Eerste doodvonnis om collaboratie in Koeweit

KOEWEIT, 10 JUNI. In Koeweit is zaterdag het eerste doodvonnis gevallen in de processen tegen vereende collaborateurs met de Iraakse bezettingsautoriteiten. De regering heeft inmiddels een orgaan gevormd dat alle vonnissen nog eens moet bekijken.

Een staatloze Arabier, Mankhi al-Shammari, werd door een speciale rechtbank ter dood veroordeeld wegens lidmaatschap van een Iraakse militie tijdens de zeven maanden durende bezetting van het emiraat. De verdachte had, evenals andere beschuldigden, daartegen aangevoerd door de Iraakse autoriteiten te zijn gedwongen door middel van dreigementen tegen zijn familie. Zijn advocaten zeiden voorts dat zijn bekentenis door de Koeweitse politie was afgedwongen door foltering. De processen tegen in totaal ongeveer 200 mensen zijn 19 mei begonnen. Tot zaterdag was de zwaarste straf 20 jaar gevangenis voor een Koeweiti wegens samenwerking met het Iraakse leger. Er zijn echter al vele doodstrafen geTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eist en een verdediger verwachtte gisteren dat ook nog veel doodvonnissen zullen volgen. Tot gisteren had alleen de kroonprins, sjeik Saad al Abdullah al-Sabah, als opperste bestuurder van de staat van beleg de bevoegdheid de vonnissen van de speciale rechtbanken, bestaande uit twee legerofficieren en drie rechters, om te zetten of te verminderen. Gisteren is een vorm van toetsing ingevoerd met de oprichting van een uit drie juristen bestaand orgaan dat volgens de minister van justitie gaat kijken of de rechtbanken de wet correct hebben toegepast. Vermoed wordt dat druk uit het Westen hierbij heeft meegespeeld. Zaterdag nog onderstreepte de Amerikaanse ambassadeur in Koeweit dat de Koeweiti's “nu gerechtigheid en eerlijkheid voor alle mensen in Koeweit moeten nastreven, net zoals de hele wereld opkwam voor die principes voor Koeweit”. (Reuter, UPI)