Bevrijding

Terwijl het in Amerika al gewoon schijnt te zijn om na je eindexamen te kunnen kiezen tussen 'a trip to Europe' of 'have your nose done' was men hier altijd wat terughoudender met snijden om schoonheidsredenen. Ik herinner me van vroeger de verhalen uit Margriet of Libelle van moeders die de flaporen van hun kinderen hadden laten rechtzetten, maar tantes wier rimpels plotseling waren gladgetrokken had ik niet. Een goeie kapper en bij feestelijke gelegenheden wat lipstift: daar bleef het toch wel bij.

De uitgaven aan cosmetica zijn intussen astronomisch gestegen en zelfs kinderen hebben nu hun eigen deodorant en hun eigen parfum. Maar is de plastische of cosmetische chirurgie hier nu ook doorgedrongen? In Amerika zijn er meer dan een half miljoen cosmetische operaties per jaar, terwijl de leeftijd van de patienten gestaag daalt. Wij lopen duidelijk nog achter, maar het aantal operaties in ons land is de laatste tien jaar verdubbeld en zal naar verwachting blijven stijgen.

Het gaat hierbij om het rechttrekken van rimpels en oogleden, het vergroten of verkleinen van borsten, het rechtzetten van neuzen, het veranderen van de stand van de oren, het dikker maken van lippen, het afzuigen van vet.

Het klinkt eng, en dat is het ook. Toch wordt er gesmeekt om operaties, aldus plastisch chirurg Andries Molenaar in een interview in HP-De Tijd (24 mei 1991). Hij moet geregeld mensen afwijzen. De kosten zijn hoog, de pijn is vaak groot en succes is niet verzekerd. Maar de klanten voelen zich vaak als herboren, verlost als ze zijn van enkele gehate onderdelen.

Waar zeuren we dan toch over: wie mooi wil zijn moet pijn lijden en kennelijk is het mensen veel waard.

Mijn grens ligt, merk ik, bij het gevaar: het gevaar voor de gezondheid. En daar doet zelfs de montere Molenaar een onheilspellend boekje over open. Weliswaar over andere, veelal Amerikaanse praktijken, maar toch. Siliconen gebruikt voor borstvergrotingen blijken kankerverwekkend te zijn, althans bij een kwart van de ratten waarbij ze ingebracht waren. (Wel een late proef, als twee miljoen Amerikaanse vrouwen inmiddels met siloconenborsten rondlopen.) Molenaar heeft dit allemaal al voorspeld, en werkt zelf bijna uitsluitend met water. Als zo'n waterprothese kapot gaat is het geen pretje: “dan is het net of er een fietsband leegloopt.” Maar met een kapotte siloconenprothese gebeuren er veel ergere dingen, want “die gelei loopt niet zomaar weg”. Soms komen de vrouwen pas jaren later terug bij de chirurg. “Dan kan die gelei zich verspreid hebben in het borstweefsel, in de oksel, de lies, de nieren, de lever, in de hersenen. Weten wij wat er gebeurt met die rotzooi?”

Over het kwaad van de plastische chirurgie hebben we onlangs tot in den treure vernomen van de Amerikaanse schrijfster Naomi Wolf, wier boek De zoete leugen hier gretig als bittere waarheid onthaald is. Haar beschrijving van de cosmetische en chirurgische industrie in Amerika vond ik het overtuigendste deel van haar verhaal. Wolf bombardeert “de terreur van de schoonheid” tot het issue van de derde feministische golf, op een manier waar haar bedeesdere zusters nog veel van kunnen leren. Een nieuw verbindend thema kan de beweging best gebruiken, al vraag ik me af of dit wel zo nieuw is. De moeite die vrouwen zich getroosten om in de ogen van mannen begeerlijk te zijn: was dat juist niet de onderwerping waar vrouwen zich eind jaren zestig fel tegen keerden? Bh's werden demonstratief verbrand, vormverhullende kleren massaal aangetrokken. Midden jaren '80 mochten feministes weer sexy zijn: de hakken kwamen terug, de korte rokken en de strakke truitjes. In theorie misschien niet om mannen te behagen, maar in de praktijk bleek dat toch een prettige bijkomstigheid.

De wegen der verontwaardiging zijn wonderlijk. Al lijkt me het laten snijden in eigen vlees het ultieme voorbeeld van verwerpelijke onderwerping, binnen de vrouwenbeweging zijn de reacties verdeeld. Cosmetische chirurgie is onderdrukkend en bevrijdend, stelt de psychologe Kathy Davis in een interessant artikel in het feministisch tijdschrift Lover, onder de titel 'Het recht om mooi te zijn' (1991-1). De onderdrukkende kanten zijn intussen wel duidelijk, maar hoezo bevrijdend?

Bevrijdend, aldus Davis, omdat het “voor sommige vrouwen een manier is om, binnen de beperkingen van hun huidige situatie, een eind te maken aan hun lijden”. Cosmetische chirurgie kan “een hulpmiddel worden in de strijd tussen de seksen omdat het de positie van vrouwen kan versterken”. In andere feministische tijdschriften wordt het eenduidiger verwelkomd als mogelijkheid tot 'zelfverandering' en vrijheid. De overgang van Wolfs beeld van de verfoeilijke dwang van het schoonheidsdictaat is wat bruusk, maar laten we de gedachtengang even volgen. Davis heeft het over de vrijheid om de vorming van het lichaam in eigen hand te nemen, “om de constructie van het eigen lichaam zelf mede te bepalen”. Als je haar leest is het bijna weer iets moois, een verworven goed waar we trots op mogen zijn en dat zeker niet uit het ziekenfondspakket moet.

Als gedachte heeft het wel iets, moet ik zeggen. Is het niet een uitbreiding van het gebied waarop vrouwen iets te zeggen hebben? Na de betreding van het openbare domein en de herinrichting van het private bestaan is nu het lichaam het bolwerk dat ter hand genomen wordt. Met de opkomst van de voorbehoedmiddelen was anatomie al niet langer noodlot, maar nu nog de hindernissen van de lichaamsvorm te lijf! Een bevrijdend idee om niet langer gekluisterd te hoeven zitten in eenmaal gegeven vormen en rondingen, hoeken en ogen. De mens vormt zichzelf: een almachtsfantasie bewaarheid.

Even meegaand in de vlucht van deze droom is het weer hard belanden in de ijzeren realiteit van de messen en tangen. Als iemand er nu echt erg onder lijdt, en er valt iets aan te doen: wie zijn wij om te zeggen dat dat niet zou mogen? In dit puriteinse kamp wil je ook niet graag belanden, en het recht om mooi te zijn zou ik niemand willen ontzeggen. Maar het gaat om de dwang om mooi te zijn, het gaat om dat ellendige keurslijf van maat en gewicht, vorm en verschijning, dat niet minder streng en beperkend is dan het ijzeren corset dat ons voorgeslacht in haar greep had.

Ik zou willen pleiten voor het recht om lelijk te zijn, of om af te wijken van het uniforme somatisch normbeeld. Een grotere tolerantie voor verschillen zou het leven minder benauwend maken. Wordt het geen tijd voor andere schoonheids- en sekssymbolen, de magerte voorbij? Voor een herwaardering van het mollige en het grote, en vooral van het buitennissige? Dat lijkt me een belangrijker bevrijding dan de feministische goedkeuring om ook onder het mes te mogen.