VS verwachten veel van nieuw systeem ruimteverdediging

Met voortvarendheid proberen de Verenigde Staten hun bondgenoten te interesseren in deelneming aan het nieuwe programma voor ruimteverdediging GPALS. Deze week was ambassadeur David Jamieson Smith, de Amerikaanse onderhandelaar bij de Geneefse besprekingen over defensie en ruimte, in Den Haag om te spreken over mogelijke Nederlandse participatie in het nieuwe programma.

GPALS is de nieuwste versie van het Strategisch Defensie Initiatief (SDI) van ex-president Reagan en staat voor Global Protection Against Limited Strikes. De grote promotor en uitvoerder van SDI-nieuwe stijl in de Verenigde Staten is ambassadeur Henry Cooper, directeur van de Strategic Defense Initiative Organisation (SDIO). In een recent gesprek met een groep Europese journalisten in Washington wees hij erop, dat het nieuwe programma voor ruimteverdediging veel meer bescherming kan bieden dan de oorspronkelijke plannen. Reagans SDI-plannen waren vooral gericht op het afslaan van een massale aanval van strategische wapens uit de Sovjet-Unie.

Het nieuwe systeem, dat bestaat uit een combinatie van geavanceerde waarnemingssatellieten (Brilliant Eyes), radarposten op de grond, anti-raketraketten en Brilliant Pebbles, een in de ruimte te stationeren autonoom systeem dat vijandelijke raketten onschadelijk maakt, biedt niet alleen bescherming tegen strategische Sovjet-raketten, maar ook tegen raketten van andere landen. Bovendien kan het systeem ook bondgenoten bescherming bieden tegen vijandelijke aanvallen.

Hoe belangrijk dat is, is wel gebleken tijdens de oorlog in de Golf uit de ervaring die is opgedaan met de Patriot, aldus Cooper. “Steeds meer landen krijgen de beschikking over raketten. Gaddafi schoot ze in 1986 al af op Italie. Saddam Hussein voerde soortgelijke aanvallen uit. Dergelijke wapens kunnen wij met het nieuwe systeem opvangen.”

In de State of the Union zei president Bush op 29 januari over de nieuwe versie van SDI: “Vooruitkijkend heb ik de opdracht gegeven het SDI-programma zo aan te passen, dat het bescherming biedt tegen beperkte raketaanvallen, ongeacht waar zij vandaan komen. Laten we een SDI-programma tot uitvoering brengen dat ingezet kan worden tegen iedere toekomstige bedreiging van de Verenigde Staten, van onze strijdkrachten overzee en van onze vrienden en bondgenoten.”

In een toespraak op 29 mei op de luchtmachtacademie in Colorado Springs voegde de president daaraan toe, dat een van de lessen die uit de oorlog in de Golf kunnen worden getrokken is dat “raketverdediging werkt en vrede en stabiliteit bevordert”. In de geest van deze uitspraken draagt ambassadeur Smith zijn missie dan ook met enthousiasme uit.

“Het was niet toevallig dat de president zijn recente pleidooi voor wapenbeheersing in het Midden-Oosten combineerde met opmerkingen over de verdediging tegen ballistische raketten. De recente oorlog heeft aangetoond dat ballistische raketten de Amerikaanse strijdkrachten, de Amerikaanse belangen en ook de Verenigde Staten zelf kunnen bedreigen. Het is een gemeenschappelijke bedreiging en daarom willen wij daar samen wat aan doen. Wat we doen, moeten we samen doen. En daarom willen wij onze bondgenoten interesseren voor GPALS”, aldus ambassadeur Smith.

Smith denkt niet dat de bezwaren die de Sovjet-Unie in het verleden had tegen het SDI-programma ook voor GPALS zullen gelden, omdat het nieuwe programma het strategische evenwicht tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie niet aantast.

GPALS zal, als het Amerikaanse Congres daarvoor althans voldoende geld uittrekt, tussen de 10 en 200 inkomende raketten kunnen uitschakelen. De gedachte die achter SDI lag, dat men de Verenigde Staten onkwetsbaar wilde maken voor Sovjet-raketten, is hiermee verlaten. Smith meent dan ook een zekere souplesse te zien in de opstelling van Moskou, mede omdat verdediging tegen ballistische raketten uit derde landen zowel in het belang van de VS als van de Sovjet-Unie is.

Verder wordt, aldus Smith, al het mogelijke gedaan om te bereiken dat de Russen door dit programma niet achterdochtig worden. Zo worden ze op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen. “We wisselen de gegevens uit, we organiseren ontmoetingen met Sovjet-deskundigen, we laten ze laboratoria en testplaatsen bezoeken en we stellen ze op de hoogte als we satellieten ten behoeve van SDI lanceren.”

Niet iedereen in de Verenigde Staten is even enthousiast over het nieuwe programma. Het Congres heeft dit jaar in eerste instantie al flink geschrapt in het budget voor SDI. Gordon Adams, directeur Defense Budget Project van het Particuliere Centrum voor Begrotings- en Beleidsprioriteiten in Washington, gaat verder en noemt GPALS pure verspilling. Vooral het technologisch meest geavanceerde onderdeel van SDI-nieuwe stijl, de Brilliant Pebbles, acht hij niet gewenst. “Je trekt veel geld uit voor iets onwaarschijnlijks. Het is een kwetsbaar systeem en bovendien verlies je er de controle op zodra het in werking is gesteld”, legde hij onlangs uit.

Adams bevestigde dat GPALS een zekere aantrekkingskracht heeft: “Het is een heel sexy concept, maar SDIO is wel erg verslingerd aan de eigen technieken. Voor veel wetenschappers is het ook een leuk speeltje en dat soort mensen wil dolgraag met die onderzoeken doorgaan.”

Smith tilt niet zo zwaar aan de kosten van GPALS. Het systeem als geheel gaat 41 miljard dollar kosten (waarbij gerekend wordt met de waarde die de dollar in 1988 had). “Het kost nooit meer dan 7 miljard dollar per jaar, dat is 20 procent van de uitgaven voor strategische bewapening, en niet meer dan 2 tot 2,5 procent van de totale defensiebegroting. Dat is dus heel realistisch”, aldus Smith, die erop vertrouwt dat president Bush zijn volle gewicht achter het programma zal zetten om de besnoeiingen die het Congres heeft aangebracht, ongedaan te maken.

Smith wil nadrukkelijk iedere suggestie vermijden dat hij er op uit zou zijn financiele steun van de bondgenoten te krijgen voor het strategische programma. “Wij bedelen niet om geld.

Wij zoeken participanten en wij suggereren natuurlijk niet dat de zaak gratis is”, zegt hij. Maar doel van zijn bezoek is vooral “de bondgenoten van de ontwikkelingen op de hoogte te houden, zodat ze ook met hun ideeen kunnen komen”. Veel concreter had Smith wat Nederland betreft niet hoeven te worden, want ons land sluit geen rechtstreekse contracten met de Amerikanen in verband met SDI. Wel staat het particuliere bedrijven natuurlijk vrij om mee te doen aan de Amerikaanse plannen, aldus een woordvoerder van het ministerie van defensie.