Voor de wedergeboorte van een grootse natie; De Russische campagne van Boris Jeltsin

Intens tevreden verlaat Stanislav Chabiboelim dinsdagmorgen Moellinski, een sovchoze even buiten de stinkend stoffige miljoenenstad Perm. Hij heeft zojuist Boris Nikolajevitsj gesproken en die heeft hem persoonlijk hulp toegezegd. Zijn stemgedrag bij de verkiezingen van volgende week woensdag staat nu definitief vast. Boris Nikolajevitsj Jeltsin wordt de president van Rusland. Want die ''heeft het volk niet bedrogen en zal het volk niet bedriegen'', zoals het ook op de affiches heet.

Stanislav Chabiboelim, 38 jaar en van origine Tataar, was tot twee jaar geleden gewaardeerd lid van de communistische partij en werkzaam in een groot bedrijf. Ooit was Perm een florerende plaats, eerst de bakermat van de Russische kolonisatie van de Oeral en later een der bolwerken van basisindustrie voor de hele Sovjet-Unie. Nu is Perm een stad die geen stad is, doch een desolaat en achterhaald samenraapsel als de Midlands of Longwy-Brie, maar dan tien keer zo erg. Een agglomeraat voor 1,2 miljoen mensen waar behalve brood, ijs en medicinale alcohol (spirt van 95 procent, te verkrijgen op de distributiebonnen voor de wodka die er niet is) nauwelijk iets te koop is, zelfs geen chocolade. Maar waar de bewoners dat allemaal toch pikken omdat ze in de Oeral altijd 'geduldig en zwijgzaam' zijn geweest en niet met Leningradse of Moskouse alertheid de straat op gaan, zoals fabrieksarbeider Roman het 's nachts op een bankje op straat uitdrukt.

Chabiboelim wil weg uit deze omgeving. Behalve de CPSU heeft hij onlangs daarom ook zijn werkgever de rug toegekeerd. Hij heeft het plan opgevat een veehouderij te beginnen in Siva, een dorp ongeveer honderd kilometer noordwestelijk van Perm.

Daar heeft hij dank zij het agrarische hervormingsbeleid van de Russische regering van Jeltsin onlangs negentig hectare grond in erfpacht toegewezen gekregen. Plus honderdduizend roebel krediet waarover hij slechts twee procent rente hoeft te betalen. De resterende zes procent van de lening bij de Staatsbank neemt Rusland namelijk voor zijn rekening in het kader van het streven om de leegloop van het platteland tot staan te brengen.

Een aardig begin voor zijn 'firma' waar straks tweehonderd varkens, vijftig koeien en wat schapen moeten gaan grazen, zou je zeggen. Maar tevreden is Chabiboelim desondanks niet. Het ontbreekt hem nog aan van alles om met de bouw van zijn boerenbedrijf te beginnen. Bouwmateriaal en andere technische middelen zijn bijvoorbeeld niet voorhanden. Wie daar wat aan kan en moet doen? Boris Jeltsin uiteraard!

Chabiboelim is die dinsdagmorgen daarom in alle vroegte naar de Moellinski-sovchoze gekomen, zo'n staatsboerderij die reeds op het eerste gezicht verraadt dat het communisme niets maar dan ook absoluut niets van de boerenstand heeft begrepen. Want wie stopt er nou boeren zeshoog op een flat? Jeltsin spreekt er de landarbeiders toe. In het voorbijgaan weet Chabiboelim hem even aan te schieten om zijn hand op te houden. In zijn auto belooft de aanstaande president de aanstaande boer alle aandacht.

HOOP VOOR NEGERS

Chabiboelim, een eigenzinnige en enigszins autoritaire man die absoluut geen verslagen indruk maakt, is niet de enige die zo onvoorwaardelijk rekent op de nieuwe president. Jeltsin is thans 'de hoop' van veel Russen die zich vernederd voelen.

Alsof zij, op de keper beschouwd toch burgers van een van de 'meest getalenteerde en geavanceerde volkeren' uit de geschiedenis, nu niet meer zijn dan 'negers'. Jeltsin is tevens de man van hen die eigenlijk te oud zijn om zich nog aan de nieuwe produktieverhoudingen aan te passen, en nu vol verwachting afhankelijk willen zijn van een nieuwe leider.

Jeltsin is tegelijkertijd echter ook de vooruitgeschoven pion van de 'democratische beweging' die Rusland nu eindelijk in het Westerse Europa wenst te intregeren, dat project dat de afgelopen drie eeuwen steeds is mislukt.

Kortom, drie gemoedstoestanden die niet makkelijk te verzoenen zijn maar niettemin onbeschroomd en in een moeite door bevredigd moeten worden. Bovendien zonder dat de steunpilaren van het ancien regime zich zo geprovoceerd gaan voelen dat ze naar hun laatste middel, de wapens, grijpen. Geen geringe dilemma's in een land dat geen tijd meer heeft.

Boris Nikolajevitsj Jeltsin, zestig jaar oud en zelf afkomstig uit de Oeral, lijkt zich dat zeer bewust. Zijn hele verkiezingscampagne staat in dat teken (Een campagne die voor ons die naam overigens niet mag hebben, zo chaotisch en weinig naar buiten gericht verloopt de tournee die hij de afgelopen tien dagen dwars door het land heeft gemaakt). Hij lost het probleem op met veel beloftes en weinig eisen: hogere lonen, lagere belastingen, meer huizen, beter onderwijs, AOW-verhoging maar verlaging van de uitkeringen aan het valutafonds van het Kremlin, minder defensie-industrie maar meer kwaliteit, volledig fiscale vrijstelling voor de kerk en geen massawerkloosheid of hollende inflatie, hij zegt het de kiezers allemaal toe. Concreet of bij wijze van suggestie.

Hij doseert de beloftes echter wel zorgvuldig. Niet iedereen in Toela, Moskou of Perm krijgt hetzelfde. Als een bestuurder van het oude paternalistische stempel, zo gedraagt hij zich dinsdagmorgen temidden van de boeren van Moellinski. Staande voor het gemeenschapshuis, geflankeerd door de heftig zwetende en hypernerveuze voorzitter van de sovchoze en de secretaris van het districtscomite van de partij, luistert hij een beetje en begrijpt en praat hij veel. Maar als hij 's middags in Perm in conclaaf gaat met de gemeenteraad, is zijn houding ineens een slagje anders. Hij hoort meer vragen aan en doceert iets minder. De stad, tot twee jaar geleden 'gesloten' voor ongewenste buitenlanders wegens haar alom aanwezige militaire industrie en verscholen concentratiekampen voor politieke gevangenen, wordt nog steeds gedomineerd door de CPSU. Zonder de ervaren communistische bureaucraten kan Rusland nu eenmaal nog niet geregeerd worden, beseft Jeltsin de afgelopen maanden. ''Ik ben niet tegen communisten. Dat zijn in meerderheid eerlijke mensen. Ik ben tegen het apparaat'', herhaalt hij ook in Perm.

Een week eerder heeft hij in Toela een van die andere hoekstenen van de oude sovjet-maatschappij, de krijgsmacht, zelfs op een nogal opportunistische wijze naar de mond gepraat door haar zonder blozen te beloven een einde te maken aan de negatieve berichtgeving over het leger op de Russische televisie. Die is vorige maand door Jeltsin juist in het leven geroepen als tegenwicht tegen de conservatieve sovjet-omroep Leonid Kravtsjenko, openlijk aanhanger van Jeltsins concurrent Nikolaj Ryzjkov. Maar dat doet er in nu in Toela even niet toe.

Ruslands renaissance Toela, een stad tweehonderd kilometer ten zuiden van Moskou, een eeuwenoud centrum van wapen- en kruitfabrieken dat voor maar liefst zeventig tot tachtig procent in het teken staat van het 'militair-industrieel complex'. Zo'n klassieke Russische garnizoensplaats bovendien waarin het gebrek aan burgerlijke traditie en middenklasse-cultuur alleen al valt te herkennen aan de stedelijke planologie die altijd op de belangen van de infanterie geschoeid is geweest en nooit op die van de handel. Lage huizen, brede straten.

Toela is donderdag eind mei een van de eerste halteplaatsen in de korte verkiezingscampagne van Jeltsin. Zoals bijna overal elders buiten de allergrootste steden van Rusland hebben ook hier de communisten nog een serieuze stem in het kapittel.

Maar de bevolking is zich van hen aan het afwenden. Massaal drommen inwoners van Toela 's morgens, uitgerust met seringen en spanddoekjes ('Ave Boris, Toela te salutant', 'Jeltsin - wij zijn met jou, God is met jou'), samen om de vermoedelijke eerste president in de geschiedenis van Rusland op het plein voor het gebouw van de partij en het uitvoerend comite toe te juichen.

Jeltsin heeft eerder op de ochtend een ontmoeting met de managers van het lokale bedrijfsleven afgezegd. Die zien hun eens zo geprivilegieerde militaire ondernemingen bijna stuk voor stuk op de fles gaan omdat ze in de ruilhandel ('barter'

in modern Russisch en de basis waarop de economie nu feitelijk in leven blijft) nauwelijks nog iets te bieden hebben. Want welke kolchoze is er genteresseerd in mortieren en patronen van zwaar kaliber in ruil voor aardappelen? Alleen het onafhankelijke Georgie heeft dat aanbod laatst gedaan, maar dat was politiek te hachelijk om op in te gaan. De directeuren van Toela zijn dus des duivels. Er wordt, zelfs ten burele van de lokale afdeling van 'Democratisch Rusland' (de coalitiebeweging die Jeltsin schraagt), gefluisterd dat Jeltsin niet is gearriveerd omdat hij 's nachts in de datsja van het 'district' van de partij wat zwaar heeft getafeld.

Onverstandig om hen, die elke economische hervorming kunnen maken en breken, zo te laten barsten. Maar op deze donderdag wordt duidelijk waar de gedoodverfde Russische president zijn prioriteiten in Toela heeft liggen: bij het volk en de militairen, dat wil zeggen, bij het electoraat en de gewapende macht, de twee uiterste zijden van zijn dilemma. Het economische middenkader komt later in de campagne aan bod. De managers uit het militair-industrieel complex zullen vijf dagen later in het hem wat meer vertrouwde Perm bediend worden.

Solzjenitsyn De bevolking van Toela verheugt zich de avond er voor al op.

In het kantoortje van de plaatselijke afdeling van Democratisch Rusland verzamelen zich de activisten. ''Wij staan voor een Rusland, een Russische staat. Om een groot land als Rusland weer groot te maken, zullen we echter moeten werken. Binnen een tot twee generaties zal Rusland dan weer moreel herboren zijn'', aldus Igor Rjabov, partijsecretaris van de christen-democraten in Toela. ''De communisten hebben ons hart een slag toegebracht. Daarom hebben we vertrouwen in Jeltsin. Want hij heeft de partij verlaten.''

Het is een variant op een onder intellectuelen populaire theorie die ook buiten die wat verheven en arrogante kring ingang heeft gevonden: de idee dat Rusland ondanks al zijn geestelijke brille als enige imperiale mogendheid in de wereldgeschiedenis niet rijker doch alleen maar armer is geworden van zijn kolonialisme; dat de perifere randvolkeren in het Balticum, de Kaukasus en de Oekrane niet zijn leeggezogen door Moskou maar juist hebben geprofiteerd van het centrum. Waarom? Omdat het communistisch imperialisme niets begreep van de aard van de 'vriendschap der volkeren' en dus ook niets van de missie van Rusland als culturele brug tussen Oost en West.

''Rusland zal er bovenop komen'', houdt Jeltsin daags daarna de menigte op het plein van Toela keurig voor. ''We moeten nu de eerste stappen zetten naar de wedergeboorte van een grootse natie.'' ''Door de Sovjet-Unie bestond Rusland niet meer. Het Russische en het communistische belang waren geheel in elkaar overgelopen. Jeltsin heeft ons weer nationaal zelfvertrouwen gegeven. We bestaan weer'', aldus de Moskouse psycholoog Georgij Kroepin.

Wat betekent dat in zijn gedachtenwereld? Jeltsin heeft in de persoon van kolonel Aleksandr Roetskoj (van de pas twee maanden geleden opgerichte fractie 'Communisten voor democratie') immers een vice-president gekozen met een eng-nationalistisch verleden. Roetskoj, voormalig krijgsgevangene in de Afghanistan-oorlog en gelauwerd als 'held van de Sovjet-Unie', was nog geen twee jaar geleden een van de leiders van de beweging 'Vaderland', een organisatie die ijverde voor de eer van het 'militaire patriottisme en soldaten-internationalisme'. Roetskoj zag toen nog elke aantasting van de eenheid van de unie als 'verraad' jegens het vaderland en vond niets 'schandelijker' dan de 'speculatie en diefstal' waaraan de cooperatieven (de eerste vorm van vrij ondernemerschap in de gesocialiseerde staat) zich volgens hem schuldig maakten. Nu, 24 maanden later, pleit dezelfde kolonel echter voor een programma waarin de Sovjet-Unie als socialistische eenheid niet meer bestaat en de overgang naar de markteconomie in snel tempo zijn beslag moet krijgen.

Maar het is in het geval van Jeltsin tot nu toe iets minder opportunistisch dan het in zijn keuze voor de communist en militair Roetskoj lijkt. Zonder het met zoveel woorden te zeggen is hij namelijk bezig een programma uit te voeren: het programma dat Aleksandr Solzjenitsyn vorig najaar ontvouwde in zijn essay Hoe richten we Rusland opnieuw in. Een nieuw Rusland, waar de boeren eindelijk vrij kunnen zijn, in staatkundige eenheid verbonden met de andere merendeels slavische deelrepublieken Oekrane, Kazachstan en Wit-Rusland, geleid door een sterk uitvoerend gezag aan de top en dito lokale bestuurslagen (naar negentiende-eeuws zemstvo-model) en weinig controlerende parlementaire macht. Dat was het concept van de in Vermont-VS levende schrijver dat thans vorm krijgt via Jeltsin. Want onder zijn leiding wordt allereerst een begin gemaakt met een landhervorming en de privatisering der kleine bedrijven en dan pas de industrie; wordt er absolute prioriteit gelegd bij de eenheid tussen de drie genoemde sovjet-republieken terwille van het behoud van een slavische unie en wordt een zwaar en vooral niet aan een politieke partij gebonden presidentschap opgetuigd waarvoor hij deze week nu ook de zegen van patriarch Aleksei II van de panrussische orthodoxe kerk heeft gekregen. Hetgeen op zichzelf al cruciaal is in de Russische verhoudingen waar de geestelijke macht zich eigenlijk nooit heeft kunnen ontworstelen aan de wereldlijke macht.

En zonder het te expliciteren is in dat programma de ontwikkeling van een parlementaire democratie in klassieke zin van ondergeschikte betekenis. De president staat voor alles.

Zo moet het straks op gewestelijk en lokaal niveau ook gaan, als daar de rechtstreekse verkiezingen voor de gouverneurs of burgemeesters zullen zijn gehouden. Precies zoals Solzjenitsyn het zag en ziet.

HET LEGER

Solzjenitsyn is niet de enige die impliciet in de campagne van Jeltsin opduikt. Op de dag dat Jeltsin in Toela aankomt, heeft de bejaarde, allerminst dissidente maar toch gewaardeerde filosoof Dimitri Lichatsjov van de Academie der Wetenschappen in de Izvestia zijn gedachten geformuleerd over de ''culturele verwildering die ons land in de naaste toekomst bedreigt''.

Rusland moet volgens Lichatsjov terug naar zijn dorpse cultuur van de achttiende, negentiende en begin twintigste eeuw. Daar ligt het ''genius van de natie'' die door de grootstedelijke vervreemding van het modernisme is vernietigd. Alleen vanuit de provincie en de middelgrote steden en met behulp van ''vernieuwde normen en moraal'' kan het land zijn ''trots''

hervinden en zijn ecologische milieu redden. De tweede ''bron der natie'' die daarbij onontbeerlijk is, aldus Lichatsjov: het leger!

Ook Lichatsjov wordt daar in Toela op zijn wenken bediend. De militairen hebben op hun oefenterrein even buiten de stad een waanzinnige show in elkaar gezet. Zo weinig tijd als Jeltsin had voor de managers, zo veel tijd heeft hij voor hen. Eerst krijgt de Russische leider veel bommen, granaten en parachutisten die hangend in hun valscherm ook nog eens op elkaar schieten, voorgeschoteld. Vervolgens laat de infanterie zien hoe ze in geval van oorlog zal werken: precies volgens het Norman Schwarzkopf-model, dat wil zeggen, allereerst platbombarderen, dan met tanks oprukken en uiteindelijk met de gewone jongens innemen. En tot slot tonen de commando's tot wat voor huzarenstukjes de elite in staat is. Met blote handen in volledige bepakking langs staaldraad roetsjen, in brandend water duiken en intussen ook nog oog hebben voor vijandelijk vuur - niets is hun te gortig.

En dan moet Jeltsin op. Zo onzeker als hij eerder was voor de verzamelde rectoren van alle Hogescholen in het land, die dag in Toela bijeen voor hun jaarvergadering, zo veel zelfvertrouwen etaleert hij voor deze jongens. Hij is diep onder de indruk van de ''techniek en de professionaliteit''

van de mannen en meer nog van hun mentaliteit. ''In psychologisch opzicht zijn wij misschien wel beter dan de Amerikanen''. ''Beter, beter, beter'', scanderen de commando's in hun battle-dress terug. Het leger zal dus ''een en ondeelbaar'' blijven. ''Ik ben categorisch tegen een Russisch leger'', zegt hij die na de gebeurtenissen in Vilnius en Riga nog speelde met de gedachte van een eigen krijgsmacht voor Rusland.

DE ACHTERBAN ALS PROBLEEM

Twee dagen later is Jeltsin weer even terug in Moskou. In de Oktober-bioscoop aan de Kalinin-prospekt (thans Nieuw-Arbat) spreekt hij zaterdagmorgen zijn hoofdstedelijke achterban toe.

Burgemeester Gavril Popov introduceert hem, niet als een gewone politicus maar als een buitengewoon mens. Jeltsin staat op een lijn met Sacharov. ''We kunnen trots zijn op zo'n leider''.

Hier in Moskou kiest Jeltsin voor het derde dilemma in de reeks: niet het gemak van de hoop of de kracht van de macht maar de strategie van de hervorming is er aan de orde. Het thema waarom het allemaal gaat. Een paar maanden geleden sprak Jeltsin in dit verband nog over 'oorlog' tegen het centrum, nu leunt hij nadrukkelijk op zijn gematigde adviseurs. De Russische leider doet nu al twee maanden geen onverwachte en onvoorspelbare dingen meer. Hij gedraagt zich als een echte reformist met oog voor de onplezierige maar onvermijdelijke continuteit van het maatschappelijke leven.

'''Onze grootste opgave vandaag is een totale crisis te voorkomen'', aldus Jeltsin. Begin van dit jaar heeft de democratische beweging haar 'allerzwaarste periode' sinds het begin van de perestrojka doorgemaakt. Maar ze is overeind gebleven en heeft president Michail Gorbatsjov aldus gedwongen tot een 'akkoord'. Daarom moet deze Gorbatsjov, drie maanden geleden volgens Jeltsin nog een politicus met een 'karakterologisch' defect thans een redelijk man, nu door 'links' gesteund worden. Want alleen via die band kan de volledig verpolitiseerde bureaucratie gerationaliseerd worden.

De crux van alle hervormingen, aldus Jeltsin, in het voetspoor van Katherina de Grote, die ook al onoverkomelijke problemen had met het in Rusland altijd al zo machtige ambtenarenapparaat. Maar dan zal het vaderland een 'vrij land'

zijn, met 'vrije burgers' die vrijelijk over hun eigen 'bezit' kunnen beschikken. De Moskovieten in de zaal staan op de banken.

Een burgerlijke maatschappij in een zo egalitair en collectivistisch land met een sociale cultuur die wel heel weinig gemeen heeft met de 'Amerikaanse droom' of het Westeuropese protestantisme?

Drie dagen na de meeting in Moskou commentarieert Galina Spitskaja uit Perm dit roze perspectief. Ze is rond de veertig en stemt Jeltsin. Natuurlijk. Maar, voegt ze er onmiddellijk aan toe, ''wij Russen zijn geen vrij volk. We zijn in onze geest nog altijd slaven. Dat is niet louter en alleen een idee geweest van de communisten''. Haar paspoort moet dat illustreren. Het stempel erin geeft aan dat ze alleen in Perm mag wonen en werken, met andere woorden: ze is als een soort moderne horige gebonden aan de grond.

Een andere aanhangster van Jeltsin blijkt meegeluisterd te hebben en voelt zich gekwetst. ''Zo kan je ons niet karakteriseren. Dat kan je over elk volk zeggen. Wat doe jij eigenlijk voor je geld?'' ''Ik koop en verkoop orchideeen'', aldus Galina Spitskaja. ''Aha, handel. Speculant, als ik het niet dacht'', is het antwoord.

Ze krijgen ruzie. De mannen van 'Democratisch Rusland', die er bij staan, proberen de ''typisch vrouwelijke emotionaliteit''

te sussen. Het is een ruzie die als een laserstraal het dilemma uitlicht dat de leider ondanks zijn slimme politieke gemanoeuvreer nu niet kan oplossen: zijn achterban. Die is namelijk allerminst coherent. Aan de top van de beweging zijn het de ex-partijgangers en vrije intellectuelen die de dienst uitmaken. Maar aan de basis is het precies omgekeerd. Overal waar er voor Jeltsin gedemonstreerd wordt, zijn de oudere vrouwen en mannen overweldigend in de meerderheid. Het aantal twintigers en dertigers onder de massa is er bijna altijd op de vingers van enkele handen te tellen.

Dat heeft iets. Nergens is bijvoorbeeld enige agressie te voelen. Het is altijd een ontroerend gezicht. Zo ook die dinsdagavond op het vliegveld van Perm. Als de politie-escorte met Jeltsin aan komt rijden hobbelen de ouderen onmiddellijk achter hem aan, als lieve schapen die zich laten leiden door de hond en de herder. De jeugd blijft gewoon voor de stationshal staan. Menig jongere haalt, desgevraagd, zijn neus op voor de verkiezingen van komende woensdag of veinst zelfs niet te weten dat ze gehouden worden.

Het illustreert dat Jeltsins meest actieve electoraat niet wordt gevormd door de mensen die de vernieuwing in de kiem dragen. Jeltsin wordt gedragen door de twee generaties die groot zijn geworden in het oude systeem, aan hun water voelen dat het anders moet maar tevens doodsbang zijn voor de consequenties ervan. Want door de communistische patronage wisten ze zich, sociaal gesproken, altijd wel enigszins beschermd. Deze mensen verlangen nu daarom naar hoop en beloning, en niet naar oorlogskapitalisme of straf. Hun moet de Russische president straks durven uitleggen dat democratie, welvaart en sociale rechtvaardigheid nog even op zich zullen laten wachten.

Een van de weinige jongeren die wel in de de mogelijkheden van de politiek gelooft, kijkt daar op het vliegveld van Perm bij toeval met me mee. Het is Oleg Roemjantsev, dertig jaar, leider van de sociaal-democratische partij waarvoor hij nu op tournee is omdat hij niet louter en alleen wil fungeren als 'applausmachine' voor Jeltsin en tevens de voornaamste opsteller van de nieuwe, burgerlijke constitutie die Rusland sinds kort heeft.

''We hebben nu wel een mooie grondwet, maar de aarde is er niet rijp voor'', zegt hij. ''We zullen nog veel moeten schoffelen en zaaien''.

Na twee jaar Vakraadsbeleid is er dus een project van vijftien mensen in Amsterdam, dat nog niet is begonnen, maar dat uiteindelijk hooguit 15 legale confectiewerkers zal plaatsen in een sector waar nu een leger van 3000 illegalen, het werk van 6000 mensen doet.