebben op verzoek van Oosteuropese regeringen tussen november vorig jaar en april van dit jaar inspecties uitgevoerd in de Sovjet-Unie (Kozloduy), Tsjechoslowakije (Bohunice), Bulgarije (Belene) en Oostelijk Duisland (Greifswald). De conclusies wijzen erop dat zeker twintig reactoren een drastische verbetering moeten ondergaan dan wel dicht moeten.

Daarbij gaat het zowel om ruim tien reactoren van het type RBMK, bekend van Tsjernobyl - een kokend waterreactor die met grafiet wordt gemodereerd - als tien oudere reactoren van het VVER-type, een drukwaterreactor. De RBMK's zijn alleen in de Sovjet-Unie gebouwd, maar de VVER's staan ook in zes buurlanden. Volgens Jean Claude Charrault, topambtenaar van Euratom, hebben zijn oganisatie en het IAEA nu samen een onderzoeksbudget voor het verbeteren van de Russische centrales in Oost-Europa van 6 miljoen gulden. Met alle noodzakelijke studies en adviezen, plus nieuwe, op Westerse leest geschoeide trainingsprogramma's voor het personeel van de centrales zal uiteindelijk 25 tot 75 miljoen gulden zijn gemoeid, voorspelt hij. Hoeveel geld de technische aanpassingen zullen kosten, valt nog niet bij benadering te zeggen want voor elke reactor zal een afweging moeten worden gemakt of de investering gezien de levensduur nog verantwoord is, zegt Charrault. Ook het rendement van de centrales zal daarbij een belangrijke rol spelen. Onveilig zijn de oudere types van Russisch ontwerp allemaal, maar hun beschikbaarheid is hoog, zo wijzen IAEA-cijfers uit. De mediane (niet: de gemiddelde) beschikbaarheidsgraad van centrales in Bulgarije en Tsjechoslowakije in de periode 1987-1989 was met resp. 76,3 en 75,7 procent hoger dan Westerse centrales in bij voorbeeld de Verenigde Staten en Engeland. Voor de Sovjet-Unie is het cijfer 68,8, hoger dan in Frankrijk, het kernenergieland bij uitstek, dat 65,2 procent haalt.

Met uitzondering van Roemenie wist de Sovjet-Unie de afgelopen decennia in al haar voormalige satellietstaten kernreactoren te plaatsten. Roemenie heeft nooit Russische reactoren willen hebben. Dictator Ceausescu die zich op allerlei terreinen onafhankelijker van de Sovjet-Unie opstelde dan andere Oosteuropese leiders, koos voor de Canadese zwaarwaterreactor Candu. Dat type gebruikt onverrijkt uranium als brandstof, waardoor Roemenie niet afhankelijk zou worden van verrijking in de Sovjet-Unie. Binnen het Oostblok kon het zijn kernbrandstof behalve in de Sovjet-Unie ook kopen in Tsjechoslowakije en de DDR.

Niet bekend

De eerste kernreactor ter wereld werd geopend op 6 juni 1954 in Obninsk, vlakbij Moskou. Nu produceren de 45 reactoren in de Sovjet-Unie ruim 12 procent van alle elektriciteit die in het land wordt opgewekt. In de industriegebieden en bevolkingscentra, vooral in het Europese deel van het land, is dat veel hoger. Direct na het ongeluk in Tsjernobyl werd het Russische programma tot uitbreiding van kernenergie fors teruggeschroefd. Maar op 25 mei van dit jaar lanceerde Sovjet-minister van energiezaken Vitaly Konovalov in de Pravda een plan om in de komende twintig jaar 20 nieuwe kernreactoren te laten bouwen. Momenteel zijn er al 25 in aanbouw.

Meer kernenergie is van vitale betekenis voor de Sovjet-Unie, schreef Konovalov. Dat hangt nauw samen met de economische hervormingen. Ernstige problemen doen zich in de Sovjet-Unie voor met de winning van olie, gas en kolen, waardoor uitbreiding van de overige industrie wordt vertraagd. Een IAEA-analyse van de Sovjet-energiebalans laat zien dat het aandeel van andere bronnen in de energievoorziening fors moet stijgen en dat slechts een bescheiden rol is weggelegd voor zonne-, wind- en getijde-energie. Vorig jaar kondigde president Gorbatsjov dan ook aan dat de hele nucleaire keten deel uitmaakt van negen onderwerpen die hij onder verantwoordelijkheid van de centrale regering (de Unie) wil houden en niet wi delegeren aan de republieken.

Het hoogste aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproduktie (51 procent) in de Midden- en Oosteuropese landen heeft Hongarije met vier Russische VVER's. Na de ramp in Tsjernobyl werd een plan om twee van deze eenheden bij te bouwen, opgegeven. Bulgarije beschikt met zes VVER-reactoren over meer dan het dubbele vermogen en heeft nog twee VVER's in aanbouw. Joegoslavie heeft sinds 1981 een kleine, Amerikaanse drukwaterreactor van Westinghouse in gebruik. Plannen voor uitbreiding zijn tot het jaar 2000 uitgesteld.

Tsjechslowakije is behalve de Sovjet-Unie het enige land in de regio dat zelf reactoren bouwt. Skoda maakt behalve reactorvaten ook stoomgeneratoren, (het hele Nuclear Steam Suppy System) en de industrie kan de meeste onderdelen leveren. Kernenergie is van vitaal belang voor Tsjechoslowakije, dat op grote schaal kolen en bruinkool verstookt waardoor het land wordt geplaagd door een enorm milieuprobleem. Vorig jaar heeft de regering in Praag een aanbod van Oostenrijk afgewezen om elektriciteit te leveren, in ruil voor directe sluiting van twee Russische VVER-reactoreenheden in Bohunice, slechts 70 kilometer van Wenen.

Dr. Petr Horacek, adviseur van de Tsjechoslowaakse minister voor milieu, verwacht dat de twee VVER's in 1995 gesloten zullen worden als nieuwe centrales in het noordelijker gelegen Temelin klaar zijn. Daar worden twee Russische eenheden van 1000 megawatt genstalleerd, uitgerust met een veiligheidsomhulling. Daarna moeten er nog eens twee reactoren bijkomen, maar het is volgens Horacek onwaarschijnlijk dat daarvoor een Russisch ontwerp wordt gekozen. Bij Mochovce zijn nog 4 VVER's zonder veiligheidsomhulling in aanbouw. "We zullen kernenergie in de toekomst niet kunnen vermijden" , zegt Horacek. "Maar ik denk niet dat het realistisch is de eerstkomende jaren een verbetering van het milieu te verwachten. "De eerste prioriteit is energiebesparing en een efficienter gebruik." Hij pleit ook voor het drastisch opvoeren van de energieprijzen en het opgeven de energieverslindende zware industrie. "Tsjechoslowakije scoort laag in vergelijking met Westerse landen als het gaat om energieverbruik voor transport en particulier vervoer. Dat moeten we zo houden, want meer energieverbruik en meer consumptie brengt onze bevolking niet meer vrijheid en bevrediging. Het is een road to hell."