Kounellis (1)

Natuurlijk hebben de leden van de Tweede Kamer het recht een gegeven paard in de bek te kijken. In aansluiting daarop hebben minnaars van de beeldende kunsten het recht te bekijken hoe zij dat doen.

Mij is het een raadsel hoe iemand kan denken alleen op grond van een onbenullig schetsje uit de kranten van het beeld dat de Griekse kunstenaar Jannis Kounellis in zijn hoofd heeft, en een beschrijving van de materialen die hij bij het maken van dat beeld wil gebruiken, een oordeel te kunnen vormen over dat beeld. Dat is afwachten geblazen zou ik denken. Het minste dat je nodig hebt om daarbij aan je verwachtingen de vorm van een voorstelling te geven is bekendheid met eerder werk van dezelfde kunstenaar. Dat geldt zeker voor het werk van iemand die voor beelden tamelijk ongebruikelijke materialen op een zo vernieuwende manier weet te gebruiken als Kounellis. Er zijn in zijn werk, al zou je dat aan de hand van beschijvingen van de door hem gebruikte materialen niet onmiddellijk zeggen, hoogtepunten te vinden van visuele schoonheid. De beoordeling van de manier waarop een meerderheid van de leden van de Tweede Kamer een te geven paard in de bek heeft gekeken moet in ieder geval luiden, dat het haastig, oppervlakkig en voorbarig was. Daarbij moet een uitzondering worden gemaakt voor degenen onder hen die al wel met uitgevoerd werk van Kounellis vertrouwd zijn.