Vredesduif Levy weet wat hij doet

TEL AVIV, 8 JUNI. De Israelische minister van buitenlandse zaken David Levy lijkt steeds verder afstand te nemen van de doctrinair ideologische opvattingen van Likud-leider en premier Yitzhak Shamir. De concessies die Levy in het tergende touwtrekken met de Amerikanen en Europeanen in het kader van het vredesproces heeft gedaan, heeft Shamir geweten aan diens gebrekkige kennis van de Engelse taal. “Ik moet hem steeds corrigeren”, klaagde Shamir tegenover zijn vertrouwelingen volgens een citaat in de krant Ha'arets.

Inderdaad is het nogal opmerkelijk dat Israels diplomatie nu in handen is van een bouwvakker van Marokkaanse afkomst. Het is echter te gemakkelijk en zelfs goedkoop om Levy's vredesinstincten aan onbekwaamheid toe te schrijven.

Levy is een raspoliticus in hart en nieren. Hij is beslist niet vrij van zelfingenomenheid, tot het pompeuze toe soms, en hij heeft de droom niet opgegeven ooit nog eens Israels premier te worden. Gooit hij dan zijn eigen glazen in als hij in tegenstelling tot de opvattingen op het bureau van de premier wel Syrische soepelheid in het vredesproces bespeurt en als hij zelfs een spoedige bijeenkomst van een regionale vredesconferentie voorspelt? Shamir in ieder geval wist niet waar zijn minister van buitenlandse zaken zijn optimisme op baseerde.

Levy, wiens zijn stem in de regering van nationale eenheid onder Shimon Peres in 1984 de doorslag gaf voor de ontruiming van Libanon door het Israelische leger, weet drommels goed wat hij doet. Hij mikt op de weg van de vrede omdat hij daarlangs zijn politieke carriere naar de top van de Israelische politiek ziet lopen.

Vaak is gezegd dat hij in de Likud-top wegens zijn afkomst een vreemde eend in de bijt is. Deze Sefardische jood met zijn Franse charme staat ver van het Ashkenazische machtscentrum rondom de uit Polen afkomstige Shamir. Zelfs in de rol van minister van buitenlandse zaken maakt hij geen deel uit van deze partij-elite. Daarom is het niet zo verwonderlijk dat Shamir donderdag zijn in Washington als negatief bestempelde antwoord gaf op het compromis-voorstel van president Bush voor de bijeenroeping van de vredesconferentie, zonder op de terugkeer van Levy uit Parijs te wachten. Shamir zette zijn lastige minister voor gek. Met het premierschap voor ogen slikt Levy dit soort beledigingen aan de lopende band.

Als vertegenwoordiger van de grootste etnische groep, de Marokkaanse joden, is hij geen generaal zonder troepen binnen Likud. Toen Ezer Weizman, minister van defensie onder Menahem Begin, voor vrede met de Palestijnen koos na een belangrijke rol in Camp David, kon hij door Likud worden uitgestoten omdat hij geen echte achterban had. Maar zonder Levy is Likud geen Likud meer. Die politieke waarheid heeft hem in de hoogste regionen van de partij gebracht. Daarom maakt deze man, vader van kinderrijk gezin, zo'n zelfverzekerde indruk.

Over zichzelf zegt hij door zijn eenvoudige afkomst de “geest van het volk te voelen”. Kennelijk heeft hij gepeild dat juist onder de Marokkaanse joden een vergelijk met de Arabische wereld bespreekbaar is geworden.

Lang heeft de indruk bestaan dat juist de uit de Arabische wereld gemmigreerde joden, wegens hun slechte ervaringen in hun vroegere vaderlanden, bij de haviken moesten worden ingedeeld. Die mythe gaat niet meer op. De vrede met Egypte en de daarmee verband houdende goede betrekkingen tussen Israel en Marokko hebben veel veranderd. De Sefardische joden behoren tot de meest enthousiaste bezoekers van Egypte. Ze voelen zich thuis in de Arabische cultuur. Daar vinden ze dezelfde wortels die de Ashkenaziem zoeken in Polen en andere Oosteuropese landen. Duizenden Marokkaanse joden brengen jaarlijks onder bescherming van de Marokkaanse troon bezoeken aan hun vroegere vaderland en bidden er op de graven van joodse heiligen.

De aanwijzingen voor een veranderde houding bij de Sefardiem jegens de Arabieren in het algemeen liggen voor het oprapen.

Babi Sali, een voor de Marokkaanse joden heilige wonderrabbijn, heeft vanuit zijn machtscentrum in Netivot al vaak voor voor vrede met de Palestijnen gepleit en zelfs het begrip Palestijnse staat in de mond genomen. In de Sefardisch (Marokkaans) orthodoxe Shas-partij, die van de regeringscoalitie deel uitmaakt, waait een sterke vredeswind.

En wie herinnert zich niet oud-opperrabbijn Ovadia Josef, die steeds hamert op het joodse principe dat in de joodse waarden “leven op een hoger plan staat dan land”?

David Levy maakt deel uit van deze cultuur: het zijn zijn wortels en het is zijn toekomst. Dat maakt hem binnen Likud een enthousiaste voorstander van vrede. Welke prijs hij daarvoor uiteindelijk bereid is te betalen heeft hij nog nooit onthuld. Formeel zit hij vast aan de Likud-lijn, maar de indruk bestaat dat zijn hart dichter ligt bij andere afwijkende Likud-persoonlijkheden als Shlomo Lahat, de burgemeester van Tel Aviv, en Eli Landau, de burgemeester van Herzliya. Beiden pleiten regelmatig voor overleg met de Palestijnse vijand.