Voorbeeldig spel van Arditti Quartet

Holland Festival. Concert door Han de Vries (hobo), Jacob Slagter (hoorn) e.a. Werken van Ohana en De Pablo. Concert door Ardit Quartet. Werken van Gerhard e.a. Gehoord 8-6 De IJsbreker en 9-6 Concertgebouw, Amsterdam.

Na een invasie van Italiaanse nieuwe muziek (zeer uitputtend) vervolgens van Sovjetrussische (met Galina Oestvolskaja als de grote ontdekking) en in 1990 van Duitse is nu dan in het Holland Festival voor het laatst de beurt aan de Spanjaarden. Opmerkelijk is dat gerenommeerde avant-garde componisten onbreken, zoals Joaquim Homs - de eerste serialist die niet in het buitenland studeerde -, Ramon Barce - die de Spaanse muziek bevrijdde van zijn folkloristische juk - , Miguel Angel Coria - een Weberniaan die de eerste Spaanse elektronische studio oprichtte - of Tomas Marco - uitgesproken theatraal en de meest bekende -. Programmeur Elmer Schonberger liet zich leiden door niveau en lette niet op gevestigde namen, zoals ook vorig jaar met het beeld dat ons werd geschonken van de nieuwe Duitse muziek zonder Karlheinz Stockhausen. Zaterdagavond beet Maurice Ohanain de IJsbreker de spits af in een dubbelportret met Louis de Pablo als onderdeel van de serie 'Catalonie herboren', zoals het daarop volgende concert gisteravond in de Kleine Zaal deel uitmaakte van de serie Rondom Roberto Gerhard. Ohana, geboren in 1940, is een Franse componist van Engelse origine, leerling van Daniel-Lesur, die pas in de jaren vijftig in Parijs wist door te breken. Hij wrd benvloed door Debussy, maar ook door zijn etnische onderzoeken naar Byzantijnse, Spaanse en Afrikaanse muziek. In de jaren zestig gaf hij zijn werken titels mee beginnend met de letter S om het onvoltooide karakter te symboliseren, maar eerlijk gezegd vind ik al zijn composities nogal fragmentarisch - vaak in een mengvorm van kleurige klankvelden en scherp gesneden figuraties. Alleen in het slot van Sibylle (1986) voor sopraan, slagwerk en band is er een grotere, langer volgehouden spanningsboog en misschien dat men deze rauwe theatraliteit voor Spaans zou kunnen verslijten. Schitterend, om niet te zeggen onnavolgbaar, zoals slagwerker Jean-Pierre Drouet in zijn partij precisie en nonchalance wist te combineren. Voor het overige vielen mij de uitvoeringen nogal tegen - grote namen zijn ook bij uitvoerenden niet altijd een garantie -, maar bij het Arditti String Quartet kwamen we niets te kort. Sterker, ik had meer respect voor de onvoorwaardelijke inzet en technische capaciteiten van deze rasmusici dan voor enkele van de utgevoerde composities in de typische zestiger jaren-stijl. Roberto Gerhard (1896-1970), die in de jaren 1923-1928 bij Schonberg studeerde, brak ook al weer laat door: bij de viering van zijn zestigste verjaardag. Het Tweede Strijkkwartet uit de jaren 1960-1962 onderstreept zijn voorhoedepositie ook in latere tijd, maar van pure klankkleurexploraties (commentator Homs karakteriseert het werk mijns inziens ten onrechte als een soort van voorloper van de Poolse School) is nog geen sprake. Dat was wel he geval in Julio Estrada's Ishini'ioni (1984-1990), door het Arditti Quartet meer dan voorbeeldig in premiere gebracht: in de vorm van een voortrazend continuum aan quasi elektronische klanken, vol glissandi en microtonen, zeer dicht gecomponeerd. Het stuk is terecht door de componist in een theatrale setting geplaatst - helaas zondagavond niet gerealiseerd - want als abstracte muziek is het toch te mager uitgevallen. Op de werken van De Pabo kom ik nog terug, eind van de week wordt de Spaanse marathon voortgezet en dan komen de composities voor grotere en kleuriger bezettingen aan de orde.