De Moskouse winter van de familie Magai

Ze heet Julia Magai. Bedeesd staat ze op het vliegveld van Moskou te wachten, drie verlepte anjers in een overdadige hoeveelheid plastic in haar hand. Op weg naar het huis van haar ouders, waar wij twee weken zullen logeren, wijst ze eerst McDonalds en vervolgens het Rode Plein aan. De taxichauffeur zet zijn achteruitkijkspiegel schuin. Het ene oog houdt op deze manier de kuilen in de weg in de gaten, het andere bekijkt nieuwsgierig de vreemdelingen op zijn achterbank.

In de Russische huiskamer straalt het Eurovisiesongfestial ons vanaf het televiesiescherm tegemoet. We schuiven aan tafel voor een welkomstmaaltijd: soep, vlees, vis, brood en aardappelen. Er zijn twee stoelen met rugleuning en die zijn voor de gasten. Ik zit nauwelijks tien centimeter van de schetterende kijkbuis verwijderd. De voorspelde hongerwinter is voorbij. De hoeveelheid voedsel die nu op de met plastic bedekte tafel verschijnt, verbaast ons. Het is moeilijk te achterhalen waar het eten vandaan komt. “Uit de ijkast”, grijnst vader Igor continu. Maar hoe komt het dan in die ijskast? “That is not your problem,” Zijn gasten moeten zich vergapen aan het Poesjkin-museum en het Kremlin en zich niet om 'dagelijkse problemen' bekommeren. In mijn linkeroor zingt een te zwaar opgemaakte dame kwijnend over een verloren liefde. Hoe is de familie Magai de winter doorgekomen? Al zullen ze het nooit toegeven: uiteraard via de zwarte markt, net als de buren en de buren van de buren. Groente kopen z bij boerenvrouwtjes, die 's ochtends in alle vroegte met de trein naar Moskou komen. De aardappelen op de kolchozenmarkt, waar cooperatieven hun produkten uitstallen en de bosjes radijs met een sponsje worden nat gehouden. Worst is te vinden op het werk van schoonzoon Guram en een tube mascara wordt geruild tegen een fles shampoo. Van de voedselhulp die het Westen de afgelopen maanden bood, heeft Igor niets gezien. Wel hebben de acties, die met veel tamtam zijn aangekondigd, zijn trots gekrenkt. “We hebben geen voedselpakketten nodig. Het is hier geen Afrika”, protesteert hij. Bovendien, zijn vrouw Larissa is toch een geschenk uit de hemel? Afgelopen zomer maakte ze van appelen en aardbeien sap, zodat het gezin de hele winter van vruchtendrank was voorzien. Uren stond ze in de rij voor vier lapjes vlees. Van room, melk en bij elkaar gescharreld deeg bakt ze regelmatig de prachtigste taarten. Goed, de truitjes zijn soms aan de kleine kant omdat de wol voortijdig op is, maar Julia heeft nog altijd een warme winterjas. Op het Eurovisiesongfestival zie ik intussen dure jurken glinsteren, grote bossen bloemen voorbij schieten en dikke tranen vloeien. Vader Igor trekt een wodkafles open bespreekt de toestand in de Sovjet-Unie. In huize Magai blijkt men het niet op te hebben met de conservatieven, Gorbatsjov of Jeltsin. “Jeltsin is een machtswellusteling. Als hij president wordt, verandert er nog niets .” Aan wodka is in dit huishouden geen gebrek. Julia (21) is vorige week getrouwd met bouwvakker Guram (23) en volgens de wet heeft het jonge stel daarom recht op twintig flessen wodka, bovenop het huidige rantsoen. Dat bestaat uit een fles wodka per mens per maand. Overigens zijn alle vriendinnen van Julia onlangs getrouwd. Over haar 23-jarige vriendin die nog steeds geen verkering heeft, zegt ze: “Ze moet opschieten, anders blijft ze over.” De familie Magai heeft het redelijk goed, al behoort ze niet tot de Moskouse elite die hun huizen vullen met televisies, cd-spelers en videorecorders van dure, Westerse afkomst. De flat is klein en zeer sober ingericht. Het trappenhuis stinkt, zoals in de meeste gebouwen, naar poep. De schrale lucht van drank overheerst in de gammele lift. “Allemaal de schuld van dat gezin op de vierde verdieping”, vertelt Julia. “Ze verkopen stiekem wodka. Als het buiten koud is, ledigen de klanten hun fles en vervolgens hun blaas in het portaal. De politie det er niets aan. Die komt trouwens zelf regelmatig midden in de nacht een slok halen.” In het trappenhuis zijn alle peertjes, die in de staatswinkels al tijden ontbreken, uit de lampen gestolen. Op straat gaan 's nachts de meeste lantaarns uit omdat de Sovjet-autoriteiten het energieverbruik willen beperken. Maar de verwarming in de flats, die centraal wordt geregeld, brandt nog volop. Kennelijk heeft de overheid nog geen opdracht gegeven de knop dicht te draaien. We slapen met de balkondeuren open. Even later verontschuldigt Julia zich met een glimlach. Het warme water wordt voor de komende vier weken afgesloten. Alsof we per ongeluk op een koud-water-camping in Frankrijk zijn beland, scheppen we de volgende dagen pannetjes met gekookt water over elkaars haren. Als een soort kloon van het Amerikaanse televisiestation CNN raast nu het Russische journaal over het scherm. Guram kijkt televisie en lacht opgelucht. Hij heeft net gehoord dat zijn ouders het door etnische onlusten beheerste Ossetie zijn ontvlucht. Ze zijn vertrokken naar de hoofdstad van Georgie, waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Deze zomer wil Julia haar schoonouders voor het eerst bezoeken. En in september komt Julia voor twee weken naar Nederland. Dan sjokken we met haar door Volendam, op een winderige dag langs de Deltawerken en staren we naar de Nachtwacht. Julia wil in Nederland iets kopen, iets wat ze in Rusland niet hebben. Van familie en vrienden heeft ze voor haar bruiloft duizend roebel gekregen, omgerekend zo'n veertig dollar. Voorzichtig informeert ze hoeveel een kleurentelevisie in Nederland kost. Ik noem, even voorzichtig, een bedrag van driehonderd dollar. Julia trekt wit weg. Op het scherm staat nu een koor van opgedirkte lampekappen, klaar voor een twaalfstemmig lied over bloed en bodem. De presentatrice heeft een bontmuts op, op de achtergrond stroomt de Moskwa met in de verte de torens van het Rode Plein. Opeens bekruipt me een gevoel van deja-vu. Waar blijven Sonja Barend en Marcel van Dam nou?