ZUID-AFRIKA

In het Boekenbijvoegsel van 1 juni trof ik een bespreking aan van mijn Een kwestie van overleven.

Notities over Zuid-Afrika. De recensente, Carolien van Dullemen, komt tot het oordeel dat de publikatie niet bijdraagt 'tot een beter begrip van de complexe politieke en sociale veranderingen waaraan de Zuidafrikaanse samenleving onderhevig is.' Volgen haar zou ik mij 'alleen hebben verlaten op kranteartikelen en bezoeken aan blanke bolwerken', zoals een militaire academie.

Ik vrees dat mevrouw Van Dullemen iets ontgaan is. Zoals het notenapparaat achterin het boekje haar had kunnen leren, heb ik behalve van kranten gebruik gemaakt van vijfentwintig artikelen in uiteenlopende periodieken, waaronder historische en pedagogische vaktijdschriften. Voorts baseer ik mij op een aantal standaardwerken en recent verschenen boeken over de Zuidafrikaanse maatschappij en geschiedenis, het apartheidssysteem, de relatie tussen apartheid en kapitalisme alsook over etniciteit in het algemeen. Alles tezamen heb ik ter ondersteuning van mijn analyse zevenenveertig boekpublikaties aangehaald, waarvan er achtendertig rechtstreeks over Zuid-Afrika handelen. Vrijwel al deze publikaties zijn kritisch tot zeer kritisch tegenover de apartheid.

In de tweede plaats zegt mevrouw Van Dullemen dat ik mij verlaat op 'bezoeken aan blanke bolwerken'. In mijn boekje kan zij lezen van mijn bezoek aan de zwarte woongebieden Soweto en Mamelodi en aan het thuisland Bophuthatswana, en van mijn contacten met vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap, inclusief een van de belangrijkste leiders van het ANC. Ik citeer Nelson Mandela zo goed als Desmond Tutu, en ik maak gebruik van uitspraken van zwarte journalisten zoals Nomavenda Mathiane, Arthur Maimane en Thami Mkzwanazi. Inderdaad bezocht ik een militaire academie, maar mijn beschrijving daarvan werd voorafgegaan door de zinsnede: ''Een ander beeld uit koloniale tijden''; dat geeft de passage een volledig andere strekking dan de recensente suggereert.

Concluderend moet ik tot mijn spijt zeggen dat het mij een raadsel is hoe mevrouw Van Dullemen tot haar uitspraken is gekomen. Ik zie slechts twee verklaringen: zij heeft het boek slechts vluchtig doorgebladerd, of zij verzwijgt opzettelijk wat zij heeft gelezen. In beide gevallen diskwalificeert zij zich als recensente.

Naschrift Caroline van Dullemen: GOOI DIT WEG!!!

De essentie van mijn kritiek op Van Doorns publikatie richt zich op het beeld dat de schrijver schetst van het veranderende Zuid-Afrika. Hij neigt het conflict, de kolonisatie, terug te brengen tot een gepolariseerde raciale dynamiek: een ongedifferentieerde zwarte massa versus een kleine blanke minderheid. 'Zwarten' zijn in Van Doorns beschrijving een sociologische categorie, een enorme onderlaag die het ''niveau van de samenleving bedreigt zodra de dekolonisatie een feit is''. 'Blanken' zijn individuen met een mening, ook al deelt de schrijver deze niet altijd. De enkele gesprekken met prominente zwarten in het boek gaan vrijwel onveranderlijk over school-boycots, de teloorgang van het ouderlijk gezag of de onvolwassenheid van zwarten die rebelleren als de wereld niet hulpvaardig reageert.

Van Doorn bezocht inderdaad het thuisland Bophuthatswana. Hij sprak daar met drie ministers. ''Daarna hadden we een gesprek met de minister van defensie van de zwarte staat, enigszins verrassend een zeer blonde en blanke Afrikaner generaal, en voorts bezochten we de Development Corporation van BOP waar een blanke socioloog de honneurs waarnam.''