VOGELS

Vogels kijken door Nico de Haan (tekst) en Ari Stolk (tekeningen) 64 blz., Bosch & Keuning 1991, f 19.90 ISBN 90 246 4838 6

Vogels kijken is - vooral in landen als Engeland - een nobele sport, en een sport met veel gradaties. Zelf ben ik al blij als ik het vrouwtje van de Blauwe Kiekendief kan onderscheiden van het vrouwtje van de Bruine Kiekendief. En dan spreek ik nog niet van die eindeloze serie groengelige tuin- en parkbewonertjes. De echte, laat ons zeggen 'grote' vogelaars mompelen bij een bepaald geluid: ''Het is natuurlijk een matkop, waarschijnlijk een wat ouder mannetje dat, zo lijkt het, zojuist heeft gefourageerd.'' Op die dames en heren ben ik zeer jaloers, maar er is zoveel om jaloers op te zijn.

Bijvoorbeeld op de gebenedijde kennis van Nico de Haan die in staat blijkt om over vele in ons land voorkomende vogelsoorten (waren er dat geen 365, voor elke dag een?) puntig en helder te schrijven in zijn zojuist verschenen Vogels kijken.

De achtentwintig vogelportretten in dit boekje zijn neergezet met liefde en hebben exact de toon die het lezen aantrekkelijk maakt voor vogelkenners uit alle geledingen. Vanzelfsprekend is het kennen en herkennen van vogels iets waarin je je kunt bekwamen - volgens mijn gegevens bijvoorbeeld was De Haan ooit beheerder van een reservaat - maar de manier waarop je kennis doorgeeft is van essentieel belang. En De Haan kan dat: op de televisie met de serie 'Vogels kijken... een sport', op de radio bij het onvolprezen 'Vroege Vogels' (luistert allen!) en nu dus op schrift, zijn gebundelde columns uit het blad 'Vogels' (uitgave Nederlandse Vereniging ter Bescherming van Vogels, Zeist, wordt lid!).

Ik denk dat er weinigen zijn die De Haan evenaren, laat staan overtreffen, in zijn kennis van wat zo populair heet 'Onze Gevederde Vrienden'. Zonder overdrijving durf ik daarbij te stellen dat hij is gezegend met een heldere en begrijpelijke stijl van schrijven, en dat gelardeerd met allerhande curiosa omtrent veel voorkomende soorten als Ringmus, Veldleeuwerik, Boerenzwaluw (attentie: bedreigde soort!), Wilde Eend, Knobbelzwaan en Zilvermeeuw. Bij elke soort zijn de 'technische gegevens' vermeld; kenmerken, geluid, voorkomen en voedsel. Het ware mij aangenaam geweest als die gegevens wat uitgebreider te boek waren gesteld, bijvoorbeeld baltstijd, hoeveel eieren, jongen, predatoren etcetera. Maar de bespiegelingen die De Haan daarna aan de onderscheiden soorten wijdt, geschraagd door praktische kennis en belezenheid, maken veel zo niet alles goed.

Tot slot twee opmerkingen: de 'speciaal getekende' vogelportretten van Ari Stolk (Ari Stolle zoals de uitgever helaas abusievelijk vermeldt) zijn mij veelal iets te simpel.

Ik heb van Stolk aanzienlijk fraaier werk mogen aanschouwen bij de 'fijnschilder' galerie 'Lieve Hemel' te Amsterdam (gaat dat zien!), intenser, bezielder en vooral met meer visie. En een allerlaatste opmerking: Waarom, waarde Nico de Haan, toch die baard? Scheer hem af en bevrijd op dat ogenblik geheel natuurminnend Nederland van een onverdiend en onterecht geitewollensokken-imago.