Moskou wil een exportbank met hulp van Westen

MOSKOU, 10 JUNI. De regering van de Sovjet-Unie wil met Westers geld en Britse hulp een speciale export-kredietbank opzetten. Bij de Staatsbank (Gosbank) iseen aparte afdeling belast met de oprichting van een nieuwe bank voor 'project-financiering', zoals het bij de Gosbank heet.

Voorzitter Sergej Konjatsjev van het comite, dat voor de nieuwe bank verantwoordelijk is, is momenteel in Londen voor nader overleg. Volgens een medewerker van Konjatsjev verkeert het plan echter nog in een beginfase. Konjatsjev zoekt in Engeland steun voor zijn plannen. Hij denkt voor de exportbank een beginkapitaal van 400 miljoe dollar nodig te hebben. Bovendien wil hij technische hulp voor de nieuwe bank. In de Sovjet-Unie, waar de financiele instellingen altijd strak gecentraliseerd waren, kampen de bankiers met een schrijnend gebrek aan kennis over het moderne internationale betalingsverkeer. Volgens president Viktor Gerasjtsjenko van de Gosbank is de technologische lacune waaraan de Sovjet-Unie lijdt, momenteel een groter probleem dan het gebrek aan financiele mogelijkheden. Maar op de achtergrond schuilt ook een ander motief. Sinds een jaar is het bankwezen enigszins geliberaliseerd. Er bestaan nu tal van particuliere banken die een grote mate van populariteit genieten omdat ze meer rente uitkeren, effectiever werken en bovendien tegen de staatsbank zijn. Ze hebben groot belang bij verdergaande autonomie van de afzonderlijke Sovjet-republieken die op hun beurt ook zoveel mogelijk financiele vrijheid op het 'centrum' willen veroveren. De Gosbank vreest nu dat deze financiele instellingen zich straks gaan mengen in de financiering van buitenlandse projecten, niet alleen omdat ze zo hun vleugels zouden kunnen uitslaan maar ook omdat ze zo kunnen voorkomen dat ze hun valuta-inkomsten ten dele zouden moeten afdragen aan de centrale bank. In Moskou resideert een speciaal valutafonds dat veertig procent van alle harde valuta-inkomsten claimt. De ratio hiervan is dat de Sovjet-Unie haar buitenlandse schuld (circa 60 miljard dollar) mot afbetalen en het zich dus niet kan permitteren dat valuta blijven hangen bij de republieken. De eerste helft van dit jaar bleek bij voorbeeld dat de normale aflossing van vijf miljard dollar ook niet op tijd kon worden betaald.