Amerikaanse militairen uit de pas bij grote Golfparade; Optocht ook therapie voor Vietnam-trauma

WASHINGTON, 10 JUNI. Kruisraketten, M1-tanks en straaljagers op opleggers trekken voorbij, vleermuisvormige Stealth-bommenwerpers scheuren door de lucht, maar de ganzepas ontbreekt bij de troepen. Integendeel, de Amerikaanse militaire mannen en vrouwen marcheren slordig en blijven slecht in het gelid. Veel toeschouwers, man of vrouw, jong of oud, dik of dun, zijn in korte sportbroekjes gekleed en hebben koelboxen met bier, frisdrank en broodjes bij de hand.

Zo zag de Washingtonse overwinningsoptocht van de Amerikaanse strijdkrachten uit de Golfoorlog er afgelopen zaterdag toch cool en relaxed uit, even cool en relaxed als de Amerikaanse televisiekijker de veldslag zelf indertijd in ogenschouw kon nemen. Een commentator met geruststellende stem kondigt aan hoe het voorbijtrekkende materieel in de oorlog “waardevolle strategische doeleinden heeft vernietigd in Bagdad en de rest”. Er heerst kalme voldoening onder de toeschouwers. Vrouwen, die hun best doen om breed te grijnzen, bieden Amerikaanse vaggetjes aan om mee te zwaaien naar de troepen. Twee mannen die bijna slaags raken over een zitplaats op de stoeprand, schudden na tussenkomst van de politie en onder applaus van de sportbroekendragers elkaar de hand. Wie militair is, draagt zijn uniform, met medailles, ook 's avonds bij het uitgaan. Mannelijke soldaten die het uniform niet aan hebben, zijn te herkennen aan het militaire matjeskapsel en ze zijn er trots op. De stad is vol feestvierende militairen. Dat is een groot contrast met de Vietnamtijd, toen ieere terugkerende soldaat zich onmiddellijk in burger moest kleden om niet te worden uitgescholden of bespuugd. Volgens kolonel Mitch Mitchell, hoogleraar geschiedenis aan National Defense University, is er sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog geen overwinningsparade meer geweest in Washington. Deze optocht is er niet alleen voor de overwinning in de Golf maar dient ook als therapie tegen het Vietnam-trauma. De omroeper prijst de oudere wapensystemen ok om hun diensten in Vietnam. “Dit is voor mij ook eindelijk thuis komen”, zegt de bebaarde Vietnam-veteraan Peterson, die door marcherende militairen wordt herkend aan zijn veteranenpetje en een speciale groet krijgt. Wapensystemen krijgen meer applaus dan voorbijmarcherende troepen en generaals. De Patriot-raket is bekend van radio en televisie, maar wie heeft er ooit gehoord van generaal Johnson? De enige bekende generaal, operbevelhebber voor de strijdkrachten in het Midden-Oosten Norman Schwarzkopf, neemt na een paar honderd meter marcheren plaats naast president Bush op de eretribune, niet ver van het Witte Huis. Een zwarte tankbestuurder maakt ratelbewegingen met de vuist om de publieke bijval aan te moedigen. Een man reikt een tankcommandant een geschenk aan. Deze weigert echter, ook na herhaald aanbieden, het te accepteren. Sinds de vorige overwinningsparade zijn de soldaten ook tegen terrorisme getraind. Ook Amerikanen die zeggen dat ze walgen van het wapenvertoon, komen kijken naar het zeldzame, twaalf miljoen dollar kostende militaire spektakel. “Er was geen tegendemonstratie en daarom zijn we maar naar de parade gegaan”, zegt een oudere vrouw. Volgens haar is die voor de glorie van slechts een paar mensen georganiseerd. Een man die met zijn vrouw en kleine dochter is gekomen: “Er zijn misschien wel 200.000 doden gevallen in Irak, maar de parade was toch wel mooi om te zien. De troepen hebben de oorlog ook niet gewild. De politici hebben daartoe opdracht gegeven.” Het schouwspel is met dezelfde logistieke perfectie georganiseerd als de oorlog zelf. Op het grote Washingtonse plein staat militair materieel waar het publiek in en op kan. “Vergeet niet de tanks en de vliegtuigen zelf te voelen”, spoort de geruststellende stem aan door de luidsprekers die overal langs Constitution Avenue zijn opgesteld. Het grote, gerestaureerde Willard-hotel heeft kokardes langs de versierde voorgevel. “De Federal Reserve groet de troepen van Desert Storm”, staat boven het tempelachtige gebouw van de Amerikaanse Centrale Bank. Elk departement begroet de troepen op een vergelijkbare manier. Twee hijskranen vormen een triomfboog met daaronder een gele strik, het teken van thuiskomst. Die morgen is er op de militaire begraafplaats bij Washington een dienst gehouden voor de 278 Amerikaanse gesneuvelden in de Golfoorlog. Vredesdemonstraties zijn er maar weinig. Er was en enkele kleine bijeenkomst voor de parade, vorige week, tegen wat de demonstranten het wargasm noemen. Tijdens de parade klimmen twee vrouwen, verkleed als magere heinen, op een gepantserd personeelsvoertuig. Een drietal demonstranten gooit flesjes met eigen bloed op een door een jeep voortgesleepte F15-straaljager. Alle actievoerders worden onder bijval van het publiek gearresteerd. Voor een groot gebouw houden een man en een vrouw een groot spandoek met een spreuk van president Eisenhower: “Elk wapen dat wordt gemaakt, elke raket die wordt afgevuurd, betekent uiteindelijk diefstal van degenen die hongeren en niet worden gevoed.” Voor president Bush verlengt de parade het tijdperk van politieke glorie, hoewel het aantal Amerikanen dat de nationale oorlogsinspanning in de Golfoorlog achteraf steunt, is gezakt tot 70 procent, omdat Saddam nog aan de macht is en er in Koeweit nog steeds geen democratie heerst. Twee cameraploegen van de Republikeinse campagnecommie hebben de zwaaiende Bush op de eretribune gevolgd. Het is goed materiaal voor campagnespots bij de presidentiele herverkiezingscampagne volgend jaar: een president die van zijn overwinnende troepen houdt. Vietnam-veteranen bezoeken hun Washingtonse monument, een zwarte marmeren muur met de namen van alle Amerikanen die in Vietnam zijn gestorven. Ook hier zijn veel bezoekers in korte broeken en er vloeien tranen van gezinsleden, echtgenoten en stdmakkers van gesneuvelden. De meeste aanwezige Vietnam-veteranen zijn tevreden over de optocht. De veteranen die de parade niet steunen, zijn niet komen opdagen. “Dit is een beslissend moment voor Vietnam-veteranen. De scheidslijn wordt getrokken door de afgelopen oorlog”, zegt Ed Miles van de Vietnam Veterans of America Foundation. “We zouden beter iets aan verzoening met de Vietnam-oorlog kunnen doen door hulp te bieden aan de twee miljoen mensen in Indo-china, die nog steeds liJH)den om wat Amerika hun heeft aangedaan.” De optochten gaan door. Vandaag is de grote militaire parade in New York. Organisatoren van beide parades hebben via de media al woordenwisselingen gehad over de vraag welke parade de beste en de grootste is. Het is in ieder geval een welkome afleiding in een tijd van economische recessie.