World League volleybal geen 'kroonjuweel' in Nederland; Voorzitter droomt van massa's publiek in grote sporthallen

APELDOORN, 10 JUNI. De wedstrijden in de World Volleyball League tussen Nederland en Frankrijk (3-0, 3-0) trokken afgelopen weekeinde in Apeldoorn tot twee keer toe rond de 2.000 toeschouwers. Dat zijn redelijke aantallen - met name omdat de toegangsprijs twintig gulden per dag bedroeg - maar de president van de internationale federatie (FIVB), Ruben Acosta, zal het daar niet mee eens zijn. De ambitieuze Mexicaan ziet in zijn mooiste dromen dat alle wedstrijden in de World League worden gespeeld in sportpaleizen met ten minste 5.000 mensen op de tribunes en het liefst nog veel meer.

Niet voor niets kiest Acosta als hij een ontmoeting voor de League bezoekt vaak Brazilie uit. Daar ziet hij wat hij zo graag wil zien. Verleden jaar tijdens de eerste editie van het evenement werd een wedstrijd tussen Brazilie en Verenigde Staten in Belo Horizonte door 17.150 toeschouwers bezocht. Brazilie-Cuba werd twee weken geleden door ongeveer 15.000 fans ekeken. De hal in Sao Paulo was uitverkocht. Bij Cuba-Nederland keken in het eerste weekeinde van de nu lopende World League 13.000 mensen toe. Voor Nederland zijn deze aantallen onhaalbaar. Nog afgezien van het feit dat er geen hal in het land staat waar zo veel mensen inkunnen. Maar de organisatoren zijn wel van mening dat de thuiswedstrijden van Oranje ten minste 5.000 belangstellenden moeten kunnen trekken. Tegen het attractieve Cuba op 13 en 14 juli in sportpaleis Ahoy' is die mogelijkheid aanwezig. Met de duels die minder publiek trekken staat Nederland in de World League niet alleen. Ook in Verenigde Staten, Canada en Frankrijk blijft men regelmatig onder de 'minimumeisen' van Acosta. Bondscoach Harrie Brokking zegt in een poging deze ontwikkeling te verklaren dat de volleybalfans de wedstrijden in de World League nog als losse ontmoetingen zien en niet als onderdeel van een belangrijk evenement. En in dat geval was de tegenstander van afgelopen weekeinde, Frankrijk, natuurlijk geen grote publiekstrekker. In tegenstelling tot andere landen moet er in Nederland wat op het spel staan wil het publiek massaal toestromen. De World League heeft nog lang niet de klank en status van een Europees- of wereldkampioenschap. Dat geldt volgens Brokking ook voor zijn spelers. Ondanks dat ze een graantje van het fantastische bedrag aan prijzengeld van twee miljoen dollar kunnen meepikken. Verleden jaar met nog de helft van de huidige geldsom hielden de internationals aan hun tweede plaats in de World League al netto zo'n 10.000 gulden per persoon over. Dat is mooi meegenomen. “Maar”, zegt Brokking. “die jongens zijn sportmensen en daarom is er voor hun op een EK of WK meer te verdienen.” Toch is er met de World League in korte tijd veel bereikt. Afgezien van het lucratieve prijzenbedrag komt Acosta's geesteskind in de deelnemende landen uitgebreid op televisie. Het was een van de voorwaarden om mee te mogen doen. De twee wedstrijden tegen Frankrijk werden in Nederland zaterdag en zondag ook bijna in het geheel uitgezonden. Acosta en zijn companen hebben de reglementen graag voor de tv-coverage aangepast. De mogelijk toekomstige klant thuis op de bank of in de luie stoel is koning. In verband met eventuele commercials zijn er in elke set verplichte time-outs als de ploeg die voorstaat acht en twaalf punten heeft gehaald. Ook is er de mogelijkheid om - indien dat in verband met herhalingen op tv wenselijk wordt geacht - de scheidsrechter het spel voor een service steeds twaalf seconden op te laten houden. In Nederland maakt men daar nog geen gebruik van. De nationale ploeg maakte het onlangs wel in Canada mee. Een opgeheven vlag maakte de arbiter er daar attent op dat hij even moest wachten met fluiten. Met behulp van een professionele aanpak moet de World League volgens Acosta “de toekomstige kroonjuweel van de internationale sport” worden. Of dat lukt door alleen het prijzenbedrag op te trekken - de FIVB-president wil binnen een paar jaar naar tien miljoen dollar - is nog maar de vraag. Daarom ook wil Acosta de World League uiteindelijk in de plaats van het wereldkampioenschap laten verspelen. Dat zou na het WK van 1998 in Japan moeten gebeuren. Brokking juicht dat toe. Hij constateert dat het verspelen van de World League naast de al bestaande titeltoernooien “bijna te zwaar” is. Nederland moet in de nieuwe competitie zestien wedstrijden in een tijdbestek van tien weekeinden volleyballen. Het spelen op zich is niet het grootste bezwaar, maar wel het reizen. De Oranjeploeg zit in de voorronde met duels in Cuba, Canada en Brazilie ongeveer 80 vlieguren in de lucht. Toplanden als Cuba en vooral wereldkampioen Italie sparen regelmatig spelers door wisselende teams op reis te sturen. De Italianen werken de hele voorronde met een veredelde B-ploeg af. Daardoor verloren ze inmiddels al twee wedstrijden. Toch brengt dat de kwalificatie voor de finale met de nummers een en twee van de twee poules op 26 en 27 juli in Milaan niet in gevaar. Nederland maakt een goede kans in groep A achter Cuba als tweede te eindigen. Brazilie is de grootste concurrent. Deze ploeg verloor al vier keer van Cuba, Nederland twee keer. Oranje speelt komend weekeinde in en tegen Brazilie. Brokking heeft in tegenstelling tot zijn collega's van Italie en Cuba slechts de beschikking over twaalf spelers. Hij heeft dus niet de gelegenheid af en toe iemand thuis te laten. Alleen in hoge nood zal Brokking een beroep doen op een speler van buiten zijn eigen selectie. Afgelopen weekeinde miste de bondscoach twee basisspelers wegens blessures, Edwin Benne en Martin Teffer. Achteraf gezien kwam hem dat niet eens slecht uit. “In zulke gevallen kan je eens anderen inzetten.” Zo werd de 23-jarige Marko Klok voor Benne opgesteld. De van Brother Martinus overgekomen speler trainde al sinds twee-eneenhalf jaar bij de nationale selectie en is per 1 mei vast bij het team. Hij had als 'passer' en aanvaller een zware taak tegen de Fransen, maar deed het na een nerveuze start heel goed. “Ik zou bijna blij moeten zijn met die blessures.” Brokking zal nooit een basisspeler aan de kant houden. “Daar vind ik de World League te belangrijk voor. We willen winnen. Dus speel ik altijd in de sterkst mogelijke opstelling.” Om tot minder wedstrijden en een voor het publiek interessanter programma te komen heeft Brokking een goed idee voor een andere opzet van de World League. Hij wil in plaats van in poules van vijf met vier teams gaan spelen en dan in elk deelnemend land een halve competitie afwerken. In dat geval zou een ploeg in de voorronde maar twee reizen hoeven te maken en bovendien kan het eigen publiek in een weekeinde drie verschillende tegenstanders aan het werk zien. Nu was in de afgelopen dagen alleen Frankrijk voor twee wedstrijden in Nederland te gast en bleek die ploeg veel te zwak voor Oranje.