Berio klinkt kleurrijk en vol virtuositeit bij het Residentie Orkest

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Arturo Tamayo met het Kamerkoor Nieuwe Muziek en diverse solisten. Programma: Sequenza's II, IXb en V, Calmo, Canticum Novissimi Testamenti, Cries of London en Requies van Luciano Berio. Gehoord: 9-6, Anton Philipszaal Den Haag.

Zondagavond herhaalde het Residentie Orkest in de eigen zaal het concert met werken van Luciano Berio, dat de avond tevoren in het kader van het Holland Festival werd uitgevoerd in het Amsterdamse Concertgebouw. Daar was de zaal slechts matig gevuld, in Den Haag liep het goed vol - terecht, want het werd een prachtig concert vol kleurrijke virtuositeit. Als extraatje vergaste het Residentie Orkest het eigen publiek op drie sequenza's, Berio's onderzoeken naar de grenzen van een instrument. Sequenza IXb, voor altsaxofoon, werd uitstekend gespeeld door o Bornkamp, die tijdens het applaus na afloop wees naar zijn muziekstandaard en zijn instrument, zoals een solist het orkest in het applaus laat delen. Bornkamp had gelijk, er is weinig muziek waarin de virtuositeit van componist, instrument en bespeler zozeer samenvallen. Dat de Sequenza II, gespeeld door de harpiste van het Residentie Orkest Jenny Benhamou, minder spannend is, ligt vooral aan de harp, met beperkte mogelijkheden tot muzikale kleuring, al zou Berio nu misschien een iets rir palet hebben gehanteerd dan in 1963. Want ook de tijd laat zijn sporen na in de sequenza's, zoals duidelijk blijkt uit nummer V, voor trombone, geschreven in 1966. Dit werk verraadt de lollige, provocerende sfeer van de jaren zestig. Timothy Dowling, solotrombonist van het Residentie Orkest, speelde met overtuiging een twijfelende trombonist, maar liet intussen ook horen dat hij zijn instrument uitstekend beheerst. Na de eerste pauze klonk het grote werk. Canticum Novissimi Testenti, voor het eerst in Nederland uitgevoerd, vond ik het minst sterk. De kracht van het werk zit vooral in de combinatie van saxofoon- en klarinetkwartet met koor, waarmee Berio een zeer gedifferentieerd geluid weet te creeren. Maar het Kamerkoor Nieuwe Muziek, een degelijk gezelschap bestaande uit leden van het Nederlands Kamerkoor, moest vooral in het begin net te veel stemgrappen uithalen. Wat dat betreft is Cries of London (1976) veel evenwichtiger. Ook hier moeten de rleden allerlei fratsen uithalen, maar ze zijn ingebed in een steviger fundament. Calmo is opgedragen aan de in 1973 overleden dirigent en componist Bruno Maderna. Het is een prachtig stuk voor mezzosopraan (met belletjes om polsen en enkels) en orkest. Soliste in de eerste uitvoering in 1974 was Cathy Berberian, Berio's 'artistieke geweten' en vele jaren zijn echtgenote. Voor haar schreef hij eveneens een in memoriam, Requiesaarin vanzelfsprekend de zangstem ontbreekt, en waarin alles cirkelt om 'een ver verwijderd en ondefinieerbaar middelpunt', aldus Berio zelf.