Frankrijk wil hockey serieus aanpakken

PARIJS, 11 JUNI. Het complex waarop vanaf morgen het Europees kampioenschap hockey voor landenploegen wordt gehouden ligt in Parijs zelf en niet in een buitenwijk of een voorstad. En dat wil wel wat zeggen, vindt althans Obe Postma de Nederlandse bondscoach van Frankrijk. “Parijs heeft na Tokio de hoogste grondprijs. Kun je nagaan hoe duur dat kunstgrasveldje is.”

De stad stelde het complex ter beschikking van de scholensport en de hockeybond. Het Stade Jules Noel moet in de toekomst tot een multifunctioneel sportcentrum worden uitgebouwd.

Hockey is met 8500 mannelijke en 1500 vrouwelijke beoefenaars in clubverband een heel kleine sport in Frankrijk. Toch is er de Fransen veel aan gelegen om op dit gebied internationaal te scoren, met als voorlopig hoofddoel een plaats bij de Olympische Spelen van Barcelona. Postma heeft er wel een verklaring voor. “Frankrijk is niet zo sterk vertegenwoordigd bij de teamsporten. De basket- en volleybalploeg gaan naar Barcelona, maar daarmee houdt het waarschijnlijk op.” Voor Postma en zijn hockeyers is het Olympisch kwalificatietoernooi in oktober in Nieuw-Zeeland dan ook eigenlijk belangrijker dan het EK.

Het bondscoachschap van Postma werd per 1 januari van dit jaar een fulltime-functie. Hij volgde in 1988 Ton van Gils, de huidige trainer-coach van Kampong, op bij de FFH. De Nederlander heeft wat betreft de faciliteiten die hij krijgt niet te klagen. “Ze hebben het veld waar het EK wordt gespeeld zelfs vlak achter mijn appartement aangelegd. Aan alles is gedacht.” Postma is vanaf februari met de voorbereiding op het zesde Europees kampioenschap bezig geweest. De afgelopen anderhalve maand had hij zijn selectie wekelijks een lang weekeinde bijeen in Parijs. “Dat is lekker werken.”

Toch kleven er voor Postma de nodige nadelen aan de functie van Franse bondscoach. Zijn gezin woont in Nederland en hij rijdt voortdurend op-en-neer tussen het Gelderse Beuningen en Parijs. Maar nog meer moeite heeft hij met de mentaliteit van de Fransen. “Alles gebeurt hier altijd “morgen” en als er iets fout gaat is dat de schuld van een ander. Als ik binnen het hockey iemand op zijn verantwoordelijkheden wijs zegt hij: 'Obe, ik ben vrijwilliger. Ik heb geen tijd'. Als je het dan zelf wilt doen zijn ze beledigd want je begeeft je op hun terrein. En dat kan niet. Daar word ik wel eens moe van. Een voorzitter van een district kan zich gerust een avond druk maken over het feit dat ik onaangekondigd een training in zijn gebied heb bezocht.”

Postma is een man die zegt wat hij op zijn lever heeft. Hij had verleden jaar ongezouten kritiek op de aanstelling van de ongediplomeerde ex-voetballer Rob Bianchi als bondscoach. Een belediging voor al die Nederlandse hockeycoaches met wel een opleiding, noemde hij dat. Postma denkt daar nog steeds zo over. “Maar ik heb er meer moeite mee over te praten omdat ik Rob inmiddels heb leren kennen als een aardige vent. Er zijn mensen die na die problemen met de spelers en Bianchi bij het Nederlands elftal naar me zijn toegekomen en zeiden: 'jij was de eerste die dit heeft voorspeld'. Dat is waar. Maar leuk vind ik dat niet.”

De benoeming van Hans Jorritsma heeft Postma niet verrast. “Iedereen”, zegt hij, “wist al lang wat er zou gaan gebeuren. Tenminste, dat hoorde ik tijdens mijn verblijf in Nederland in de afgelopen maanden. En het is inderdaad Hans Jorritsma geworden. Als iedereen dat nou wil, oke. Hij zal onder de spelers in ieder geval voor rust zorgen. En dat zal toch de bedoeling van de heren bij de bond zijn geweest.”

Zelf kan Postma bij het EK invloed uitoefenen op de prestaties van de scheidende Bianchi en zijn team. Frankrijk zit in dezelfde poule als Nederland en de wedstrijd tussen beide landen staat al voor donderdag op het programma. De coach van de Fransen heeft in zijn periode van negen jaar als jeugdtrainer bij de KNHB vrijwel alle spelers van Oranje onder zijn hoede gehad. Het weerhoudt hem er niet van straks vol gas te geven in de ontmoeting met zijn vaderland. “Bij het WK in Lahore heb ik ook geprobeerd Nederland te slachten. Het was me bijna gelukt.”

De latere wereldkampioen won zijn openingswedstrijd bij het WK tegen Frankrijk met grote moeite en Postma's team eindigde in Pakistan uiteindelijk op de zevende plaats, een verdienstelijk resultaat. De coach zou bij het EK mede omdat er een paar belangrijke spelers uit zijn team zijn gestopt tevreden zijn met een plaats bij de eerste zes. Volgens Postma zijn de Fransen geschikte types om te hockeyen. “Ze zijn erg atletisch en dat komt bij deze sport goed van pas. De Franse hockeyers bewegen zich net zoals je bij Spaanse en Italiaanse voetballers ziet, mooi en soepel. Ze missen alleen het efficiente spel van de Nederlanders. Maar die hebben dan ook een ervaring van honderd jaar. Toch wordt het krachtsverschil kleiner. Onze jeugdploeg verloor drie weken geleden twee keer met maar een doelpunt verschil van Jong Oranje. Ik denk dat de Fransen hockey een fijne sport vinden. Zo'n 200.000 schoolkinderen spelen het hier. Dat zegt wel wat.”

“Het hockey in Frankrijk”, vervolgt Postma, “zal nooit de ambiance krijgen zoals in Nederland het geval is. Bij ons is het een grote sport. We realiseren ons niet altijd in welke gelukkige situatie we in Nederland met het hockey verkeren. De organisatie zit goed in elkaar en de zogenaamde vijfde colonne brengt veel geld in. In Frankrijk moeten we steeds op zoek naar echte liefhebbers die het hockey willen sponsoren.