Washington feest terwijl Irak blijft lijden; Wie schuld legt bij VS laat Saddam over lijken gaan

Amerika vierde het afgelopen weekeinde zijn overwinning in de Golfoorlog, terwijl Irak de verwoestingen van de nederlaag nog bij lange na niet te boven is. Onder het feesten door hebben de Amerikanen de Iraakse burgers en militairen, Saddam Husseins zwaarsslachtoffers, herdacht. Saddam denkt aan niemand.

Iraks gevallenen blijven onbetreurd en onbejubeld door de regering die hen heeft laten kreperen in de onzinnige hoop, Saddams landroof van Koeweit te kunnen bestendigen. Drie maanden na het eind van de oorlog heeft de regering in Bagdad nog altijd niet de moeite genomen haar volk of de wereld te vertellen hoeveel Iraakse soldaten er zijn omgekomen. Betrouwbare cijfers over het aantal bij de bombardementen n de geallieerden omgekomen burgers ontbreken eveneens. Dat het Pentagon weigert het aantal Iraakse slachtoffers te schatten is al bedroevend; dat Baghdad daarin meegaat is misdadig. Dit stilzwijgen is typerend voor een dictatoriaal regime dat weerberichten bestempelt tot militaire geheimen en afwijkende meningen bestraft met folter en de dood. Sinds de oorlog heeft Saddam nog meer te verbergen. De oplopende crisis in de volksgezondheid en de hongersnood, die door buitenlanders zijn gesignaleerd en wereldkundig gemaakt, vormen slechts een onderdeel van een reuzenschandaal dat Saddam in eigen land tracht te verheimelijken. Het gaat niet aan alle schuld voor de ramp die delen van de Iraakse burgerbevolking boven het hoofd hangt uitsluitend bij de bommen en het beleid van Amerika te leggen. Wie Saddams verantwoordelijkheid toen en nu negeert, pleit een regime vrij dat thans zijn oppositie lijkt dood te hongeren. Cholera Een medisch team van Harvard University mocht vorige mnd geen bezoek brengen aan een ziekenhuis voor besmettelijke ziekten in Bagdad, naar men vermoedde “omdat de regering niet wilde dat ons team cholerapatienten in epidemische aantallen zou zien”. Een uit Irak afkomstige, Arabisch sprekende arts die in diezelfde tijd in Irak was, vertelde me: “De regering houdt het precieze aantal choleragevallen geheim. Het officieel toegegeven aantal veel te laag”. Deze arts ontdekte dat de medici in een van de ziekenhuizen die zij bezocht van de geneesheer-directeur de opdracht hadden gekregen het bestaan van ernstige, voor een deskundige waarnemer duidelijk zichtbare tekorten te ontkennen. Net als het team van Harvard merkte ook deze arts dat in ziekenhuizen in Bagdad patienten met kwashiorkor en marasmus verschijnen. Deze uitmergelende gebreksziekten, waaraan kinderen in Ethiopie en Biafra lijden, waren vroeger in Irak zeer zeldzaam. De van oorsprong Iraakse arts merkte ietop wat niet in het Harvardrapport staat: deze ziekten doen zich voor in Saddam-stad, een van Bagdads armste buitenwijken, en in de steden van Zuid-Irak. In deze gebieden wonen shi'itische moslims, die in maart in opstand kwamen tegen de sunnitische minderheid waarop de heerschappij van Saddam steunt. “Er is voedsel aanwezig, maar het vervoer daarvan naar shi'itische streken lijkt bij de regering geen hoge prioriteit te hebben”, aldus de arts, die me verzocht haar nm niet te vermelden uit vrees voor represailles. Andere getuigen melden dat honderden hectaren dadelpalmen, een belangrijke voedselbron voor de shi'ieten in het zuiden, sinds het eind van de oorlog zijn gerooid door de republikeinse garde van Saddam. De eerste journalisten die Irak na de oorlog in mochten, bevestigden dat er voedsel beschikbaar was in de gebieden waar ze van de regering mochten komen. Brandstof was niet langer op rantsoen, er was weer veelerkeer en in veel buurten was er al weer elektriciteit. Deze berichten weerspraken impliciet het alarmerende bericht van de Verenigde Naties dat Irak “het pre-industriele tijdperk” in was gebombardeerd. Niet eerlijk De Verenigde Naties hebben het invoerverbod op voedsel en medicijnen opgeheven en die stromen nu naar Irak via internationale hulporganisaties en commerciele leveranciers in Jordanie. Maar blijkbaar worden voedsel en medicijnen niet eerlijk onder de belking verdeeld naar de mate waarin die te lijden heeft gehad van het oorlogsgevaar. Waar op de markten voedsel te koop is, is het naar Iraakse maatstaven peperduur. Dit leidt ertoe dat de honger in het algemeen het ergst is onder de sji'ieten, die arm zijn en geen connecties hebben met het regime van Saddam. “Elders in Bagdad zie je wel zwerfhonden en -katten, maar niet een in Bagdad-stad”, vertelde de van geboorte Iraakse arts. Saddam regeert nog altijd op basis van terreur, fraude en bedrog jegens zijn volk. D regering in Bagdad behoort eerlijk rekenschap te geven van de Iraakse verliezen en tegenover de Irakezen de rampspoed erkennen die Saddams oorlog heeft gebracht. Zolang ze dat niet doet, zijn haar beloften over democratisering en haar verzoeken om opheffing van alle sancties niet serieus te nemen. De opbrengst van het geheime handelsakkoord ter waarde van een miljard dollar dat Iraakse en Jordaanse functionarissen vorige maand in Amman hebben gesloten, of die van de olie en avel die Jordaanse zakenlieden Irak uit helpen smokkelen, zal de honger van de armen niet stillen, evenmin als de miljarden dollars die Saddam en zijn familie in het buitenland hebben weggezet. De internationale gemeenschap dient zich te bemoeien met de distributie van de hulpgoederen en zo te zorgen dat die niet in handen van Saddams leger of van zijn trawanten vallen. Het VN-plan om vijfhonderd gewapende gardisten te sturen die in heel Irak toezicht moeten gaan houden, is een absurditt. Tragedie De Amerikaanse acties tijdens een oorlog die door Irak is begonnen, hebben bijgedragen tot de tragedie die zich in Irak voltrekt en die nog erger zal worden naarmate de onbarmhartige Mesopotamische zomer vordert. Maar wie alle schuld bij Washington legt, laat Saddam opnieuw ongestoord over lijken gaan.

Washington Post- NRC Handelsblad