PSV een punt voor op Ajax, volgens Brits systeem

ROTTERDAM, 10 JUNI. In de Nederlandse competitie is altijd het orthodoxe systeem gehanteerd. Een overwinning levert twee punten op, een gelijkspel een en een nederlaag geen punten. Dat is ook het geval in bijna alle grote voetballanden. Alleen in Engeland krijgt men sinds acht jaar drie in plaats van twee punten voor een gewonnen wedstrijd. In Europa heeft dat navolging gekregen in IJsland, Noord-Ierland, Noorwegen en Turkije. Frankrijk is er inmiddels alweer vanaf gestapt.

Indien het drie-puntensysteem in Nederland van toepassing zou zijn zou PSV momenteel een punt meer hebben dan Ajax, 73 om 72. PSV won namelijk een wedstrijd meer dan Ajax. In de rest van de ranglijst zouden niet al te veel verschillen zijn met de huidige stand. Feyenoord zou niet achtste maar elfde zijn. Onderaan de ranglijst zou Sparta, nu dertiende en vrij van degradatiezorgen, de zestiende plaats met SVV delen. Een andere afwijking van de 'normale' competitie-opzet is het systeem met play-offs. Dat kennen ze momenteel in Finland, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland. In twee gevallen is er in Europa sprake van een ietwat curieuze afwijking. Polen kent in haar voetbalcompetities het systeem dat een club die met meer dan vier punten verschil wint een punt extra krijgt en de verliezer een punt in mindering. In Joegoslavie nemen de ploegen strafschoppen na elk gelijkspel. Het verliezende team in die verlenging raakt zijn punt kwijt. De winnaar behoudt gewoon het punt. Het valt op dat verscheidene landen die in het nabije verleden een andere opzet hebben geprobeerd weer zijn teruggekeerd bij het oude systeem. Spanje probeerde het in het seizoen 1986'87 bijvoorbeeld met play-offs waarbij na de reguliere competitie de ranglijst in drie groepen van zes clubs werd gedeeld, een kampioenspoule, middenpoule en degradatiepoule. Die ploegen speelden nog een keer tegen elkaar in een uit- en een thuisduel. Het werd geen succes, mede omdat elke ploeg dat seizoen liefst 44 wedstrijden moest afwerken. De KNVB riep in het seizoen 1986-'87 een nacompetitie in het leven. Vier clubs streden daarin om een plaats in het UEFA Cuptoernooi. Dat was et name het eerste jaar een groot succes. De twaalf wedstrijden trokken in totaal 135.600 toeschouwers, een gemiddelde van 11.300 per wedstrijd. FC Utrecht werd winnaar. Een jaar later won FC Groningen. Er kwam toen beduidend minder publiek. De KNVB wilde echter doorgaan met deze nacompetitie, maar dat werd verboden door de Europese voetbalunie. Het is pas zes keer eerder in de geschiedenis van het Nederlandse betaald voetbal voorgekomen dat het kampioenschap op de laatste speeldag werd beslist. Vorig seizoen was dat ook het geval. Ajax had toen aan een 1-1 gelijkspel in Nijmegen tegen NEC genoeg. Indien een eventuele beslissingswedstrijd tussen Ajax en PSV gelijk zou eindigen zal een replay worden gespeeld. In die wedstrijd moet er een beslissing vallen, desnoods via strafschoppen. Van 1980 tot en met 1988 was de strijd om de landstitel niet erg interessant. De afstand tussen de nummer een en twee was in die jaren voortdurend behoorlijk groot. Het dieptepunt vond in het seizoen 1980-'81 plaats. AZ'67 werd toen kampioen met een voorsprong van twaalf punten op Ajax. Al zeven weken voor het einde van de competitie waren de Alkmaarders, getraind door George Kessler en met spelers als Metgod, Hovenkamp, Nygaard, Kist en Jan Peters in de gelederen, zeker van de titel. Van 1985 tot 1988 werd PSV steeds met ruime voorsprong kampioen met achtereenvolgens acht, zes en negen punten meer dan nummer twee Ajax.