WOJCIECH JARUZELSKI; Pools President tegen wil en dank

Jaruzelski door Manfred E. Berger 340 blz., ECON Verlag 1990, f 62,50 ISBN 3 430 11391 1

'Als zwijgen een belangrijke deugd van een goed politicus is, dan is Jaruzelski een uiterst begenadigd politicus', kreeg de Duitse journalist Manfred Berger van een Poolse bisschop te horen nadat hij het plan had opgevat een biografie van Wojciech Jaruzelski te schrijven. Talloze malen probeerde Berger Jaruzelski, toen staatshoofd, te spreken te krijgen; in maart 1990 lukte het hem uiteindelijk. Dit gesprek, vier uur lang, is de kern van de biografie.

Ik kan me tenminste twee redenen voorstellen waarom een levensbeschrijving van de Poolse generaal fascinerend kan zijn: Jaruzelski heeft de hele geschiedenis van het communisme aan de macht in Polen van nabij meegemaakt, van de bevrijding en bezetting door de Sovjet-legers op het einde van de Tweede Wereldoorlog tot en met de roemloze ondergang van de communistische partijstaat; hij is de belangrijkste Poolse politicus geweest in de roerige jaren tachtig. Ik kan me ook twee redenen voorstellen waarom het schrijven van een biografie van Jaruzelski tot mislukken gedoemd is: politiek in communistisch Oost-Europa is een conspiracy in power bij uitstek geweest, en de persoonlijke geschiedenis van politici is altijd zorgvuldig verborgen gehouden. Bovendien, in woorden van de bisschop, Jaruzelski is een groot zwijger.

Berger slaagt er niet in de generaal, op dat moment nog staatshoofd, verrassende uitspraken te ontlokken. Evenmin weet de Duitse journalist, op basis van het onderzoek dat hij heeft gedaan en de overige gesprekken die hij heeft gevoerd, nieuwe en opvallende gegevens over het politieke leven van Jaruzelski boven tafel te krijgen. Dit wreekt zich vooral omdat Jaruzelski een strikt biografische verhandeling is. De auteur heeft geen poging gedaan zijn levensbeschrijving in een politieke geschiedenis van Polen te integreren.

Jaruzelski stamt uit een adellijke familie van eeuwen her. Berger gaat ver terug in de geschiedenis, tot in de dertiende eeuw, om het geslacht Jaruzelski (de eigenaars van het gebied Jaruzele) te traceren. Het was geen vooraanstaande familie, geen geslacht van adellijke magnaten, maar van functionarissen van regionaal gewicht: bestuurders, rechters en rentmeesters.

Ze waren niet gespeend van krijgslustigheid en patriottisme, want ze vochten tegen de Zweedse en Russische bezetters, maar ze zouden tot in de twintigste eeuw moeten wachten voordat de eerste telg uit het geslacht een politieke rol van nationale betekenis zou gaan spelen. Op 6 juli 1923 werd hij geboren, in Kurow: Wojciech Witold Jaruzelski. Zijn leven, zoals dat van velen van zijn tijdgenoten, zou worden bepaald door de grillige loop van de recente Poolse geschiedenis, vol onverwachte wendingen en ingrijpende gebeurtenissen.

VLUCHT

Jaruzelski groeide op in een deugdzaam rooms-katholiek gezin.

Zijn vader, beheerder van diverse landgoederen, bleek een streng, maar rechtvaardig familiehoofd. Zijn moeder, zo benadrukken degenen die haar hebben gekend, was zachtaardig en bedachtzaam. De ouders stuurden hun zoon naar een kostschool in Warschau, niet elitair, maar wel op stand. Hier studeerde de jonge Jaruzelski totdat de Duitsers Polen binnenvielen en hij met zijn familie uitweek naar Litouwen. Op 29 september 1939 overschreden de Jaruzelski's de grens bij Grodno. Ze vestigden zich in het stadje Winksznupiai. Korte tijd later werden Oost-Polen en de Baltische staten bezet door Sovjet-troepen. Vluchten kon niet meer. Samen met zo'n anderhalf miljoen burgers werd de familie Jaruzelski naar de binnenlanden van de Sovjet-Unie gedeporteerd. Op zeventienjarige leeftijd stond Wojciech Jaruzelski hout te hakken in de Russische taiga's. Hij liep een oogbeschadiging op en zou de rest van zijn leven een donkere bril moeten dragen.

Zijn vader overleed in Krasnojarsk. Getuigen herinnerden zich hoe Jaruzelski kort na de oorlog terugkeerde naar zijn voormalige woonplaats in Polen, Trzeciny, en daar zijn vroegere kindermeisje ontmoette. Het weerzien was ontroerend.

Plotseling vroeg de vrouw: 'Wojciech, is het waar, behoor je nu ook tot de roden?' Jaruzelski legde zijn hand op haar schouders, keek haar aan en zei: 'Vergeet het nooit, ze hebben mijn vader vermoord.' Berger probeert het voorval uit te leggen als een blijk van het stille anti-communisme van de latere generaal. Jaruzelski ontkent het ooit gezegd te hebben.

De oorlog heeft een beslissende invloed gehad op het leven van Jaruzelski. Op Russisch grondgebied werden gedurende de Tweede Wereldoorlog twee Poolse legers geformeerd: de strijdkrachten van generaal Anders, die via Perzie en Noord-Afrika uiteindelijk aan het westelijk front terechtkwamen, en het leger van de communistische generaal Berling, dat tezamen met de Sovjet-strijdkrachten aan het oostelijk front slag zou leveren. Jaruzelski probeerde zich aan te sluiten bij het leger van generaal Anders, maar kwam te laat. Hij bleef, zeer tegen zijn zin, achter in Rusland, en zou zich kort daarop aanmelden bij het leger van Berling. 'Zoals u weet, ben ik vanuit oostelijke richting naar Polen teruggekeerd,' sprak Jaruzelski enkele decennia later in een rede voor in Londen levende Polen, 'maar ik had net zo goed uit het westen kunnen komen, of misschien wel helemaal niet. Alleen het toeval heeft beslist dat ik overleefde.... Zo was ons lot.' Jaruzelski maakte gedurende de laatste jaren van de oorlog deel uit van verkenningseenheden - 'Himmelfahrtskommandos', zoals ze in het Duitse militaire jargon heetten. Hij had geluk. Hij vocht zijn weg via Warschau en Berlijn tot aan de Elbe, en keerde tenslotte, als jonge officier, terug in Polen.

CARRIERE Jaruzelski zou het leger niet meer verlaten. In de eerste jaren na de oorlog onderscheidde hij zich in de strijd tegen anti-communistische opstandelingen in Polen. Hij trad toe tot de communistische partij en maakte razendsnel carriere in het volstrekt door Sovjet-officieren gedomineerde Poolse leger. In 1968 werd hij benoemd tot minister van Defensie. Het was het begin van zijn politieke loopbaan. Hij trad toe tot het politbureau van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij, aanvaardde de post van premier in begin 1981, werd partijleider in hetzelfde jaar, voorzitter van de Militaire Raad voor de Nationale Redding en ten slotte van 1989 tot 1990 president.

Over deze carriere, over de politieke machinaties in de hoogste communistische regionen en over de uitzonderlijke gebeurtenissen waarbij Jaruzelski betrokken is geweest (de inval in Tsjechoslowakije in 1968, het uitroepen van de staat van beleg in Polen in 1981, de dikwijls moeizame verhoudingen met de partijleiding van de Sovjet-Unie en de overige bondgenoten rond die tijd en de politieke doorbraak in 1989) meldt de biografie weinig nieuws. Na zijn gesprek met Jaruzelski schrijft Berger: 'Iets voor een uur in de nacht, in de auto op weg naar mijn onderkomen in Warschau, heb ik het gevoel veel geheimen uit het leven van de 'phoenix' op het spoor te zijn. Geheimen uit een leven vol toevalligheden.'

Voorzover het wederwaardigheden van politieke aard betreft, wordt niet duidelijk waaraan Berger refereert. Het aantal 'onthullingen' is minimaal. Ik heb twee aardige passages ontdekt. De rol van het leger in de onderdrukking van de arbeidersrellen in Gdansk, in december 1970, is altijd duister gebleven. Jaruzelski bevestigt dat militairen hebben geschoten op demonstrerende arbeiders, maar dat zowel de Generale Staf als de minister van Defensie geheel buiten de besluitvorming werden gelaten. De 'betreurenswaardige beslissing' het vuur te openen, zou zijn genomen door de eerste secretaris (Wladyslaw Gomulka) en de minister-president persoonlijk. Jaruzelski meldt ook dat zijn medewerkers, kort na het uitroepen van de staat van beleg, de omvang van het verzet tegen de militaire operatie minimaliseerden. 'Ik was een slaaf van de informatie die mij werd aangereikt,' vertelt hij. 'Pas onlangs heb ik films gezien die ten tijde van de staat van beleg en daarna door onafhankelijke camera's zijn gedraaid, waarin mij duidelijk werd hoeveel mensen aan de demonstraties hebben deelgenomen.'

GENOEG MACHT Voor het overige is Jaruzelski zeer terughoudend (niet ongebruikelijk voor iemand in zijn positie). Hij spreekt vrijwel uitsluitend in algemene begrippen en mijdt uitwijdingen over zijn eigen politieke rol en betekenis.

Anekdotes van het betere soort ontbreken. Zelfs over zijn gesprekken met de voormalige Sovjet-partijleider Leonid Brezjnev wenst hij, ondanks aandringen van Berger, geen uitspraken te doen. Jaruzelski laat er geen twijfel over bestaan dat hij altijd politicus tegen wil en dank is geweest.

Zijn instemming met de benoeming tot minister van defensie typeert hij als 'een van mijn grootste fouten', het begin van alle plagen die hij later moest doorstaan. Macht heeft hij nooit geambieerd. 'Ik heb in mijn leven genoeg macht gehad,'

vertelt hij, 'zelfs te veel'. En: 'Ik wil niet schitteren, ik wil niet laten zien dat ik macht over anderen heb. Ik beschouw het als een last, niet als een voldoening.'

'Misschien geniet u in stilte van uw macht?,' probeert Berger nog. Jaruzelski wijkt niet: 'Je ondergaat drama's, je lijdt nederlagen. Hoe kun je daar in stilte van genieten?'

'Niemand juicht hem toe, nooit zal hij uit de schaduw van zijn handelen kunnen treden,' schreef Hans Magnus Enzensberger enkele jaren terug over Jaruzelski. Hij heeft gelijk. Jaruzelski's naam is onverbrekelijk verbonden gebleven met het uitroepen van de staat van beleg. Het heeft hem in laatste instantie zijn politieke kop gekost. 'De geschiedenis zal ons optreden beoordelen,' zei Jaruzelski in zijn toespraak tot het Poolse volk, op de dertiende december 1981.

Dit oordeel wacht hem nog. Was Jaruzelski een verrader of een patriot, zoals de alternatieven gemeenlijk luiden? Berger kiest zonder enige reserve. Jaruzelski was geen zetbaas van de Russen, maar een dienaar van zijn vaderland, een oprecht Pool.

Hij typeert Jaruzelski als een 'held van de terugtocht'. De generaal stond ingrijpende politieke veranderingen toe, en forceerde de doorbraak van de communistische nomenklatoera.

'Maar in het land van de verering van helden en martelaren wordt een man die met wapperende vlag ten onder gaat, meer gewaardeerd dan een voorzichtige, bezonnen stuurman, die poogt zijn schip heelhuids langs de klippen te varen.'

De keuze tussen patriot of verrader is onzinnig. De rol die Jaruzelski in de recente Poolse geschiedenis heeft gespeeld, kan niet aan de hand van deze simpele criteria worden getoetst. Vanzelfsprekend kwam de generaal op voor de belangen van de Poolse staat en natie, waaraan hij echter, gevangen in een eng politiek en ideologisch keurslijf, zijn eigen interpretatie gaf. Bijna een decennium lang spande hij zich in om de communistische orde van de ondergang te redden. Toen dit een onmogelijke opgave bleek, aanvaardde hij, om in de woorden van Berger te spreken, de terugtocht. Jaruzelski's historische verdienste was het inzicht in eigen falen. Hij stond aan de wieg en aan het graf van het Poolse communisme, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de laatste gelegenheid hem meer voldoening schonk. Wellicht schrijft de generaal b.d.

ooit zijn autobiografie. Het kon wel eens een ijdele hoop zijn.