Ethiopie wenst geen strijd om onafhankelijkheid Eritrea

ADDIS ABEBA, 11 JUNI. De nieuwe machthebbers in Ethiopie wensen dat Eritrea zich niet afscheidt, maar zij willen geen strijd voeren om onafhankelijkheid van dit gebied te voorkomen. Gewapende groepen die actief zijn in de buurlanden, zoals de Zuidsoedanese guerrilla-beweging het SPLA, krijgen geen onderdak meer in Ethiopie. Dit heeft Melesse Zenawi gisteravond gezegd, het hoofd van de interimregering en leider van het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksleger (EPRDF).

Op zijn eerste persconferentie in Addis Abeba na de machtsovername twee weken geleden zei Melesse over de Eritrese kwestie: “We zien het liefst een zo groot mogelijke politieke eenheid in dit gebied, we zijn niet tegen eenwording. Of we de Eritreeers daarvan kunnen overtuigen, daarover heb ik mijn twijfels.”

Het EPRDF accepteert de eventuele onafhankelijkheid van Eritrea en heeft zich daarmee bij vele Ethiopiers die de eenheid van het land als heilig ervaren, ongeliefd gemaakt.

“Als de Eritreeers bij een referendum voor de onafhankelijkheid kiezen, aanvaarden we dit. Een andere reactie is te afscwelijk om te overwegen”, zei Melesse.

Het gesneuvelde regime van Mengistu gaf actieve militaire steun aan guerrilla-groepen in Zuid-Soedan en Somalie. Na de EPRDF-machtsovername sloeg het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) in Zuidwest-Ethiopie aan het plunderen en trok zich terug op Soedanees grondgebied. Heeft het EPRDF het SPLA Ethiopie uitgegooid? “Ze hebben zichzelf eruit gegooid”, antwoordde Melesse. “Maar uit principzullen we geen onderdak verlenen aan gewapende groepen uit buurlanden. We willen vrede met onze buren.”

Bij de intrede van het EPRDF in de Ethiopische hoofdstad stonden er geen juichende menigtes langs de straten. Vooral de Amhaarse bevolkingsgroep van de stad blijft wantrouwig tegen de EPRDF-soldaten, die grotendeels Tigreeers zijn. “We hebben geen enkele problemen met de Amharen, en zeker niet met de boeren die 90 procent van deze bevolkingsgroep uitmaken”, zei Melesse. “We werken al een lange tijd met deze boeren samen.

Het is heel natuurlijk in een politiek proces dat sommige groepen zich ontevreden tonen. Het wordt onnatuurlijk wanneer ze geweld gaan gebruiken.''

De afwezigheid van jubelende massa's in Addis Abeba verklaarde de EPRDF-leider als volgt: “De hoofdstad staat niet gelijk aan Ethiopie, elders heerste er wel vreugde. Addis Abeba was een verzamelplaats geworden van gevluchte aanhangers uit alle delen van het land van het vorige regime. Verder werden de mensen hier jarenlangevoed met een uiterst verfijnde vorm van propaganda tegen ons, en gevoed met vrees dat onze komst een bloedbad zou inluiden.”

De evacuatie naar Israel van ruim 15.000 Ethiopische joden, ook wel Falashas genoemd, aan de vooravond van de EPRDF-overwinning noemde Melesse “schandalig”. “We vinden dat alle Ethiopiers, dus ook Falashas, zich vrij mogen verplaatsen. Maar ik heb er bezwaren tegen zoals de Ethiopische en Israelische regeringen handelden. De Ethiopische regerinverkocht haar onderdanen voor een losprijs.

Zoiets vond nog nooit eerder plaats in onze geschiedenis.” Melesse beloofde een democratische overgangsregering, die op of rond 1 juli zal worden samengesteld na een conferentie met ruim tien gewapende verzetsgroepen, politieke partijen en andere burgergroepen. “Het zal geen EPRDF-regering worden, hoewel wij een zeer invloedrijk element zullen vormen gezien de de facto situatie in het land. Iedereen die bereid is op vreeame en democratische wijze aan de overgangsperiode deel te nemen, is welkom.” De inmiddels verboden Arbeiderspartij van Mengistu wordt echter uitgesloten, “want die beschouwen we als een fascistische organisatie”.

Het dreigement van een coalitie van Ethiopische emigranten in de Verenigde Staten om het EPRDF te vuur en te zwaard te bestrijden, zei Melesse niet erg serieus te nemen. “Ik kan u verzekeren dat de burgeroorlog in Ethiopie voorbij is, en dit is ge loze uitspraak want er komt in dit land een brede coalitieregering. De groepen die weigeren mee te doen, verkeren niet in een positie om een oorlog te beginnen.

Mogelijk komen er alleen wat terroristische activiteiten.''