Fietsband plakken hoeft niet op school geleerd te worden

“Zo'n gave vent kun je toch meteen voor de klas zetten', vond een onderwijskundige van een eerstejaarsstudent op de Nieuwe Leraren Opleiding, “wat kunnen wij als docenten daaraan nog toevoegen?” Mijn verweer dat hij, behalve vreselijk aardig te zijn, ook nog geschiedenis moest kunnen bijbrengen, riep slechts hoon op. Misschien werd het ook niet sterk gebracht; het was in de vroege jaren zeventig en we waren allen besmet door het geloof dat onderwijs moest ontplooien en waarden moest helpen ontwikkelen. Je schaamde je haast te pleiten voor zo iets banaals als kennisoverdracht.

Vergaande denkbeelden over de school als uitsluitend een leuk milieu of als de smidse van de nieuwe, weerbare en kritische mens zijn onderhand passe, maar telkens weer wordt van buiten het schoolterrein geroepen dat bepaalde gewichtige zaken door het onderwijs schandalig verwaarloosd worden. Nu zijn het opeens verzorging en techniek waar schromelijk tekort wordt gedaan. De basisvorming moet ook al aan dit euvel een einde maken. Natuurlijk is het belangrijk in staat te zijn een fietsband te plakken, een stekker aan een kabel te maken, een knoop aan te naaien en het huishoudgeld te beheren. Maar gelukkig leert een mens nog steeds het meeste en belangrijkste buiten de school, zolang tenminste kinderen de kunst afkijken van volwassenen, van elkaar en van de talrijke incidentele informatiebronnen als televisie die de mensheid zolang heeft moeten missen. Dat is het leren in wat de Grieken de 'vrije tijd' noemden, schole. Als de pleiters voor 'verzorging' en 'techniek' in de basisvorming merken dat hun knopen en stekkers het in het debat niet goed doen, gaan ze meteen op het andere been staan: niet langer blijkt het dan te gaan om die triviale vaardigheden, maar om vertrouwdheid met levensgebieden erachter die van vitaal belang zijn. En dan komen we weer in het moeras van diffuus onderwijsdenken, zo kenmerkend voor de dagen van olim, zo dachten we. In het Kamerdebat over de basisvorming heeft staatsecretaris Wallage gezegd dat er geen geld is voor 'keukens' op alle scholen (en natuurlijk ook niet voor technieklokalen, maar dat zegt hij niet, als hij kwiek verklaart dat techniek zo belangrijk is in de moderne maatschappij, dat zij gewoon in het onderwijs moet). Maar het zijn niet de centjes die de algemene invoering van verzorging en techniek overbodig maken. Nuchter nadenken over de functie van onderwijs moet verder 'verangelsaksing' van onze scholen voorkomen. Is het onderhand niet aan de orde ons onderwijsdenken meer op Europa te orienteren? Maken Duitsland en Frankrijk zo'n kliek van hun voortgezet onderwijs? Het is tijd voor de bescheiden, terughoudende onderwijsfilosofie: de school moet alleen die vaardigheden en kennis bijbrengen die de maatschappij belangrijk vindt voor haar ontwikkeling en die gericht onderwijs aantoonbaar beter kan overdagen. Engels of spellen leert een kind niet makkelijk van een ouder, zoals van menig gekwalificeerde anglist, respectievelijk neerlandicus weet. Zoals altijd, generaliseren de diverse pleidooien het eigenbelang: dat geldt voor de 'lobby voor afwasborstel en biefstuk' (NRC Handelsblad 31 mei) die vreest dat lbo-leraren niet er niet aan te pas komen in een algemeen voortgezet onderwijs. Dat slaat ook op de schrijver van dit stuk, die het een zorgwekkende ontwikkeling vindt dat academici steeds meer 'weggeperst' worden uit het voortgezet onderwijs: al in de onderbouw moet het voorbereiden op wetenschappelijk onderwijs kunnen beginnen. Daarvoor is een wetenschappelijk opgeleide leraar de beste leidsman. Cals wist het wel: zijn slogans om leraren te lokken waren 'uw toekomst voor hun toekomst' en 'achter ieder geslaagd mens staat een leraar'. Herwaardering van het leraarsvak begint natuurlijk met het drastisch optrekken van leraarssalarissen: enkelen van mijn oud-studenten nemen - in een lofwaardige mentaliteit - genoegen met een inkomen dat lager is dan de werkloosheidsuitkering waarop ze recht hebben. Maar de kwaliteit van het onderwijs en het aanzien van de leraar hebben ook alles te maken met de opleidingseisen die gesteld worden. Het allerbelangrijkste echter is het besef bezig te zijn met erkend belangrijk werk op niveau.