Open dag op vliegbasis Twente; Scuds, Patriots en prentbriefkaarten

“He, kijk hier, een stuk van een Scud-raket.” Twee jochies van vijftien hebben gevonden wat ze hoopten: een stukje Golfoorlog in Twente. De relikwie, 80 vierkante centimeter verwrongen staal, zit netjes vastgenageld op een stuk hout en laat geen twijfel over haar herkomst: 'Scud: Israel '91.' Voor een van de kraampjes op vliegbasis Twente vergapen de jongens zich eraan.

Zij, en nog hondeduizend Nederlanders die urenlang in de file stonden en vervolgens, gewapend met klapstoeltjes, koelboxen en geluidsdempers om de trommelvliezen te sparen, ettelijke kilometers liepen vanaf het weiland waar ze hun auto mochten parkeren om de open dag van de vliegbasis te kunnen beleven. Daar konden ze onder andere het Nederlandse onderdeel bewonderen dat met de Patriots het Israelische luchtruim verdedigde. Tegen de achtergrond van de zo bekende lanceerinstallatie (die elders ook op prntbriefkaart met ondergaande zon te verkrijgen is) legt een militair die “er geweest is” een genteresseerde leek uit hoe het systeem werkt: “En die vijfduizendvijfhonderdtweeenzestig bundels kunnen dus via fasenbesturing...” Sergeant Teunissen (24), verantwoordelijk voor de verkoop van T-shirts en petjes met 'Jerusalem 91 - NL. DET ISRAEL' erop wil wel kwijt dat hij weer zou gaan. “Als er levens gespaard moeten worden heb je geen keus.” Even verderop verkopen militaien van het op de vliegbasis gelegerde 315de Squadron T-shirts met de tekst: Iraq here comes Twente. Dat de missie van de Twentse militairen is gesneefd in politiek gebakkelei is volgens de militair die achter het standje staat geen reden voor het publiek de portemonnee dicht te houden: de oplage is bijna uitverkocht. Onder het oorverdovend lawaai van Harriers, Fokkers, Grasshoppers, Mirages, B-25's en F-16's gedijt de valse romantiek van luchtvaart en leger wonderwel. Maar de toeschouwers p het vliegveld staan allen open voor dit spektakel en de boodschap die de Koninklijke Luchtmacht de bevolking via dit jaarlijkse evenement wil overbrengen: dat ze een belangrijke bijdrage levert in het bewaken en verdedigen van NAVO-grondgebieden en het beheersen van crises. Alle honderdduizend, op vijftig jonge leden van de Jonge Socialisten na, die aan het begin van de middag een bijna onopgemerkte protestactie voerden op een van de startbanen van het vliegveld. “Het is belachelijk wat hier gebeurt”, zegt A. van Pelt, een van hen. Milieuvervuiling, geldverspilling en militaristisch wapengekletter is het, vinden de Jonge Socialisten. Het gezwaai met hun vlaggen gaat echter aan de grote menigte voorbij. Die heeft slechts een bewonderend oog voor de langsdenderende, stuntende vliegtuigen; boekjes over 'militairy aircraft markings' bij de hand en minimaal een, liefst meer camera's met telelens om de nek. Vliegtuigspotter E. Janssen uit Hellendoorn, hoofdassisent op een accountantskantoor, vertelt vol trots, dat hij al 20 jaar vliegtuigen fotografeert en zelden een open dag voorbij laat gaan. Wat hij met de honderden dia's doet: “Avondjes geven voor vrienden.” Nee, zijn vrouw gaat inmiddels niet meer mee. “Die had het na een paar keer wel gezien.” In een van de grote, voor deze gelegenheid opgetrokken tenten op het terrein probeert Joop van Zijl boven het geluid van een Mirage 2000 Demo uit te komen. Op een podium, onder en spandoek 'Bij de luchtmacht haal je het beste uit jezelf', interviewt de journaalverslaggever twee vliegers; het publiek mag vragen stellen. De luchtmacht laat een gelegenheid als deze - zoveel liefhebbers bij elkaar - niet voorbijgaan zonder wervingsactiviteiten. “Tijdens de opleiding tot vlieger wordt van je verwacht dat je voor minstens 100 procent presteert”, vertelt de vrouwelijke vlieger-overste. Majoor Wulffaert van de afdeling voorlichting vermoedt dat niet zozeer de Patriotopstelling de grote trekkr is als wel de luchttransportvliegtuigen die worden gedemonstreerd. En met een zweem van spijt in zijn stem: “Helaas hebben we geen noviteiten dit jaar.” Volgend jaar is de basis bij Gilze-Rijen aan de beurt.