Opgejaagd wachten op de dood in de gewelven onder Fort Kijkduin

Voorstelling: Korper brennen van Jurg Laederach en Andres Mury door Theatergroep Hollandia. Vertaling: Tom Blokdijk; vormgeving: Leo de Nijs; regie: Johan Simons, Paul Koek; spelers: Elsie de Brauw, Betty Schuurman, Jeroen Willems, Wieger Woudsma. Gezien 9-6 Fort Kijkduin, Den Helder. Te zien t-m 23-6 aldaar. Informatie Hollandia: 075 - 310231

De voorstellingen van Theatergroep Hollandia zijn altijd als explosief materiaal, geplaatst in een vredig landschap. Enkele seizoenen terug speelde het gezelschap in een stijlvolle villa in Velzen-Zuid een wreed toneelstuk, dat de toeschouwer wel heel dicht op de huid kwam. Ook kiezen de regisseurs Johan Simons en Paul Koek in een Zaanse polder doorsneden met slootjes een autosloperij uit om er Prometheus te spelen, een pleidooi voor de overmoed. Nu cirkelen in Den Helder vredig de visdiefjes en meeuwenond Fort Kijkduin, de bezoeker geniet van de aanblik van golven en het Wad - tot hij zich mee laat tronen de spelonken in van het rond 1812 gebouwde Fort Kijkduin. In een van de zogenaamde beuken wachten drie militairen de volgende dag af, waarop ze naar het front moeten. Het zijn twee mannen en een vrouw. Een vierde personage heeft een zwijgende rol: het is de barjuffrouw. Ze bevinden zich in die onderaardse gewelven als in een laboratoriumsituatie. De oorlog is 'erens'; de kolonel die hen moet bevelen bevindt zich in het 'noorden', maar ze zijn hun besef van richting kwijt. Ze leven om opgejaagd te worden. De uniformen maken hen anoniem. De vrouw wisselt gedurende die nacht van wachten van partner. Hoezeer de mannen deze Essie ook begeren, tegelijk zijn ze bang dat zij een wig drijft in hun vriendschap. Het verhaal van dit toneelstuk van de Zwitserse auteurs Laderach en Mury is van ondergeschikt belang. Het draait om de heftige, aardse uitbeelding van mnselijke driften. Wraakzucht, seks en moordlust doen de lichamen van de personages branden. De laag zand in het fort is voor de spelers van Hollandia verrukkelijk materiaal: zij gaan er een bijna mythische, heilige band mee aan. De vrouw Essie laat het over haar naakte bovenlichaam stromen, soldaat Sam trekt met zijn hoofd een spoor door het zand en de ander, Mortin, schopt het zand weg om zijn woede te koelen. Omat de drie personen de dood verwachten die de volgende dag zal komen, verkennen ze hun grenzen. In dit opzicht is Korper brennen een toneelstuk over het spel met illusies. Mortin gaat tot het uiterste door Sam zowat te wurgen, daarbij de aanwijzingen van het slachtoffer gehoorzamend. De regisseurs Johan Simons en Paul Koek hebben Korper brennen op een abstract niveau getild. Geeft de tekst dat Mortimer met een tank een bar inrijdt, in de voorstelling vinden we daarvan niets terug. Alles draait om taal en het beeld. De taal gaat als volgt: “Ik ben zelfverdediger. Door me over te geven zoveel ik kan. Je overgeven aan de tijd. Men doet met mij wat men wil, maar beseft niet dat ik daaraan lust beleef. En die is enorm. Met de rug tegen de muur. Dat is alles.' Simons en Koek creeren bij deze flarden van monologen beelden die van de spelers levende objecten maken in een environment van zand, baksteen en helmgras. Elsie de Brauw als Essie en Jeroen Willems als Sam Singer moduleren hun stemmen effectief. Wieger Woudsma in de rol van Morin Zarg zingt op desolate wijze de woestijn-blues. Korper brennen is nadrukkelijk en consequent een voorstelling van Hollandia. Naar vorm zien we een choreografie van rituele, gewelddadige handelingen, afgewisseld met een enkel moment van luwte. De taal is hier niet de motor van de handeling, wel is ze een soort uitgeloogde poezie. Elke zin is raak, als een schot uit de loop van een scherpschutter. Het landschap rondom het Fort zien we na de voorstelling anders dan voorheen. Onder de grond heert het lugubere, en we wisten het wel maar wilden het niet weten.