WANDELINGEN

12 dagwandelingen in de provincie Zuid-Holland op zoek naar de geschiedenis van het landschap (Provincie-voetwijzer 1) door Jan Erik Burger, Maarten de Haan en Roel Sluis 96 blz., gell., Uitgeverij Op Lemen Voeten, f 19,50 ISBN 90 8006421 1

Er zijn waarschijnlijk maar weinig Zeeuwen die Holland mooi vinden, en veel meer voor wie de Randstad landschappelijk een gruwel is. De potpourri van autosnelwegen die de stadsrand van de grote steden hebben platgewalst, de woestenij van de havengebieden en de non-architectuur van de industrieterreinen waarop al die notabelen zo trots zijn, het engelengeduld waarmee diezelfde 'bestuurders' historische wegen met hun karakteristieke knotwilgen bewust laten verloederen - nee, je wordt er niet vrolijker van.

En toch, en toch... Nog herinner ik me het moment, bijna twintig jaar geleden, waarop ik langs de Amstel de drukke hoofdstad verliet, en, fietsend langs de Waver, diep onder de indruk raakte van de stille weidse Ronde Hoep, een groene polder zonder wegen. Het was magnifiek, misschien zelfs mooier dan Zeeland. Inmiddels heeft men het bestaan om zelfs dwars door de Ronde Hoep een snelweg aan te leggen. Tja.

De 'reis' voerde indertijd verder langs de Amstel (of beter: het Amstel-Drecht-kanaal) en vervolgens langs de Kromme Mijdrecht en, bij de Nieuwkoopse Plassen, langs de Meije.

Hier, op de grens van de provincies Utrecht en Zuid-Holland, strekte het grasgroen zich uit tot aan de nevelige horizon. De wereld leek oneindig, en toch was dit het hart van de Randstad, het veelbesproken Groene Hart. Het was fantastisch, prachtig, woorden schoten tekort.

Ik breng dit alles te berde omdat het wandeltijdschrift Op Lemen Voeten onlangs, samen met de provincie Zuid-Holland, de eerste Provincie-Voetwijzer heeft uitgebracht. Twaalf dagwandelingen van gemiddeld ruim 20 kilometer in Zuid-Holland, aangegeven op glasheldere topografische kaarten en voorzien van nuttige historische achtergrondinformatie. Het boekje laat zien dat je zelfs in de Randstad uitstekend uit de voeten kunt. De provincie heeft de meeste wandelingen bovendien met geel-rood-gele strepen gemarkeerd.

Het wandelen is in Nederland de afgelopen tien jaar 'in' geraakt. Overal in het land lopen nu een kleine dertig gemarkeerde lange-afstandspaden met een gezamenlijke lengte van omstreeks drieduizend kilometer. Zelfs de ANWB ging overstag en geeft nu het tijdschrift Op pad uit.

Het begon, vreemd genoeg, over de grenzen, zoals de uitgavenlijst van de Stichting Op Lemen Voeten laat zien. De eerste uitgave, uit 1980, behandelde acht lange-afstandspaden op een dag reizen buiten Nederland. De Ardennen, de Eifel, u weet wel. Inmiddels publiceerde Op Lemen Voeten zeven Voetwijzers voor binnen Nederland, elk met een reeks dag- of weekendwandelingen. En na deze eerste Provincie-Voetwijzer volgen er ongetwijfeld meer.

Het meest typerend voor de Zuidhollandse polders is ongetwijfeld het omgekeerde landschap. Door de afwatering van de veengronden, en door het afgraven van het veen zelf, kwamen de waterwegen hoger dan het omringende landschap te liggen.

Soms, zoals bij de Hollandse IJssel, moeten steile dijken zelfs een rivier met eb en vloed in toom houden.

De Wiericke-route, ten oosten van de Reeuwijkse Plassen tussen de Hollandse IJssel en de Oude Rijn, geeft een mooie illustratie van dat polderlandschap. Het oorspronkelijke moerasbos werd al in de elfde eeuw ontgonnen, met de typerende slagenverkaveling als resultaat. Maar door de afwatering klonk het land ineen en moest het water via windmolens worden uitgeslagen op de twee waterwegen - de Wierickes - die in de veertiende eeuw werden gegraven. Bij een wandeling over de grasdijken - waar wegen gelukkig ontbreken - waan je je met enige fantasie terug in de geschiedenis.

De eerste Provincie-Voetwijzer bevat nog een aantal andere polderwandelingen, zoals de Goudriaanroute in de Alblasserwaard, de Hollandse-IJsselroute langs jaagpad en tiendweg, een lange wandelroute langs de oevers en de grienden van de Oude Maas, en twee routes tussen Leiden en het Braassemermeer. Daar is zelfs nu, over de monding van de Woudwetering, speciaal voor wandelaars een veerverbinding bijgekomen. Daarnaast bevat het boekje wandelingen door en achter het duinenlandschap van Voorne en Goeree.

Negen van de twaalf wandelingen in de eerste Provincie-Voetwijzer zijn ontleend aan een reeks pamfletten die de provincie Zuid-Holland de afgelopen jaren op eigen initiatief publiceerde. De historische achtergrondinformatie is gelukkig wat puntiger geformuleerd. De kwaliteit van de kaarten is verbeterd omdat het exacte trace van de wandelingen nu beter waarneembaar is. Overigens zijn twee pamflet-wandelingen - de Zouweroute in de Alblasserwaard en de Midden-Flakkeeroute - niet in de Provincie-Voetwijzer opgenomen. Maar daarvoor kan de wandelaar nog altijd bij de provincie terecht.