Chioccioli kan met zege Giro hele ploeg redden

ROTTERDAM-APRICA, 11 JUNI. Drie jaar geleden meldde Franco Chioccioli zich in de zesde etappe van de Ronde van Italie als eerste op de bergtop in Campitello Matese. De toen 28-jarige Toscaanse wielrenner gaf tijdens de Giro d'Italia van 1988 al blijk een talentvolle klimmer te zijn door de rit door de Abruzzen te winnen met 12 seconden voorsprong op de Amerikaan Andrew Hampsten (de latere Giro-winnaar) en de Zwitser Urs Zimmermann, en 31 seconden op Erik Breukink. Chioccioli, ouder en sterker geworden, staat nu op het punt voor de eerste maal in zijn bescheiden loopbaan de Ronde van Italie te winnen.

Chioccioli, geboren in Castelfranco-Sopra (Castelfranco-boven) in Toscane, zou in de Giro van 1988 nog eens elfde worden op de bergpas naar Selvino, op 15 seconden van ritwinnaar Hampsten. Hij werd daarvoor beloond met de rose leiderstrui, nadat hij sinds de zesde etappe steeds tweede had gestaan.

Chioccioli was twee dagen klassementsleider. Hij moest het eretricot na de veertiende etappe afstaan aan Hampsten. Die dag had Breukink tijdens de verschrikkingen (een sneeuwstorm en temperaturen beneden nul) op de eigenlijk onbegaanbare Passo di Gavia voor het eerst zijn grote talenten getoond.

Chioccioli eindigde nog als zevende op vijf minuten van winnaar Breukink.

Zwaar getekend, bevangen door de kou, rolde de Italiaan over de eindstreep in Bormio. Terwijl verzorgers zijn rillende lichaam warm wreven en in een deken wikkelden, stond Chioccioli erbij als een dood vogeltje. Vooral op dat moment vertoonde de Toscaan opvallend veel vergelijkenis met Fausto Coppi, de legendarische Italiaan die in de jaren veertig en vijftig de Giro vijfmaal won. De herinneringen aan het lange, tengere lijf met het 'vogelkopje' leefden in alle hevigheid.

Sinds die dag wordt Chioccioli kozend Faustino, Coppino of Coppetto (kleine Fausto of kleine Coppi) genoemd.

Chioccioli (fonetisch: Kjotsjoli) zou in 1988 in het eindklassement van de Giro vijfde worden, achter winnaar Hampsten, Breukink, Zimmermann en Giupponi. In 1989 eindigde de Italiaan weer als vijfde. Vorig jaar toonde hij zijn constante Giro-vorm door zesde te worden op 12 minuten van winnaar Bugno. Hij dankte zijn hoge klassering vooral aan zijn prestatie in de zestiende etappe, met eindpunt op de Passo Pordoi, waar hij derde werd achter de Fransman Mottet en Bugno.

Wanneer Chioccioli, die in 1985 heel even van zich deed spreken door een bergetappe naar de top van de Gran Sasso te winnen, de Giro op zijn naam schrijft is de kans groot dat zijn sponsor Del Tongo de financiering van de wielerploeg alsnog voortzet. Stefano en Pasquale Del Tongo, fabrikanten van keukens, wilden na tien jaar (sinds 1982) uit de wielersport stappen. Sinds de ploeg niet meer kan beschikken over grootheden als Giuseppe Saronni (hij was van '82 tot '90 in dienst) en Maurizio Fondriest is de interesse van de Del Tongo's een beetje gedaald. Maar in deze Giro hebben ze allerminst te klagen over naamsbekendheid. Met ritoverwinningen van Cipollini (2x), Ballerini en Chioccioli en de elf leiderstruien van de laatste komt de sponsor nadrukelijk in beeld.

Morgen wacht het Giro-peloton de roemruchte beklimming van de Passo Pordoi, de berg waarop Coppi en Bartali in het verleden zware strijd met elkaar leverden. De Dolomieten-pas, die tweemaal beklommen moet worden, is de laatste zware beproeving in deze Ronde van Italie. Zaterdag, de voorlaatste dag, volgt nog een tijdrit over 64 kilometer. Vandaag moesten de renners over de roemruchte Passo dello Stelvio en de Passo di Gardena.

Maar om veiligheidsredenen (slecht weer en gevaarlijke afdalingen) is de Stelvio als zoveel malen in het verleden op het laatste moment weer uit het rittenschema geschrapt.

Na hetgeen Chioccioli gisteren in de bergetappe naar Aprica liet zien en met met name op Passo del Mortirolo, een klim van dertien kilometer met een stijgingspercentage tussen de tien en dertien proccent naar 1852 meter hoogte, heeft het er alle schijn van dat de 31-jarige Toscaan de Ronde van Italie gaat winnen. Met zijn solo maakte hij diepe indruk. De aanwezige Fiorenzo Magni, Giro-winnaar in 1948, '51 en '55, wist het zeker: “Dit heb ik niet meer gezien sinds Fausto Coppi.”

Chioccioli: “Ik heb gewoon mijn eigen tempo gereden. Ik heb niet eens willen aanvallen.” Het tempo van Chioccioli was niettemin te hoog voor zijn landgenoten Chiappucci en Bugno, die niet aan hun verwachte duel om de eindzege toekomen. De versnelling van Chioccioli maakte een einde aan de vroege vluchtpoging van negen renners. Aanvankelijk konden de Italianen Chiappucci en Lelli en de Venezolaan Sierra (vorig jaar winnaar van deze etappe) de rose-truidrager nog bijhouden. Met nog twee beklimmingen te voor de wielen was Chioccioli niet meer te houden. Aan de eindstreep had hij 33 seconden voorsprong op de Fransen Bernard en Boyer. De Poolse ploeggenoot van Chioccioli Jaskula werd derde, Chiappucci vierde. De 34-jarige Spaanse veteraan Lejarreta (zesde in de etappeuitslag) is nu de grootste concurrent van de klassementsleider met 1 minuut en 24 seconden achterstand.